In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 1 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b van de Faillissementswet. Verzoeker, een kindgedupeerde van de toeslagenaffaire, heeft op 3 november 2025 een verzoekschrift ingediend om een moratorium van zes maanden te verkrijgen, zodat hij niet ontruimd zou worden uit zijn huurwoning. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker voldoende inkomsten heeft om de lopende huurtermijnen te voldoen en dat hij ondersteuning ontvangt van de gemeente bij het opstarten van budgetbeheer. De rechtbank heeft ook geconstateerd dat er een bedreigende situatie is, aangezien er een vonnis tot ontruiming was uitgesproken. De rechtbank heeft de belangen van verzoeker zwaarder laten wegen dan die van de verweerster, Woonplus Schiedam, en heeft de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis opgeschort voor de duur van zes maanden. Tevens is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar kan hij in de toekomst een nieuw verzoek indienen. De rechtbank heeft voorwaarden gesteld aan de voorlopige voorziening, waaronder het tijdig voldoen van de huurtermijnen.