Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een ontruimingsvonnis te voorkomen. De rechtbank constateert een bedreigende situatie omdat de ontruiming gepland staat op 13 november 2025.
Verzoeker ontvangt inkomsten uit een PW-uitkering en toeslagen, waarmee de lopende huurtermijnen worden voldaan. Hij krijgt hulp van een gemeentelijk team vanwege zijn status als kindgedupeerde van de toeslagenaffaire en er is een schuldhulpverleningstraject gaande dat grotendeels is geïnventariseerd.
Verweerster betwist de continuïteit van betaling en het succes van schuldhulpverlening, mede vanwege vermeende onjuiste informatie over het inkomen. De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De voorlopige voorziening wordt voor zes maanden toegekend onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, maar kan later een nieuw verzoek indienen.
De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening en schuldhulpverlening moet uiterlijk twee weken voor afloop verslag uitbrengen aan de rechtbank.