ECLI:NL:RBROT:2025:15366
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om inzage in persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) door eiseres tegen de minister van Financiën
In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 17 december 2025, wordt het verzoek van eiseres om inzage in haar persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) behandeld. Eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. H.A. Wiggers, heeft een verzoek ingediend bij de minister van Financiën om inzage in haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in de FSV. De minister heeft eiseres gedeeltelijke inzage verleend, maar heeft het verzoek om te delen welke instantie haar gegevens heeft opgevraagd afgewezen. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. De rechtbank legt uit dat de minister op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld. De rechtbank stelt vast dat de minister niet verplicht is om de naam van de instantie die de gegevens heeft opgevraagd te delen, omdat deze instantie niet als ontvanger wordt beschouwd onder de AVG. De rechtbank benadrukt dat het inzagerecht van eiseres niet mag worden beperkt door de fiscale geheimhoudingsplicht uit artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
De rechtbank concludeert dat de minister aan de inzageverzoeken van eiseres heeft voldaan door haar een overzicht van haar persoonsgegevens in de FSV te verstrekken. De rechtbank bevestigt dat de minister niet kan delen welke instantie de gegevens heeft opgevraagd, omdat dit niet onder het toepassingsbereik van de AVG valt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ontvangt geen vergoeding van haar proceskosten.