Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster van 27 oktober 2025 en het aangepaste wrakingsverzoek van 29 oktober 2025,
- de schriftelijke reactie van de rechters van 21 november 2025,
- de schriftelijke reactie van de officieren van justitie van 25 november 2025.
- verzoekster, bijgestaan door mrs. Knoops, Knoops-Hamburger en Boersma,
- de rechters,
- mr. J. Patist, officier van justitie.
2.De beoordeling
geenruimte om (die) nadere onderzoekswensen ter zitting te presenteren. De bijzitters noch de zaaksofficieren van justitie zullen dan aanwezig zijn. Het ligt dan ook meer in de rede om eerst de tussenbeslissing op de onderzoekswensen in ogenschouw te nemen, voordat verdere regiebeslissingen aan de orde komen.
Verzoekster kan aan deze feiten en omstandigheden, die zonder meer als zwaarwegend zijn te kwalificeren, geen andere conclusie verbinden dan dat de rechtbank op dit punt de subjectieve en objectiveerbare schijn van partijdigheid heeft gewekt.
“hiertoe geen nieuwe regiezitting zal plannen”. Dit alles is beslist op basis van de stand van zaken op 2 september 2025. Dat blijkt uit het gebruik van het woord
“thans”in de beslissing. De Woo-documenten zijn niet bij die beslissing betrokken omdat deze geen deel uitmaken van het strafdossier. Wel is nog met een schuin oog gekeken naar de e-mail van 10 september 2025 om te kijken of daarmee
“een atoombom was gevallen”, zoals de voorzitter het uitdrukte, waardoor er mogelijk nog niet kon worden beslist op de op de zitting van 2 september 2025 besproken onderzoekswensen. Dit was echter niet het geval. De rechtbank heeft dus nog niet op de onderzoekswensen van 10 september 2025 beslist. Dat was ook de reden waarom de rechtbank vervolgens het Openbaar Ministerie heeft gevraagd een standpunt in te nemen over de verzoeken van 10 september 2025. Maar nog voordat de rechtbank heeft kunnen beslissen op die verzoeken, werd de rechtbank door de verdediging gewraakt, aldus de voorzitter van de rechtbank.
“Algemeen”van de tussenbeslissing van 3 oktober 2025 opgenomen overweging, waar letterlijk staat dat de tussenbeslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 september 2025. Een en ander strookt ook met de uitleg van de voorzitter dat de rechtbank de brief van 10 september 2025 en de Woo-documenten nog niet inhoudelijk heeft kunnen/willen beoordelen omdat de in die brief vermelde verzoeken nog niet op een zitting zijn besproken en die documenten geen deel uitmaken van het strafdossier.
“thans”heeft bedoeld dat er naar de stand van zaken op 2 september 2025 weliswaar geen aanleiding is voor een eerdere zitting, maar dat dat op een later moment mogelijk anders kan zijn en dat de zaak dus niet definitief naar de zitting van 2 april 2026 is verwezen voor een inhoudelijke behandeling van de strafzaak. De brief van 10 september 2025 zou mogelijk aanleiding kunnen zijn voor een eerdere zitting, maar de rechtbank heeft daar door de hoge werkdruk nog geen beslissing in kunnen nemen. Dit strookt ook met de e-mail van de voorzitter van 2 oktober 2025. Uit deze e-mail kan worden afgeleid dat de volgende dag nog niet op de verzoeken gedaan in de brief van 10 september 2025 zou worden beslist. De voorzitter geeft juist aan dat het meer in de rede ligt om eerst de beslissingen op de verzoeken die op 2 september 2025 zijn gedaan af te wachten voordat verdere regiebeslissingen aan de orde komen.
“Daarom worden alle verzoeken afgewezen”en het dictum
“De verzoeken worden afgewezen”heeft bedoeld alle verzoeken zoals behandeld op de zitting van 2 september 2025 en dus niet ook de in de brief van 10 september 2025 vermelde verzoeken.