Uitspraak
[verdachte] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
Rechtbank Rotterdam
Op 8 december 2025 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats, bijgestaan door raadsman mr. M. Sculic. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor de feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest. Echter, in het oorspronkelijke vonnis is per vergissing opgenomen dat de officier van justitie heeft gevorderd tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Deze fout is opgemerkt na de uitspraak, wat heeft geleid tot de noodzaak van een herstelvonnis.
In het herstelvonnis, gewezen op 11 december 2025, heeft de rechtbank de fout hersteld door de alinea die de onjuiste eis van de officier van justitie bevatte te laten vervallen. De rechtbank heeft nu bevestigd dat de verdachte voor de feiten moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest. De griffier is opgedragen deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld. Dit herstelvonnis is ondertekend door de voorzitter en de rechters, waarbij de jongste rechter buiten staat was om te ondertekenen.