ECLI:NL:RBROT:2025:15390

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
09/010874-25 / TUL VV: 10/065846-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortgezette handeling van afpersing en diefstal met geweld door minderjarige in vereniging

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte, geboren in 2007, die samen met anderen betrokken was bij een gewapende overval op een casino in Boskoop op 10 januari 2025. De verdachte is beschuldigd van meerdere feiten, waaronder afpersing en diefstal met geweld, gepleegd in vereniging. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte, samen met medeverdachten, met bivakmutsen het casino binnenging en bezoekers en medewerkers onder schot hield met een vuurwapen en een vuurwapen gelijkend voorwerp. Tijdens de overval zijn slachtoffers gedwongen geld af te geven, waarbij fysiek geweld is gebruikt. De verdachte heeft bekend en de rechtbank heeft de feiten bewezen verklaard zonder nadere motivering. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, en een werkstraf van 150 uur. Daarnaast zijn er bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder toezicht door de jeugdreclassering en een contactverbod met slachtoffers en medeverdachten. De rechtbank heeft ook vorderingen van benadeelde partijen toegewezen, waarbij schadevergoedingen zijn vastgesteld voor immateriële en materiële schade. De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde taakstraf afgewezen, omdat de feiten van andere aard zijn dan waarvoor de voorwaardelijke straf eerder was opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummer: 09/010874-25
Parketnummer vordering TUL VV: 10/065846-23
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsman mr. R.I. van Haneghem, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 14 oktober 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A. de Bruijne heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering),
  • met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij op
of omstreeks10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich
en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en
/ofbedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van € 4.000,-,
althans een
geldbedrag, in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan casino [naam casino]
, in
elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),toebehoorde
(n)
door
- op de balie bij de ingang te springen en
/ofeen
(op een
)vuurwapen
(gelijkend
voorwerp
)te tonen en
/ofte richten op die [slachtoffer 1] , en
/of
- een
(op een
)vuurwapen
(gelijkend voorwerp
)tegen het hoofd van die [slachtoffer 1]
te houden, en
/of
-
(meermalen
)"vault" en
/of"handpay" te schreeuwen en
/ofdat hij
/zij- verdachte
en
/ofzijn mededader
(s
)- geld wilde
(n
)zien, en
/of
- die [slachtoffer 1] tegen de kaak,
althans het hoofd,te slaan met een
(op een
)
vuurwapen
(gelijkend voorwerp
), en
/of
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij op de grond moest gaan liggen en dat hij
niks doms moest doen, en
/of
- die [slachtoffer 1] op te tillen en
/ofin diens rug te duwen
(terwijl die [slachtoffer 1]
onder schot wordt gehouden
), en
/of
- het magazijn uit het vuurwapen te halen en de patronen en/of kogels te tonen;
2
hij op
of omstreeks10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
€ 100,- en
/of
300290,-,
althans een of meer geldbedrag(en),
in elk geval enig goed,
dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 3] ,
in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan
,envergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 3] gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden
ofengemakkelijk te maken,
of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door
- te zeggen: "Dit is een overval! Geld, geld! Liggen allemaal!", en
/of
- een
(op een
)vuurwapen
(gelijkend voorwerp
)op de vrouw van die [slachtoffer 2]
te richten, en
/of
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: "Daar zit jouw portemonnee. Ik wil jouw
portemonnee.", en
/of
-
(ondertussen
)een
(op een
)vuurwapen
(gelijkend voorwerp
)op de borstkast van
die [slachtoffer 2] te richten, en
/of
- de telefoon van die [slachtoffer 3] uit haar handen te trekken en
/ofop de grond te gooien,
en
/of
- die [slachtoffer 3] hard tegen haar rechterzijde/rug
en/of kniete schoppen, en
/of
- de portemonnee van die [slachtoffer 3] uit haar handen te trekken;
3
hij op
of omstreeks10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)voorgenomen
misdrijf om
met het oogmerk om zich
en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en
/ofbedreiging met geweld
[slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van € 10.000,-,
althans een geldbedrag, in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan casino [naam casino] ,
in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),toebehoorde
(n)
- is gesprongen op de balie bij de ingang en
/ofeen
(op een
)vuurwapen
(gelijkend
voorwerp
)heeft getoond en
/ofgericht op die [slachtoffer 4] , en
/of
-
(meermalen
)"vault" en
/of"handpay" heeft geschreeuwd en
/ofheeft geroepen dat
hij - verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)- geld wilde
(n
)zien, en
/of
- die [slachtoffer 4] tegen het hoofd heeft geslagen met een
(op een
)vuurwapen (gelijkend
voorwerp
), en
/of
- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat hij de kluis moest openen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4
hij op
of omstreeks10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)voorgenomen
misdrijf om een ring,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 5]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde
(n),
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan
,ente doen vergezellen
en/of te doen
volgenvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , te plegen met het
oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden
ofengemakkelijk te maken
, of
om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- het casino binnen
is/zijn gerend en
heeft/hebben geroepen: "Dit is een overval,
wij willen honderdduizend euro!" en
/ofdat iedereen op de grond moest gaan
liggen, en
/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft
/hebbengezegd dat hij
/zij- verdachte
en/of (één van) zijn
mededader(s)- de ring van [slachtoffer 5] wilde hebben, en
/of
- een
(op een
)vuurwapen
(gelijkend voorwerp
)op die [slachtoffer 5] heeft
/hebbengericht,
en
/of
- de patroonhouder uit het vuurwapen heeft gehaald en
/ofde kogels
heeft getoond en
/of (daarbij
)heeft gezegd "voor mensen die denken dat het nep
is!", en
/of
- de hand van die [slachtoffer 5] vast heeft gepakt en
/ofaan de ring van die [slachtoffer 5] heeft
getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5
hij op
of omstreeks10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten
een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een
ernstige bedreiging van personen kon vormen en
/ofdat zodanig op een wapen
geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk
een nabootsing van een pistool, die voor wat betreft de vorm en afmeting een
sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het
merk Glock, model 17, kaliber 6mmBB, voorhanden heeft gehad;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
De voorgezette handeling van:
1
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
en
2
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
en
3
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
en
4
poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
en voorts
5
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op [naam casino] Casino in [plaats] . De verdachte is samen met de medeverdachten met bivakmutsen op het casino binnengegaan, waar zij met een echt vuurwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de daar aanwezige bezoekers en medewerkers hebben gericht, hen gesommeerd hebben om op de grond te gaan liggen en hebben geroepen dat het een overval is en dat zij geld wilden zien. Zij hebben vervolgens de slachtoffers gedwongen geld af te staan, waarbij tegen een aantal slachtoffers fysiek geweld is gebruikt. Ook heeft de verdachte bij een van de slachtoffers geprobeerd zijn ring van zijn vinger te trekken. De casinomedewerkers zijn geruime tijd onder schot gehouden, om hen te dwingen geld van het casino te overhandigen, waarbij ook fysiek geweld is gebruikt.
De verdachte heeft met zijn handelen op geen enkele wijze respect getoond voor de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en de eigendommen van een ander. Hij heeft bij het plegen van deze feiten kennelijk alleen aan zijn eigen (financiële) gewin gedacht en er niet over nagedacht dat hij daarmee de slachtoffers leed en schade zou kunnen toebrengen. Uit het dossier en hetgeen op zitting is besproken blijkt dat de slachtoffers tot op de dag van vandaag worden geconfronteerd met de gevolgen van de overval. De slachtoffers hebben verklaard dat zij gedurende de overval continu bang waren dat daadwerkelijk op hen geschoten zou worden. Sommigen hebben sindsdien het gevoel van veiligheid, dat zij voor de overval hadden, niet meer teruggekregen en hopen door therapie uiteindelijk weer verder te kunnen.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
18 september 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en de verklaring van de deskundig op de terechtzitting
Klinisch psycholoog, [persoon A], heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 22 mei 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte lijdt niet aan een psychische stoornis, maar er is bij hem wel sprake van antisociaal gedrag bij een adolescent en zwakbegaafdheid. De verdachte blijft vooralsnog achter in zijn sociaal-emotionele, morele en cognitieve ontwikkeling ten opzichte van de meeste van zijn leeftijdsgenoten. Dit alles tezamen vormt een belemmering en potentiële bedreiging voor zijn verdere persoonlijkheidsontwikkeling en hindert hem in zijn gedragskeuzemogelijkheden wat betreft zijn dagelijkse functioneren.
De genoemde zwakbegaafdheid en hiermee samenhangende achterblijvende sociaal-emotionele, morele en cognitieve ontwikkeling beïnvloedden verdachte zijn gedragskeuzes en gedragingen over het algemeen genomen ten tijde van het ten laste gelegde minstens gedeeltelijk. Het valt te overwegen om het ten laste gelegde in (enigszins) verminderde mate aan verdachte toe te rekenen, indien het ten laste gelegde bewezen wordt geacht.
Aangezien de verdachte een geringe justitiële voorgeschiedenis heeft bestaande uit aanhoudend schoolverzuim en rijden in een auto zonder rijbewijs, kan op basis van de uitkomst van de Structured Assessment of Violence Risk in Youth (SAVRY) uitsluitend gesteld worden dat het risico op toekomstig gewelddadig gedrag bij de verdachte – bij gelijkblijvende/onveranderde omstandigheden over een onbepaalde periode – laag gemiddeld tot middelmatig is.
De onderzoeker adviseert een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met als bijzondere voorwaarden het voortzetten van het huidige toezicht- en begeleidingstraject vanuit de jeugdreclassering – waarbij de thans geldende schorsingsvoorwaarden van voorarrest aanvankelijk worden overgenomen – en meewerken aan een So Cool-training (of aan jongeren coaching via ambulante jeugdzorginstelling Skills4Life, indien dit eerder van de grond kan komen) en aan herstelbemiddeling met de aangevers. De verdachte lijkt gebaat te zijn bij de begeleiding die hij momenteel al vanuit zijn huidige jeugdreclasseerder krijgt en de onderzoeker acht het wenselijk om hem over een langere periode (bij voorkeur binnen het kader van een proeftijd van twee jaar) te volgen in zijn sociaal-emotionele, cognitieve en morele ontwikkeling.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 6 oktober 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De Raad sluit zich aan bij uitkomsten/adviezen vanuit de Pro-Justitia rapportage, mede omdat de verdachte de afgelopen maanden goede stappen heeft gemaakt en het op dit moment goed lijkt te doen. De Raad is van mening dat, net zoals uit de Pro-Justitia rapportage naar voren komt, de verdachte gebaat is bij externe controle en begeleiding/sturing binnen een strak kader om de kans op herhaling van strafbaar gedrag te doen verlagen. De Raad acht het voor de verdachte van belang dat de jeugdreclassering nog langer bij hem betrokken blijft om hem verder te kunnen ondersteunen en begeleiden op de domeinen waarop hij een verhoogd risico laat zien en te werken aan de doelen om de kans
op herhaling van strafbaar gedrag te doen verlagen. De Raad is wel van mening dat een contactverbod met slachtoffers en medeverdachten, gezien de aard en ernst van huidig ten laste gelegde, nog van toepassing is. Mede omdat de verdachte geen volledige openheid geeft over zijn contacten/medeverdachten. De Raad heeft, gezien de leeftijd van
de verdachte, ook afgewogen of volwassenreclassering beter zou aansluiten, maar de Raad is van mening dat jeugdreclassering op dit moment nog het best passend is bij de verdachte.
Begeleiding vanuit de jeugdreclassering in combinatie met het volgen van de
erkende, kortdurende, individuele gedragsinterventie So-Cool Regulier voor
jeugdigen met LVB-problematiek en/of tekorten in de sociale probleemoplossende
vaardigheden acht de Raad tevens passend.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- wordt verplicht een positieve invulling van dagbesteding te hebben, bijvoorbeeld in de vorm van werk en/of school en zich te houden aan de regels/afspraken van werk en/of school;
- wordt verplicht een positieve invulling van vrijetijdsbesteding te hebben, bijvoorbeeld in de vorm van sport;
- wordt verplicht zijn medewerking te verlenen aan de interventies en/of hulpverlening die door jeugdreclassering nodig worden geacht;
- wordt verplicht zich gedurende een door de gecertificeerde instelling te bepalen periode en op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;
- wordt verplicht zijn medewerking te verlenen aan de begeleiding vanuit DUCE (Skilled4Life);
- verboden wordt contact te leggen of te laten leggen met slachtoffers en medeverdachten.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR)heeft een briefrapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 10 oktober 2025. JBRR adviseert gemotiveerd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich houdt aan de afspraken met de jeugdreclassering;
- meewerkt aan dagbesteding in de vorm van werk, voor minimaal 24 uur per week;
- meewerkt aan de begeleiding vanuit DUCE of een soortgelijke instelling;
- op geen enkele wijze contact heeft met de medeverdachten.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.
Ter zitting heeft de jeugdreclasseerder, [persoon B], het volgende naar voren gebracht:
De verdachte is een gesloten jongen. Hij heeft zich in de afgelopen periode goed aan de schorsingsvoorwaarden gehouden. De verdachte had moeite om zijn enkelband op tijd op te laden en is daar op aangesproken. Hierna heeft hij het goed aangepakt en heeft hij de enkelbandperiode positief afgerond. De jeugdreclassering adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie, omdat het in de schorsingsperiode goed gaat. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf refereert de jeugdreclasseerder zich aan het oordeel van de rechtbank.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
7.4.1
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusie van de psycholoog wordt gedragen door zijn bevindingen. De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare. Nu bij de verdachte sprake is van zwakbegaafdheid die ook aanwezig was ten tijde van de tenlastegelegde feiten acht de rechtbank de verdachte voor deze feiten verminderd toerekeningsvatbaar
7.4.2.
Straffen
Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen zonder meer een forse onvoorwaardelijke straf, die de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht overschrijdt. De rechtbank is echter van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding geven af te wijken van de straf zoals die door de officier van justitie is gevorderd, die erop zou neerkomen dat de verdachte nog drie maanden terug naar de jeugdgevangenis zou moeten.
Het opleggen van een jeugddetentie langer dan het voorarrest zou mogelijk vanuit het oogpunt van vergelding aan de orde kunnen zijn, maar gaat naar het oordeel van de rechtbank in dit geval ten koste van de resocialisatie van de verdachte. Vergelding is niet het primaire strafdoel in het jeugdstrafrecht, dat gekenmerkt wordt door zijn pedagogische karakter, waarbij het primaire doel (her)opvoeding en resocialisatie is. Hierbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat uit artikel 37, eerste lid aanhef en onder b, en artikel 40, vierde lid, van het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: IVRK) de verplichting volgt om vrijheidsbeneming van minderjarigen slechts als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke passende duur te hanteren en ervoor zorg te dragen dat de strafrechtelijke aanpak het welzijn van minderjarigen niet schaadt en in de juiste verhouding staat tot zowel hun omstandigheden als het strafbare feit. Op grond van artikel 40 lid 1 van het IVRK moeten minderjarigen die worden veroordeeld ter zake van een strafbaar feit, zo worden behandeld dat dit hun herintegratie en opbouwende rol in de maatschappij bevordert.
De rechtbank overweegt dat de verdachte 82 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en hij zich sinds de schorsing daarvan op 2 april 2025 in het algemeen goed aan de schorsingsvoorwaarden inclusief een enkelband en avondklok heeft gehouden. De verdachte wordt sindsdien binnen strakke kaders in zijn ontwikkeling geleid naar het opdoen en versterken van vaardigheden die hij nodig heeft om het gevaar voor recidive te verkleinen. De rechtbank acht het van belang dit geadviseerde traject niet te doorkruisen door de verdachte terug te sturen naar de jeugdgevangenis.
De rechtbank zal om die reden in plaats van een onvoorwaardelijke jeugddetentie die het voorarrest overstijgt, aan de verdachte een forse onvoorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 150 uur, opleggen.
Naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
7.4.3.
Algemene afsluiting
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

[slachtoffer 1]heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd, ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 7.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer 2]heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd, ter zake van het onder 2 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.090,- aan materiële schade en een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer 5]heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd, ter zake van het onder 4 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2.777,12 aan materiële schade en een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer 6]heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer 7]heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van alle vorderingen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft de door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] gevorderde materiële schade niet betwist. Ten aanzien van de immateriële schade van alle benadeelde partijen heeft de verdediging verzocht deze te matigen, nu de uitspraken die ter onderbouwing van de vorderingen zijn overgelegd betrekking hebben op zaken waarin fysiek geweld heeft plaatsgevonden. In casu heeft de verdachte geen fysiek geweld gebruikt en heeft hij het op een vuurwapen gelijkend voorwerp niet specifiek op iemand gericht.
8.3.
Beoordeling
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek hebben benadeelde partijen recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van immateriële schade indien zij ten gevolge van de strafbare feiten letsel hebben opgelopen, in hun eer of goede naam zijn geschaad of op andere wijze in hun persoon zijn aangetast. Van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen.
De rechtbank is van oordeel dat zich met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten een situatie voordoet waarin reeds uit de aard en de ernst van de normaantasting en de gevolgen daarvan volgt dat van een aantasting ‘op andere wijze’ sprake is.
[slachtoffer 1]
Vast staat dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken, waaronder de zaak van de medeverdachte, worden toegekend, stelt de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast op
€ 7.500, -, zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen.
[slachtoffer 2]
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering in zijn geheel, te weten € 1.090,-, worden toegewezen.
Daarnaast staat vast dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.500,-, zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen.
[slachtoffer 5]
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] door het onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering ten aanzien van de materiële schade in zijn geheel, te weten € 2.777,12, worden toegewezen.
Daarnaast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.500,-. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
[slachtoffer 6]
Vast staat dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.500,-, zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen.
[slachtoffer 7]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 3.500, zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen.
Hoofdelijkheid
Nu de verdachte de strafbare feiten samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.
Wettelijke rente
De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf 10 januari 2025.
Nu de vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij
[slachtoffer 1]een schadevergoeding betalen van € 7.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
De verdachte moet de benadeelde partij
[slachtoffer 2]een schadevergoeding betalen van € 4.590,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
De verdachte moet de benadeelde partij
[slachtoffer 5]een schadevergoeding betalen van
€ 6.277,12, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
De verdachte moet de benadeelde partij
[slachtoffer 6]een schadevergoeding betalen van
€ 3.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
De verdachte moet de benadeelde partij
[slachtoffer 7]een schadevergoeding betalen van
€ 3.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9.Vordering tenuitvoerlegging

9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 12 december 2024 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van overtreding van de leerplichtwet 1969 veroordeeld voor zover van belang tot een taakstaf bestaande uit een werkstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 31 december 2024.
9.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering af te wijzen, omdat de onderhavige feiten van andere aard zijn dan het feit waarvoor de voorwaardelijke straf eerder is opgelegd.
9.3.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft eveneens verzocht de vordering af te wijzen.
9.4.
Beoordeling
De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
De rechtbank zal echter niet overgaan tot tenuitvoerlegging van die straf. Deze voorwaardelijke straf is opgelegd om de verdachte te bewegen naar school te gaan, en ziet daarmee op wezenlijk andere feiten dan de onderhavige. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt daarom afgewezen.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 56, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 13 en 55 van Wet wapens en munitie.

11.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot
98 (achtennegentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan dagbesteding in de vorm van werk, voor minimaal 24 uur per week;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de begeleiding vanuit DUCE of een soortgelijke instelling;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats 2] en [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2001 te [geboorteplaats 3] ;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 4] 2002 te
[geboorteplaats 4] , [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 5] 1994 te [geboorteplaats 4] , [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 6] 1952 te [geboorteplaats 5] , [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 7] 1969 te [geboorteplaats 6] , [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum 8] 1967 te [geboorteplaats 7] , [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 9] 1970 te [geboorteplaats 8] en [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum 10] 1968 te [geboorteplaats 1] ;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[slachtoffer 1], te betalen een bedrag van
€ 7.500,- (zegge: zevenduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen
€ 7.500,-(hoofdsom,
zegge: zevenduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[slachtoffer 2], te betalen een bedrag van
€ 4.590,- (zegge: vierduizendvijfhonderdnegentig euro), bestaande uit € 1.090,- aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[slachtoffer 2]te betalen
€ 4.590,- (hoofdsom,
zegge: vierduizendvijfhonderdnegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[slachtoffer 5], te betalen een bedrag van
€ 6.277,12 (zegge: zesduizend tweehonderdzevenenzeventig euro en twaalf eurocent), bestaande uit
€ 2.777,12 aan materiële schade en € 3.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 6.277,12(hoofdsom,
zegge: zesduizend tweehonderdzevenenzeventig euro en twaalf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[slachtoffer 6], te betalen een bedrag van
€ 3.500,- (zegge: drieduizendvijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[slachtoffer 6]te betalen
€ 3.500,-(hoofdsom,
zegge: drieduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[slachtoffer 7], te betalen een bedrag van
€ 3.500,- (zegge: drieduizendvijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[slachtoffer 7]te betalen
€ 3.500,-(hoofdsom,
zegge: drieduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
wijst afde gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 12 december 2024 (in de zaak met parketnummer 10/065846-23) van de kinderrechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. H. Wielhouwer en R. van den Wildenberg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 oktober 2025.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van € 4.000,-, althans een
geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan casino [naam casino] , in
elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n)
door
- op de balie bij de ingang te springen en/of een (op een) vuurwapen (gelijkend
voorwerp) te tonen en/of te richten op die [slachtoffer 1] , en/of
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1]
te houden, en/of
- ( meermalen) "vault" en/of "handpay" te schreeuwen en/of dat hij/zij - verdachte
en/of zijn mededader(s) - geld wilde(n) zien, en/of
- die [slachtoffer 1] tegen de kaak, althans het hoofd, te slaan met een (op een)
vuurwapen (gelijkend voorwerp), en/of
- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat hij op de grond moest gaan liggen en dat hij
niks doms moest doen, en/of
- die [slachtoffer 1] op te tillen en/of in diens rug te duwen (terwijl die [slachtoffer 1]
onder schot wordt gehouden), en/of
- het magazijn uit het vuurwapen te halen en de patronen en/of kogels te tonen;
2
hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
€ 100,- en/of € 300,-, althans een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- te zeggen: "Dit is een overval! Geld, geld! Liggen allemaal!", en/of
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op de vrouw van die [slachtoffer 2]
te richten, en/of
- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen: "Daar zit jouw portemonnee. Ik wil jouw
portemonnee.", en/of
- ( ondertussen) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op de borstkast van
die [slachtoffer 2] te richten, en/of
- de telefoon van die [slachtoffer 3] uit haar handen te trekken en/of op de grond te gooien, en/of
- die [slachtoffer 3] hard tegen haar rechterzijde/rug en/of knie te schoppen, en/of
- de portemonnee van die [slachtoffer 3] uit haar handen te trekken;
3
hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 4] te dwingen tot de afgifte van € 10.000,-, althans een geldbedrag, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan casino [naam casino] , in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n)
- is gesprongen op de balie bij de ingang en/of een (op een) vuurwapen (gelijkend
voorwerp) heeft getoond en/of gericht op die [slachtoffer 4] , en/of
- ( meermalen) "vault" en/of "handpay" heeft geschreeuwd en/of heeft geroepen dat
hij - verdachte en/of zijn mededader(s) - geld wilde(n) zien, en/of
- die [slachtoffer 4] tegen het hoofd heeft geslagen met een (op een) vuurwapen (gelijkend
voorwerp), en/of
- tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd dat hij de kluis moest openen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4
hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om een ring, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n),
weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen
volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] , te plegen met het
oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of
om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,
hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- het casino binnen is/zijn gerend en heeft/hebben geroepen: "Dit is een overval,
wij willen honderdduizend euro!" en/of dat iedereen op de grond moest gaan
liggen, en/of
- tegen die [slachtoffer 5] heeft/hebben gezegd dat hij/zij - verdachte en/of (één van) zijn
mededader(s) - de ring van [slachtoffer 5] wilde hebben, en/of
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [slachtoffer 5] heeft/hebben gericht,
en/of
- de patroonhouder uit het vuurwapen heeft gehaald en/of de kogels
heeft getoond en/of (daarbij) heeft gezegd "voor mensen die denken dat het nep
is!", en/of
- de hand van die [slachtoffer 5] vast heeft gepakt en/of aan de ring van die [slachtoffer 5] heeft
getrokken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5
hij op of omstreeks 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn
een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten
een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een
ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen
geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk
een nabootsing van een pistool, die voor wat betreft de vorm en afmeting een
sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het
merk Glock, model 17, kaliber 6mmBB, voorhanden heeft gehad.