Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen omdat zij beschikt over een geschikte inpandige parkeergelegenheid die onderdeel is van haar woongebouw. Eiseres betwist dit en voert aan dat de inpandige parkeerplaats ongeschikt is vanwege medische beperkingen en fysieke belemmeringen zoals zware deuren en te weinig ruimte om in- en uit te stappen.
De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 behandeld en beoordeelt dat het college een ruime beoordelingsmarge heeft bij het nemen van verkeersbesluiten en het toepassen van beleidsregels. De Beleidsregel gehandicaptenparkeerplaats op kenteken 2016 bepaalt dat een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken alleen wordt toegekend indien geen geschikte inpandige parkeergelegenheid beschikbaar is.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inpandige parkeerplaats ongeschikt is. Het medisch advies vermeldt fysieke beperkingen maar geeft geen aanwijzingen dat de parkeerplaats niet bereikbaar is. Ook het argument van de zware deuren en beperkte ruimte wordt onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelt dat eiseres zich tot de eigenaar van het gebouw moet wenden voor oplossingen. De afwijzing van de aanvraag voor de partner van eiseres vormt geen reden voor onbillijkheid van overwegende aard.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiseres krijgt geen gehandicaptenparkeerplaats op kenteken en geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 19 december 2025.