ECLI:NL:RBROT:2025:15370

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
10/030457-25 en TUL: 10/114432-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing met jeugddetentie en werkstraf

Op 13 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte, geboren in 2008, die beschuldigd werd van het medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing. De zaak werd behandeld in het kader van het jeugdstrafrecht. De verdachte heeft samen met anderen een ontploffing veroorzaakt voor een woning in Antwerpen, België, door vuurwerk (Cobra 6) in brand te steken. De officier van justitie eiste een jeugddetentie van zes maanden, geheel voorwaardelijk, en een taakstraf van 60 uren. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen was, met uitzondering van de onderdelen die levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel betroffen, waarvoor de verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank legde een voorwaardelijke jeugddetentie op van twee maanden, met bijzondere voorwaarden, en een onvoorwaardelijke taakstraf van 60 uren. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn eerdere veroordelingen en de aanbevelingen van de Raad voor de Kinderbescherming. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de impact op de samenleving, en vond het noodzakelijk om de verdachte te straffen om herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd
Parketnummer: 10/030457-25
Parketnummer vordering TUL: 10/114432-23
Datum uitspraak: 13 november 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsvrouw: mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 13 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L. de Jong heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van zes maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, met aftrek van voorarrest, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie;
  • tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/114432-23, te weten 25 uren werkstraf subsidiair 12 dagen jeugddetentie.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard, met uitzondering van het ten laste gelegde levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat dat deel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte zal hiervan daarom partieel worden vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond van de redengevende feiten en omstandigheden uit die wettige bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op
of omstreeks30 november 2024 te Antwerpen in België,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
opzettelijk
bij/voor een
woning/pand aan de [adres delict] een ontploffing teweeg heeft gebracht door de vlam van een aansteker,
althans open vuur,in aanraking te brengen met (de lont van) meerdere
, althans een, stuk
(s
)Cobra 6,
althans zwaar knalvuurwerk,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de gevel en
/ofde deur
en/of de inboedelvan voornoemd
e woning/pand aan de [adres delict]
en/of omliggende woningen/panden en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de aanwezige perso(o)n(en) in voornoemde woning en/of de omliggende/aangrenzende woningen/panden en/of voorbijgangers,te duchten was.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met anderen schuldig gemaakt aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing. De verdachte is samen met de medeverdachten naar Antwerpen gereden en heeft voor de deur van een pand drie Cobra’s laten ontploffen. In het pand waren meerdere appartementen gevestigd. Tijdens het wegrennen heeft de verdachte de explosie gefilmd. Dergelijke explosies zijn zeer bedreigend en beangstigend voor de bewoners en omwonenden. Een woning is een plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Dergelijke feiten leiden ook tot veel onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij bij het plegen van het feit kennelijk onvoldoende stil heeft gestaan bij de impact en gevolgen van zijn handelen en enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld, maar niet voor een soortgelijk strafbaar feit.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 november 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het algemeen recidiverisico en het dynamisch risicoprofiel komen uit op midden. De verdachte woont bij zijn moeder en heeft een goede band met alle gezinsleden, hetgeen beschermend werkt. Wel bestaan twijfels over of moeder goed in staat is voldoende toezicht op hem te houden. Er zijn zorgen over hoe het met de verdachte gaat, waar en met wie hij zich bevindt en of hij de juiste begeleiding ontvangt. Ook is de schoolgang van de verdachte zorgelijk. Het is nog niet gelukt om een stage te vinden. De verdachte is weinig aanwezig op school, geeft geen openheid en er is geen hulpverlening bij hem betrokken. Om de verdachte beter te ondersteunen en te motiveren acht de Raad een strak en duidelijk kader noodzakelijk. Toezicht vanuit de jeugdreclassering wordt dan ook nodig geacht om de kans op herhaling van strafbaar gedrag te verlagen. Geadviseerd wordt daarom om de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk dient te staan aan de periode van het voorarrest, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan de begeleiding van de jeugdreclassering, een positieve invulling van zijn dagbesteding heeft, meewerkt aan de interventies en hulpverlening die de jeugdreclassering nodig vindt, meewerkt aan de inzet van een jongerencoach en zich houdt aan de avondklok.
Daarnaast wordt geadviseerd om de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, zodat hij de consequenties ervaart van zijn delictgedrag.
J.P. Paliama, als jeugdreclassering werkzaam bij de William Schrikker Stichting
Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, heeft op de zitting naar voren gebracht dat het contact tussen de verdachte en de jeugdreclasseerder goed verloopt en de verdachte de afspraken nakomt. De inzet van een jongerencoach is nog niet van de grond gekomen. Dat is niet aan de verdachte te wijten, maar aan de communicatie tussen de school, de jeugdreclassering en de Raad. De betrokkenheid van een jongerencoach zou wel helpend voor de verdachte zijn. Ook is het passend om de avondklok als bijzondere voorwaarde op te leggen. Het valt op dat er meer politiemeldingen over de verdachte zijn sinds de avondklok is verdwenen. De verdachte heeft sinds kort een bijbaan. Daar zal bij de uitvoering van de avondklok rekening mee worden gehouden.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met het feit dat de verdachte nog in een proeftijd liep van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf. Dit heeft de verdachte er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. In strafmatigende zin houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte, nadat hij is opgepakt, in verband met het feit bijna twee maanden op een gesloten groep heeft verbleven in België. Hij verbleef in een vreemd land en ver weg van zijn familie. De rechtbank houdt verder in het voordeel van de verdachte rekening met de omstandigheid dat hij eerlijk is geweest, heeft meegewerkt aan het onderzoek en openheid van zaken heeft gegeven. Verder heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte na het plegen van het feit is aangehouden door omstanders en daarbij zeer hardhandig is aangepakt.
Alles overwegend zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke jeugddetentie opleggen, met de bijzondere voorwaarden die hierna worden genoemd. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank wijkt ten aanzien van de duur van de op te leggen voorwaardelijke jeugddetentie af van de eis van de officier van justitie, omdat de rechtbank niet bewezen acht dat er door de ontploffing levensgevaar te duchten was. Verder ziet de rechtbank, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding voor een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.
De rechtbank acht het gelet op de ernst van het feit niet passend dat de verdachte nu geen consequentie meer ervaart van zijn handelen, behalve de verplichting zich te houden aan de algemene en bijzondere voorwaarden. De rechtbank zal daarom naast voornoemde jeugddetentie, ook een onvoorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf, opleggen aan de verdachte.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8.Vordering tenuitvoerlegging

8.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 14 december 2023 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van mishandeling, openlijke geweldpleging in vereniging en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld ‑ voor zover van belang ‑ tot een taakstaf bestaande uit een werkstraf van 50 uren, waarvan 25 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 29 december 2023
8.2.
Beoordeling
Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 2 (twee) maanden;
bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Amsterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zich zal inzetten voor een zinvolle dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of stage en zich houdt aan de afspraken/regels/lesrooster;
- zich zal inzetten voor een positieve invulling van zijn vrije tijd, bijvoorbeeld in de vorm van werk en/of sport;
- zal meewerken aan de begeleiding van een jongerencoach, indien en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de interventies en/of hulpverlening die door de jeugdreclassering nodig worden geacht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
60 (zestig) uren;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
54 (vierenvijftig) urente verrichten werkstraf resteren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
27 (zevenentwintig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
gelast de
tenuitvoerleggingvan de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 25 uren subsidiair 12 dagen vervangende jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van 14 december 2023 in de zaak met parketnummer 10-114432-23.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. H. Benaissa, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. H. Wielhouwer en J. Groot, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 november 2025.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 30 november 2024 te Antwerpen in België,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
bij/voor een woning/pand aan de [adres delict] een ontploffing teweeg heeft gebracht door de vlam van een aansteker, althans open vuur, in aanraking te brengen met (de lont van) meerdere, althans een, stuk(s) Cobra 6, althans zwaar knalvuurwerk,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de gevel en/of de deur en/of de inboedel van voornoemde woning/pand aan de [adres delict] en/of omliggende woningen/panden en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de aanwezige perso(o)n(en) in voornoemde woning en/of de omliggende/aangrenzende woningen/panden en/of voorbijgangers, te duchten was.