De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 januari 2025 de vordering van het openbaar ministerie tot omzetting van de terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden naar een TBS met dwangverpleging voor een ter beschikking gestelde veroordeeld voor diverse diefstallen.
De ter beschikking gestelde had binnen een jaar twee klinische behandeltrajecten voortijdig afgebroken en vertoonde herhaaldelijk overtredingen van de voorwaarden, waaronder drugsgebruik en het niet terugkeren van verlof. De reclassering en deskundigen concludeerden dat het huidige kader onvoldoende garanties biedt voor veiligheid en behandeling, en adviseerden omzetting naar dwangverpleging.
De verdediging pleitte voor voortzetting van de TBS met voorwaarden met meer focus op psychische behandeling, maar dit werd door de rechtbank verworpen vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van gedragsverbetering.
De rechtbank besloot de vordering van het OM toe te wijzen en de TBS met voorwaarden om te zetten in een TBS met dwangverpleging, met een maximale duur van vier jaar. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.