Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de beschikking van 1 oktober 2025;
- het bericht van de vrouw van 23 november 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De man heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om gezamenlijk gezag te verkrijgen over de minderjarige. In een eerdere beschikking van 1 oktober 2025 werd hem vervangende toestemming verleend om de minderjarige te erkennen, maar de formele beslissing over het gezag werd aangehouden totdat hij een akte van erkenning zou overleggen.
De rechtbank stelde een termijn van een maand voor het overleggen van deze akte en gaf de vrouw de mogelijkheid om hier schriftelijk op te reageren. De man heeft echter niet binnen deze termijn de akte ingediend, noch om uitstel gevraagd of omstandigheden gesteld die een verlenging rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert daarom dat niet kan worden vastgesteld dat de man de juridisch ouder is van de minderjarige en wijst het verzoek om gezamenlijk gezag af. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening.
Uitkomst: Verzoek om gezamenlijk gezag wordt afgewezen wegens ontbreken van erkenningsakte.