Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer T. Macic, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft op 31 oktober 2025 een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. Dit verzoek volgt op een vonnis van 7 augustus 2025 waarin ontruiming werd bevolen. Verzoekster raakte in financiële problemen nadat haar opdrachtgever failliet ging, maar is inmiddels weer werkzaam in de zorg met een stabiel inkomen van circa € 2.500 per maand, voldoende om de huur van € 641,18 te voldoen.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming op 5 november 2025 en weegt het belang van verzoekster om in haar woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien de stabiele financiële situatie en tijdige betaling van de huurtermijnen weegt het belang van verzoekster zwaarder.
De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe voor zes maanden vanaf 3 november 2025, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen. Schuldhulpverlening zal verslag uitbrengen over het traject.
De uitspraak is gedaan door rechter E.A. Vroom op 1 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde van tijdige huurbetaling.