Uitspraak
Rechtbank ROtterdam
[veroordeelde] ,
Feiten
25 november 2024 aan de veroordeelde betekend.
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde werd bij vonnis van 9 februari 2023 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan de voorwaardelijke invrijheidstelling vanaf 1 januari 2025 mogelijk was. Het Openbaar Ministerie besloot op 22 november 2024 de beslissing over de voorwaardelijke invrijheidstelling met 90 dagen uit te stellen vanwege recente disciplinaire straffen en incidenten.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen dit uitstel, stellende dat recente incidenten onvoldoende zwaarwegend waren en dat de reclassering positief had geadviseerd. Het OM handhaafde het uitstel, wijzend op ambivalent gedrag, herhaalde vechtpartijen en positieve urinecontroles, en het ontbreken van re-integratieverlof.
De rechtbank toetste marginaal en concludeerde dat het OM in redelijkheid tot het uitstel heeft kunnen besluiten. De adviezen van reclassering en de inrichting wezen op onvoldoende gedragsverbetering en risico's op toekomstig geweld. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitstel van de beslissing over voorwaardelijke invrijheidstelling wordt ongegrond verklaard.