ECLI:NL:RBROT:2025:15381

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
10-244949-25, 10-356812-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Mishandeling, bedreiging en wapenbezit door verdachte met bijzondere voorwaarden opgelegd

Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zijn ex-partner heeft mishandeld, een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad, en twee personen heeft bedreigd. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank heeft bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder ambulante behandeling en een contact- en locatieverbod. De feiten vonden plaats op verschillende data, waarbij de verdachte op 9 november 2024 zijn ex-partner mishandelde en op 16 september 2025 bedreigingen uitte naar twee andere slachtoffers. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige misdrijven die de veiligheid van anderen in gevaar hebben gebracht. De verdachte heeft een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad, wat een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengt. De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte en de aanbevelingen van de reclassering bij het bepalen van de straf.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-244949-25, 10-356812-24
Datum zitting en uitspraak: 19 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1991 in [geboorteplaats], ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. G.A.J. Purperhart
Officier van justitie: mr. N.J. Jacobs

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - op 9 november 2024 [slachtoffer 1] heeft mishandeld en op 16 september 2025 een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd. De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat:
10-244949-25
1.
hij op of omstreeks 16 september 2025 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, geschikt om automatisch te vuren, van het merk Glock, model 19, kaliber 9x19mm en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten 50 kogelpatronen, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;
2.
hij op of omstreeks 16 september 2025 te Capelle aan den IJssel, althans in Nederland [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- aan die [slachtoffer 2] de dreigende woorden toe te voegen: "Je moet je kankermuil houden. Je bent een Kankerpsycopaat. Ik weet je te vinden. Ik pak je nog wel. Ik maak je dood" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of
- aan die [slachtoffer 3] de dreigende woorden toe te voegen: "Kom dan. Ik maak je dood. Kom dan mannetje. Kom dan de tuin uit. Dan sla ik je kop eraf." en/of "Wie denk je dat je bent, je moet je grote kankermuil houden. Kom maar even mee naar buiten kankerautist, kankermogooltje, ik sla je helemaal dood." en/of "Met een klap sla ik die kankerkop van je romp af, bitchboy, roemang. Je hoeft niet meer buiten te komen. Ik sla je hartstikke dood met al je vriendjes er bij. Als je de politie belt dan bel ik nu een derde partij en dan kom ik terug met mijn vrienden.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
10-356812-24
3.
hij op of omstreeks 9 november 2024 te Zwijndrecht, [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, tegen haar gezicht en/of hoofd, althans het lichaam, te slaan.

2.Bewijs

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 2 en 3. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op 16 september 2025 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, geschikt om automatisch te vuren, van het merk Glock, model 19, kaliber 9x19mm en voor dat vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten
47kogelpatronen, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad.
2.
hij op 16 september 2025 te Capelle aan den IJssel [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door
aan die [slachtoffer 2] de dreigende woorden toe te voegen: ‘Je moet je kankermuil houden. Je bent een Kankerpsycopaat. Ik weet je te vinden. Ik pak je nog wel. Ik maak je dood’ en
aan die [slachtoffer 3] de dreigende woorden toe te voegen: ‘Kom dan. Ik maak je dood. Kom dan mannetje. Kom dan de tuin uit. Dan sla ik je kop eraf.’ en ‘Wie denk je dat je bent, je moet je grote kankermuil houden. Kom maar even mee naar buiten kankerautist, kankermogooltje, ik sla je helemaal dood.’ en ‘Met een klap sla ik die kankerkop van je romp af, bitchboy, roemang. Je hoeft niet meer buiten te komen. Ik sla je hartstikke dood met al je vriendjes er bij. Als je de politie belt dan bel ik nu een derde partij en dan kom ik terug met mijn vrienden’.
3.
hij op 9 november 2024 te Zwijndrecht, [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] meermalen tegen haar gezicht te slaan.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. De bewezenverklaring van feit 2 en feit 3 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [1]
2.
Proces-verbaal van de politie [2]
3.
Proces-verbaal van de politie [3]
4.
Proces-verbaal van de politie [4]
5.
Proces-verbaal van de politie [5]
6.
Proces-verbaal van de politie [6]
7.
Proces-verbaal van de politie [7]
8.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 2] [8]
Op 16 september 2025 was [verdachte] bij mij thuis in Capelle aan den IJssel. [verdachte] riep naar [slachtoffer 3]: ‘kom dan. Ik maak je dood. Kom dan mannetje. Kom dan de tuin uit. Dan sla ik je kop eraf.’ Naar mij riep hij: ‘je moet je kankermuil houden. Je bent een kankerpsychopaat. Ik weet je te vinden. Ik pak je nog wel. Ik maak je dood.’
9.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 3] [9]
Op 16 september 2025 in Capelle aan den IJssel zei [verdachte]: ‘wie denk je dat je bent, je moet je grote kankermuil houden.’ en ‘kom maar even mee naar buiten kankerautist, kankermongooltje, ik sla je helemaal dood’. Via de telefoon zei hij nog: ‘met een klap sla ik die kankerkop van je romp af, bitchboy, roemang. Je hoeft niet meer buiten te komen. Ik sla je hartstikke dood met al je vriendjes er bij. Als je de politie belt dan bel ik nu een derde partij en dan kom ik terug met mijn vrienden.’
10.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 2] [10]
Op 16 september 2025 zei [verdachte] naar mijn neefje dingen als ‘Kom dan’ en ‘ga mee naar buiten dan!’. ‘Ik maak je dood’ en ‘Ik maak jullie dood’. Hij heeft meerdere malen geroepen dat hij een knokploeg erbij zou halen. Later werd [slachtoffer 3] nog gebeld en zei [verdachte] ‘Ik stuur een knokploeg en ik maak jullie dood.’
11.
Proces-verbaal van de politie [11]
Op 9 november 2024 in Zwijndrecht zagen wij dat [slachtoffer 4] twee blauwe ogen had en dat naast het rechteroog een pleister was geplakt en dat deze was doorweekt met bloed. Het slachtoffer vertelde dat haar ex-partner dit had gedaan. Haar ex-partner heet [verdachte]. Op 9 november 2024 te Zwijndrecht hadden de twee contact en [verdachte] flipte en begon haar te slaan met de vuisten op haar gezicht.
12.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam] [12]
Nadat ik thuiskwam stond op 9 november 2024 omstreeks 11:45 uur de buurvrouw bij mij voor de deur met het verhaal dat zij in elkaar geslagen was door een vriend. Ik hoorde later in haar verhaal dat dat haar ex-vriend bleek te zijn. Ik zag dat zij twee blauwe ogen had. Er zaten blauwe kringen rond haar ogen, vooral aan de onderkant. Het sneetje in haar wenkbrauw zag ik later pas omdat de agenten vroegen of zij de pleister van haar wenkbrauw wilde halen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
2.
bedreiging met zware mishandeling en enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
3.
mishandeling.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Standpunt van de verdediging
Primair is verzocht een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het reeds ondergane voorarrest. Subsidiair is verzocht een gevangenisstraf op te leggen waarbij het onvoorwaardelijke strafdeel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest en aan een nader te bepalen voorwaardelijk strafdeel de door de reclassering geadviseerde voorwaarden te koppelen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft een vuurwapen met daarbij bijbehorende munitie voorhanden gehad, zijn schoonmoeder en -broer bedreigd en zijn ex-vriendin mishandeld. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige misdrijven die de veiligheid van anderen in gevaar hebben gebracht. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Het ongecontroleerde bezit hiervan leidt niet zelden tot het plegen van ernstige geweldsdelicten en het voedt gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Door zijn schoonfamilie te bedreigen en zijn ex-partner te mishandelen heeft de verdachte daarnaast agressief en ontoelaatbaar gedrag laten zien, hetgeen de slachtoffers emotionele en psychische schade heeft toegebracht en in het geval van zijn ex-partner ook lichamelijk letsel.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
-
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 18 november 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
-
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 18 september 2025 staat het volgende. Gelet op het patroon van geweldsdelicten op het gebied van bedreiging en huiselijk geweld lijken er problemen te bestaan op het gebied van impulscontrole en zelfbeheersing. Nadere diagnostiek en behandeling worden wenselijk geacht om het recidiverisico in te perken. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij de reclassering;
Ambulante behandeling;
Een contactverbod met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3];
Een locatieverbod rondom de woning van [slachtoffer 2].
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf passend. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Ten aanzien van het in een woning voorhanden hebben van een vuurwapen is het oriëntatiepunt een gevangenisstraf van vier maanden. De rechtbank neemt deze strafduur als vertrekpunt. Strafverzwarend neemt de rechtbank in aanmerking dat het vuurwapen is omgebouwd, waardoor het volautomatisch munitie kan afvuren. De rechtbank is echter, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat dit wapen niet gelijkgeschaard moet worden met de categorie volautomatische vuurwapens zoals bedoeld in de oriëntatiepunten, waaronder bijvoorbeeld mitrailleurs vallen. Strafverzwarend neemt de rechtbank ook mee dat het vuurwapen niet binnen in de woning van de verdachte is aangetroffen, maar buiten in de tuin. Daarom wordt een gevangenisstraf van in totaal 10 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden vijf maanden voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan deze voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De bijzondere voorwaarden zijn:
Meldplicht bij de reclassering;
Ambulante behandeling;
Een contactverbod met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3];
Een locatieverbod rondom de woning van [slachtoffer 2].

5.In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslaggenomen balletjespistool wordt onttrokken aan het verkeer.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist dat het in beslag genomen balletjespitstool wordt onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet. Het balletjespistool is tijdens het onderzoek naar de strafbare feiten aangetroffen. Het voorhanden hebben van dit pistool is een strafbaar feit.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten ten laste gelegd onder parketnummer 10-244949-25 (1 en 2) en het feit ten laste gelegd onder parketnummer 10-356812-24 (3), zoals hiervoor omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de onder 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 10 (tien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat
5 (vijf) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte zich binnen 3 dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland meldt op het adres Marconistraat 2, 3029 AK Rotterdam. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
de verdachte zich laat behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling richt zich op emotie- en agressieregulatie en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
de verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met de moeder en broer van zijn partner, zijnde [slachtoffer 2], geboren [geboortedatum 2] 1973 en [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 3] 2004, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
de verdachte zich niet bevindt binnen een straal van 1 km rondom de woning van de moeder van zijn partner, zijnde [adres 2], zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart onttrokken aan het verkeer: 1 STK Wapen (Omschrijving: [nummer 1], The Gat);
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. H.C. van Vuren en E. Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.S. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 december 2025.
Mr. Laanen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Verklaard tijdens de zitting van 19 december 2025.
2.Pagina’s 5-32 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
3.Pagina’s 38-39 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
4.Pagina 104 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
5.Pagina’s 66-68 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
6.Pagina 101 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
7.Pagina’s 105-110 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
8.Pagina’s 49-51 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
9.Pagina’s 52-54 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
10.Pagina’s 95-96 van het zaaksdossier Zaak Septarie met nummer [nummer 2].
11.Pagina’s 5-7 van het einddossier met nummer [nummer 3].
12.Pagina’s 10-12 van het einddossier met nummer [nummer 3].