Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:15354

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
C/10/691711 / JE RK 24-2770
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging machtiging uithuisplaatsing na intrekking verzoek GI

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 22 februari 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 1 januari 2026. Het resterende verzoek betrof de periode van 1 januari 2026 tot 22 februari 2026.

Tijdens de zitting op 16 december 2025 heeft de GI aangegeven het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing niet te handhaven. Hierdoor kon dit deel niet meer inhoudelijk worden onderzocht. De moeder en pleegouders gaven aan positief te zijn over het traject en de terugplaatsing van de kinderen bij de moeder, die per 19 december 2025 zal plaatsvinden.

De kinderrechter overwoog dat het terugplaatsingstraject zorgvuldig was voorbereid en dat de ondertoezichtstelling blijft voortduren. De pleegouders en pleegzorg blijven betrokken voor ondersteuning. Gezien de intrekking van het resterende verzoek door de GI, wees de kinderrechter dit deel af. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen na intrekking door de gecertificeerde instelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/691711 / JE RK 24-2770
Datum uitspraak: 16 december 2025
Beschikking van de kinderrechter
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1],
advocaat mr. S. Ben Ahmed, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam pleegmoeder] en [naam pleegvader],
hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [woonplaats 2].

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 13 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 11 december 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
Op 16 december 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de pleegouders;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2]
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 3] pleegzorgbegeleider van Timon Pleegzorg
2.
De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de pleegouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 februari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 22 februari 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 oktober 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 1 januari 2026. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden tot deze zitting

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De G1 heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Hierop is op 5 februari 2025 al volledig beslist. Ook heeft de GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van een jaar. Er resteert nu nog de beslissing over een periode van 1 januari 2026 tot 22 februari 2026.
3.2.
Bij briefrapportage van 11 december 2025 heeft de GI te kennen gegeven het aangehouden verzoek tot een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing niet te handhaven.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft ter zitting haar standpunt. De vereiste toetsing van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft de GI niet ontvangen. De GI heeft de Raad gebeld en er is aangegeven dat men deze zitting afwacht en dat daarna bepaald wordt of de Raad de toetsing nog in behandeling zal nemen.
4.2.
Door en namens de moeder wordt naar voren gebracht dat zij heel blij is met de positieve uitkomst van het traject dat zij en de kinderen hebben doorlopen. In goed overleg met de pleegouders zal geregeld worden wanneer de kinderen weer bij de moeder komen wonen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben gisteren een meeloop dag gehad op school en dat is goed verlopen. De kinderen kwamen blij terug. De moeder ontvangt veel steun van haar partner; zij kan ook goed met hem praten. Ook krijgt zij ondersteuning vanuit Altijd en Anders opvoedondersteuning.
4.3.
De pleegouders laten weten dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om het weekend bij hen blijven komen. De pleegouders vinden het belangrijk dat pleegzorg betrokken blijft voor de extra ondersteuning. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komen op een leeftijd dat zij de grenzen proberen op te zoeken, dus dan is het fijn als een externe partij beschikbaar blijft.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter overweegt het volgende. Het traject voor terugplaatsing van de kinderen bij de moeder is – met grote inzet van alle betrokkenen – positief afgerond. De kinderen zullen per 19 december 2025 bij de moeder terug keren. Deze terugplaatsing is zorgvuldig voorbereid. De moeder heeft zich volledig ingezet. De ondertoezichtstelling loopt nog door. De pleegouders blijven betrokken; [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen om het weekend bij hen verblijven. Timon pleegzorg blijft ook betrokken.
5.2.
In de briefrapportage heeft de GI aangeven dat zij het resterende deel van het verzoek, te weten de periode na 1 januari 2026, intrekt. Dit betekent dat de gronden van dit resterende deel van het verzoek niet meer onderzocht kunnen worden. De kinderrechter zal daarom het resterende deel afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter wijst het resterende deel van het verzoek af, voor zover hierop niet eerder is beslist.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 30 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.