Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat);
- mevrouw A.D.V. Martina, werkzaam bij stichting Woonstad Rotterdam, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft verzoekster op 10 november 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 en 287b van de Faillissementswet (Fw) om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft op 21 november 2025 de behandeling van het verzoekschrift gehouden. Verzoekster, die in financiële problemen verkeert, vraagt om een moratorium van zes maanden om haar huurwoning te behouden en om schuldhulpverlening te kunnen ontvangen. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster voldoende inkomen heeft om de lopende huur te betalen, en dat er een bedreigende situatie is door een ontruimingsvonnis van 3 oktober 2025. De rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van verzoekster om in haar huurwoning te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerster, die de ontruiming wil doorzetten. De rechtbank heeft de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis opgeschort voor de duur van zes maanden, mits verzoekster haar huurtermijnen tijdig blijft betalen. Tevens is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar kan zij in de toekomst een nieuw verzoek indienen.