ECLI:NL:RBROT:2025:15392

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
10/169969-24 en 10/115946-24 (gevoegd ttz)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 47 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling jeugdige voor reeks straatroven, afpersingen en schuldheling met deels voorwaardelijke jeugddetentie

De rechtbank Rotterdam heeft op 25 november 2025 uitspraak gedaan in twee gevoegde zaken tegen een verdachte geboren in 2009. De verdachte werd beschuldigd van diverse strafbare feiten, waaronder diefstal met geweld in vereniging, afpersing in vereniging en schuldheling, gepleegd in een periode van twee maanden.

De rechtbank verklaarde meerdere feiten wettig en overtuigend bewezen, waaronder straatroven waarbij slachtoffers onder bedreiging en geweld werden gedwongen hun eigendommen af te staan. De verdachte werd vrijgesproken van opzetheling, maar schuldig bevonden aan schuldheling. De feiten vonden plaats op openbare wegen in Dordrecht, Rotterdam en Zwijndrecht.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de jeugdige leeftijd van de verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn werd de straf gematigd. De verdachte kreeg een jeugddetentie van 133 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 50 uur.

Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan drie benadeelde partijen, variërend van materiële tot immateriële schade, met wettelijke rente en hoofdelijkheid met mededaders. Een vordering werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende bewijs van schadeoorzaak. De verdachte moet zich gedurende de proeftijd houden aan diverse bijzondere voorwaarden, waaronder begeleiding en schoolbezoek.

Uitkomst: De jeugdige verdachte is veroordeeld tot deels voorwaardelijke jeugddetentie van 133 dagen, een werkstraf van 50 uur en schadevergoedingen aan slachtoffers.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummers: 10/169969-24 en 10/115946-24 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 25 november 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsvrouw mr. R. van den Hemel, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 11 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.L. Goudzwaard heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 1, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/115946-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 133 dagen met aftrek
  • met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie.

4.Voeging

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn de beide zaken tegen de verdachte behandeld alsof zij zijn gevoegd. Dit blijkt ook uit het requisitoir en het pleidooi. De rechtbank heeft na het sluiten van het onderzoek echter geconstateerd dat zij ter zitting geen beslissing tot voeging heeft genomen. Nu de rechtbank dit wel in het belang van de verdachte acht, en zowel de officier van justitie als de verdediging bij e-mail van 24 november 2025 hebben aangegeven hiertegen geen bezwaar te hebben, gaat de rechtbank er bij de beoordeling vanuit dat voeging ter zitting daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

5.Waardering van het bewijs

5.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 1, 2 primair, 3 en 5 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/115946-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
5.2.
Bewijswaardering opzet- of schuldheling
5.2.1.
Standpunt verdediging en standpunt officier van justitie
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 4 ten laste gelegde feit. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte op het moment van het voorhanden hebben en het gebruik maken van de scooter niet wist of kon weten dat het een gestolen scooter betrof. De verdachte is impulsief op de toen al draaiende scooter gestapt en heeft op dat moment niet waargenomen dat het een gestolen scooter betrof.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 4 impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldheling. De verklaring van de aangeefster dat de verdachte op de scooter heeft gereden is geloofwaardig. Gezien de staat van de scooter met zichtbare schade, had de verdachte kunnen weten dat de scooter gestolen was.
5.2.2.
Beoordeling
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de impliciet primair ten laste gelegde opzetheling niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
Ten aanzien van de impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldheling overweegt de rechtbank als volgt. Op basis van de verklaring van aangeefster kan worden vastgesteld dat de verdachte op de scooter heeft gereden. De verdachte heeft dit ook bekend. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij niet wist dat de scooter gestolen was, maar wel dat hij heeft gezien dat er schade was aan de voorzijde van de scooter. Dat maakt dat de rechtbank er vanuit gaat dat verdachte de scooter voorafgaand aan het rijden hierop heeft bekeken. Het kan dan ook niet anders dan dat verdachte ook heeft gezien dat de kap kapot was en de aansluiting/bedrading om te starten aan elkaar gemaakt was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte, gelet op de staat waarin de scooter zich bevond, redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de scooter van een misdrijf afkomstig was.
5.2.3.
Conclusie
De in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 4 impliciet primair ten laste gelegde opzetheling is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 4 impliciet subsidiair ten laste gelegde schuldheling is wettig en overtuigend bewezen.
5.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden in het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 4 ten laste gelegde. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 4 ten laste gelegde (schuldheling) heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 1, 2 primair, 3 en 5 en het in de zaak met parketnummer 10/115946-24 onder 1 en 2, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte dit bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 1, 2 primair, 3 en 5 en het in de zaak met parketnummer 10/115946-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
10/169969-24
1
hij op
of omstreeks3 februari 2024 te Dordrecht,
op of aan de openbare weg, te weten het Achterom,
althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
een jas (merk: Stone Island),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan
[slachtoffer 1] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
,envergezeld
en/of gevolgdvan geweld
en/of bedreiging met geweldtegen die [slachtoffer 1] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
ofengemakkelijk te
maken,
of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren,door
meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 1] op te dringen en
/of
- die [slachtoffer 1] te omsingelen en
/of
- op die [slachtoffer 1] af te rennen en
/of
-
in/op/tegen de rug
en/of het lichaamvan die [slachtoffer 1] te duwen en
/of
-
in/op/tegen
het gezicht en/ofhet hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en/of te stompen en
/of
-
(aan
)de jas van die [slachtoffer 1] te trekken en
/of
- die [slachtoffer 1]
(dreigend
)de woorden toe te voegen: "doe je kanker jas uit"
, althans
woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;
2
hij op
of omstreeks8 maart 2024 te Dordrecht
op of aan de openbare weg, te weten
de/het Bagijnhof,
althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door
geweld en/ofbedreiging met geweld
[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk: Nike)
en/of een of
meer/goederen uit voornoemde jas, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten
deleaan die [slachtoffer 2]
en/of een derdetoebehoorde
(n)
door
meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 2] op te dringen en
/of
- die [slachtoffer 2] te omsingelen en
/of
- die [slachtoffer 2]
(dreigend
)de woorden toe te voegen: "trek je zakken leeg en geef je
jas, anders krijg je klappen en
/ofanders gaan we je slaan",
althans woorden van
gelijke (dreigende) aard en/of strekkingen
/of
-
(daarbij
)die [slachtoffer 2] bij
(de kraag van
)zijn jas vast te pakken
en/of te houden;
3
hij op
of omstreeks10 maart 2024 te Rotterdam
op of aan de openbare weg, te weten de Hoogstraat,
althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en
/ofbedreiging met geweld
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van Airpods en
/ofeen
(bijbehorende
)case,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan die [slachtoffer 3]
en/of een derde
toebehoorde
(n
)door
meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 3] op te dringen en
/of
- de schouder van die [slachtoffer 3] vast te pakken en
/ofdie [slachtoffer 3]
(vervolgens
)om te
draaien en
/of
- die [slachtoffer 3] bij
(de kraag van
)zijn jas vast te pakken en
/of te houden en/of
- die [slachtoffer 3]
(dreigend
)de woorden toe te voegen: "geef me je kanker airpods, anders
slaan we je in elkaar" en
/of"geef me die case"
, althans woorden van gelijke
(dreigende) aard en/of strekking;
4
hij in
ofop28 maart 2024 te
Dordrecht, een scooter (merk: Momo Morino, met kenteken: [kentekennummer] ),
althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad,
en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van
de verwerving ofhet voorhanden krijgen van dit goed
wist,
althansredelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen
goed betrof;
5
hij op
of omstreeks17 maart 2024 te Zwijndrecht
op of aan de openbare weg, te weten het Stationsplein,
althans een openbare weg
en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door
geweld en/ofbedreiging met geweld
[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een blikje cola,
in elk geval enig goed,
dat/die
geheel of ten deleaan die [slachtoffer 4]
en/of een derdetoebehoorde
(n)
door
meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 4] op te dringen en
/of
- die [slachtoffer 4]
(dreigend
)de woorden toe te voegen: "koop wat te drinken voor me,
anders steek ik je neer" en
/of"dit doet hij vaker, hij heeft vaker vast gezeten, het
boeit hem niet meer"
en/of, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of
strekking;
10/115946-24
1
hij op
of omstreeks3 april 2024 te Rotterdam
op of aan de openbare weg, te weten de Brielselaan,
althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,
een telefoon,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan
[slachtoffer 5] en/of
[slachtoffer 6]
en/of [naam bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
,envergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] , gepleegd
met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
ofengemakkelijk te maken,
of om,
bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf
hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door
- zich dreigend aan die [slachtoffer 5] op te dringen en
/of
- de kraag van die [slachtoffer 5] vast te pakken en
/of
- ( vervolgens/daarbij) die [slachtoffer 5] een mes (een machete) te tonen en
/of
- met voornoemd mes (machete)
(in de richting van die [slachtoffer 5]
)te zwaaien
(ten
gevolge waarvan die [slachtoffer 5] in zijn vinger wordt gesneden en de telefoon los laat
)
en
/of
- die [slachtoffer 5] (daarbij) meermalen,
althans eenmaal, (dreigend
)de woorden toe te
voegen: "ben je van de telefoons?" en
/of"doe de bus open"
, althans woorden van
gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij op
of omstreeks3 april 2024 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen,
terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een
mes, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

6.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
10/169969-24
1
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het
oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
2
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg
3
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg
4
schuldheling
5
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg
10/115946-24
1
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen
personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die
diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare
weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
2
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

7.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

8.Motivering straf

8.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
8.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op veertienjarige leeftijd samen met anderen in wisselende samenstellingen, in een periode van twee maanden, schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten.
De verdachte heeft zich op 3 februari 2024 samen met anderen schuldig gemaakt aan een straatroof, waarbij de verdachte en de medeverdachten het slachtoffer [slachtoffer 1] van zijn jas hebben beroofd. Zij hebben daarbij het slachtoffer omsingeld, geduwd, geslagen, geroepen dat hij zijn jas moest uittrekken en het slachtoffer vervolgens bij zijn jas gepakt en deze uitgetrokken.
De verdachte heeft zich vervolgens op 8 maart 2024 samen met anderen schuldig gemaakt aan een straatroof, waarbij slachtoffer [slachtoffer 2] door geweld en bedreiging met geweld is gedwongen zijn jas af te staan. Het slachtoffer is daarbij bij zijn schouders getrokken, omsingeld en woordelijk bedreigd.
De verdachte heeft zich daarna op 10 maart 2024 samen met anderen schuldig gemaakt aan een afpersing. De verdachte en de medeverdachten hebben slachtoffer [slachtoffer 3] op straat met geweld en bedreiging met geweld gedwongen zijn Airpods met bijbehorende case af te geven.
De verdachte heeft zich hierna op 17 maart 2024 samen met een ander schuldig gemaakt aan een afpersing. De verdachte en de medeverdachte hebben het slachtoffer ( [slachtoffer 4] ) op het Stationsplein te Zwijndrecht onder bedreiging met geweld gedwongen een blikje cola voor hen te kopen.
De verdachte heeft ook op 28 maart een scooter voor handen gehad waarvan hij had moeten vermoeden dat deze gestolen was. De verdachte heeft hierdoor geprofiteerd van een misdrijf dat door (een) ander(en) is gepleegd. Dergelijke feiten bevorderen het plegen van diefstallen en berokkenen schade aan de slachtoffers.
De verdachte heeft zich ten slotte op 3 april 2024 samen met een medeverdachte, in opdracht van een derde, schuldig gemaakt aan een straatroof en het (medeplegen van het) voorhanden hebben van een mes (machete). De aangever, werkzaam als koerier, is daarbij nietsvermoedend naar een woning gelokt. Daar is hij met geweld en bedreiging met geweld beroofd van zijn bestelling. De aangever heeft daarbij onder meer een snijwond aan zijn rechtermiddelvinger opgelopen.
De verdachte heeft hiermee enkel gehandeld met het oog op eigen financieel gewin en daarbij geen enkel respect gehad voor de bezittingen en het gevoel van veiligheid van de slachtoffers. Met hun handelen is voor de slachtoffers een bijzonder dreigende situatie gecreëerd op voor het publiek toegankelijke plaatsen en is tevens inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van feiten zoals deze, ook na langere tijd nog veel last kunnen hebben van wat hen is overkomen en voor langere tijd gevoelens van onveiligheid op straat kunnen ervaren. Dit blijkt ook uit de toelichtingen bij het verzoek tot schadevergoeding van de slachtoffers.
8.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
8.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
8.3.2.
Rapportage en de verklaring van de deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 november 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte lijkt zich zonder nadenken te hebben laten meeslepen in crimineel gedrag door zijn vrienden en de jongeren met wie hij omging. Het dynamisch risicoprofiel komt uit op heel laag, wat betekent dat er vrijwel geen veranderbare factoren zijn in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die van invloed zijn op het recidiverisico. De verdachte heeft naar aanleiding van de huidige verdenking in voorarrest gezeten. De Raad vindt het daarom van belang dat de verdachte niet opnieuw in detentie gaat. Het onvoorwaardelijke deel van de straf moet volgens de Raad worden gelijkgesteld aan de duur van zijn voorarrest.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie en een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf, met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan de coaching / begeleiding vanuit het K en J Centrum te Dordrecht, meewerkt aan de hulpverlening vanuit de Waag te Dordrecht, meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek, naar school zal gaan volgens rooster en zich zal houden aan de regels en afspraken van school, een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft in de vorm van sport en een bijbaan en zich gedurende een door de gecertificeerde instelling te bepalen periode en op door de gecertificeerde instelling te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken.
De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.
Ter zitting heeft de jeugdreclasseerder, [persoon A] het volgende naar voren gebracht:
In de beginperiode werkte de verdachte goed mee aan de gestelde maatregelen. Gaandeweg nam zijn motivatie echter af. Het was moeilijk met de verdachte in gesprek te gaan. Hij maakte op mij soms een onverschillig indruk.
De verdachte heeft een goede band met zijn coach, maar het is de vraag of deze begeleiding aansluit bij wat de verdachte nodig heeft. Binnenkort vindt hierover een gesprek plaats, waarin wordt beoordeeld in hoeverre aan de door ons gestelde doelen wordt gewerkt.
Aanvankelijk was de verdachte niet gemotiveerd voor behandeling bij de Waag, waardoor het persoonlijkheidsonderzoek niet kon worden afgenomen. De verdachte is een periode bij zijn zus geplaatst en daar liet hij zien dat hij zich wel aan afspraken kon houden. Zijn motivatie voor behandeling is toen ook gewijzigd. Zijn behandeling bij de Waag is van start gegaan. Het persoonlijkheidsonderzoek is echter niet verricht en inmiddels is dit achterhaald. Een persoonlijkheidsonderzoek is naar de mening van de jeugdreclasseerder niet meer nodig nu de verdachte zijn behandeling volgt bij de Waag en deze bijna ten einde is, een coach heeft en hij naar school blijft gaan. De verdachte heeft zich gedurende de gehele schorsingsperiode niet goed kunnen houden aan het contactverbod. Dit blijkt ook uit recente meldingen. De verdachte is zeer trouw aan zijn vrienden waardoor het naleven van het contactverbod in de praktijk niet te handhaven was. Ik sta achter het strafadvies van de Raad.
8.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin het jeugdstrafrecht wordt toegepast, te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden nadat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is aangevangen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. De redelijke termijn is in de zaak met parketnummer 10/169969-24 aangevangen met de inverzekeringstelling van de verdachte op 21 mei 2024 en in de zaak met parketnummer 10-115946-24 is de redelijke termijn aangevangen met de inverzekeringstelling van de verdachte op 3 april 2024. In de onderhavige zaken is de redelijke termijn dus overschreden met respectievelijk 1 en 3 maanden. Deze overschrijding is niet toe te rekenen aan de verdachte en er is ook geen sprake van bijzondere omstandigheden. De rechtbank houdt daar rekening mee bij het bepalen van de straf.
Verdachte heeft in een korte periode een aantal ernstige strafbare feiten gepleegd. Gezien de ernst van de feiten kan dan ook niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daarnaast is acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat er in de (korte) periode waarin hij de strafbare feiten heeft gepleegd sprake was van een onrustige thuissituatie. In de (relatief lange) periode sinds het plegen van de strafbare feiten is deze situatie verbeterd en heeft de verdachte meegewerkt met de hulpverlening. Sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis is de verdachte ook niet opnieuw de fout in gegaan. Mede gelet op de rapportage van de Raad en het standpunt van de jeugdreclassering ter zitting, is de rechtbank dan ook van oordeel dat het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie niet langer moet zijn dan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarom zal de rechtbank de jeugddetentie deels voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens voor de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Hierbij overweegt de rechtbank dat er, gezien de door de jeugdreclassering gegeven toelichting, geen aanleiding wordt gezien om in de bijzondere voorwaarden de verplichting op te nemen om bij de verdachte een persoonlijkheidsonderzoek te laten verrichten.
De rechtbank vindt het wel van belang dat de verdachte merkt dat zijn eerdere negatieve gedrag gevolgen heeft. Gelet op de ernst van de feiten en de hoeveelheid daarvan, kan niet worden volstaan met alleen een onvoorwaardelijke straf gelijk aan het voorarrest. Daarom zal de rechtbank ook een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van na te noemen duur opleggen. Deze taakstraf valt lager uit dan door de officier van justitie is geëist, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

9.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Parketnummer 10/169969-24
Ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft [slachtoffer 1] zich als de benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 200,- aan materiële schade en een bedrag van € 2000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit heeft [slachtoffer 3] zich als de benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 279,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit heeft [slachtoffer 7] zich als de benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van
€ 681,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Parketnummer 10/115946-24
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 5] , ter zake van de onder parketnummer 10/115946-24 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.505,- aan materiële schade en een bedrag van € 12.500.- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelden [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] in hun geheel en hoofdelijk dienen te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] dient niet ontvankelijk worden verklaard, nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die de schade aan de scooter heeft veroorzaakt.
Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] stelt de officier van justitie dat deze voldoende is onderbouwd. Zij verzoekt de materiële schade volledig toe te wijzen en de immateriële schade, evenals in de zaak van de medeverdachte, toe te wijzen tot een bedrag van € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte en zijn medeverdachte zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade.
9.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schadevordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] onvoldoende is onderbouwd. Indien deze vordering wordt toegewezen verzoekt de verdediging deze sterk te matigen en hoofdelijk op te leggen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde [slachtoffer 3] refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, nu niet kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die de schade aan de scooter heeft veroorzaakt
De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] op het standpunt gesteld dat de toewijzing van de immateriële schade dient te worden beperkt tot het bedrag dat in de zaak van de medeverdachte is toegewezen en deze bij toekenning hoofdelijk op te leggen en het overige verzochte niet ontvankelijk te verklaren.
9.3.
Beoordeling
Parketnummer 10/169969-24
[slachtoffer 1]
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering tot vergoeding van materiële schade ter hoogte van € 200,- worden toegewezen.
Daarnaast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij ook immateriële schade is toegebracht, gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit en de inbreuk die daarmee is gemaakt op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij. Deze schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 500,-, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering ontoereikend zijn om in het onderhavige geding vast te kunnen stellen dat de normschending door de verdachte tot een hoger bedrag aan immateriële schade bij de benadeelde partij heeft geleid. De vordering zal tot dit bedrag worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard., Het overige deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 3 februari 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
[slachtoffer 3]
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de hoogte van de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering van € 279,- worden toegewezen.
Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 10 maart 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
[slachtoffer 7]
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu in het onderhavige geding niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het onder 4 bewezen verklaarde feit.
Parketnummer 10/115946-24
[slachtoffer 5]
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding met betrekking tot het eigen risico voor de medische kosten ten bedrage van € 385,- is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat de onderbouwing van het overige deel van de vordering ontoereikend is nu zonder nadere toelichting uit de overgelegde stukken die ter onderbouwing zijn overgelegd niet kan worden opgemaakt hoe tot de hoogte van de gevorderde schade wordt gekomen. Nader onderzoek naar de gegrondheid van de vordering en de omvang daarvan zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat dit een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. De benadeelde partij zal voor de overige opgevoerde materiële schadeposten daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Ook is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde partij is het slachtoffer geworden van een straatroof, gepleegd door meerdere daders, waarbij geweld is gebruikt en is gedreigd met een mes. Hij heeft hierbij een snijwond aan zijn hand opgelopen. Verder is er een posttraumatische stressstoornis (PTSS) vastgesteld bij de benadeelde partij, waarvoor hij (langdurig) behandeling ondergaat. Gebleken is dat het feit een enorme impact op de benadeelde partij heeft gehad en dat hij tot op heden nog steeds een groot gevoel van onveiligheid ervaart. De immateriële schade zal op dit moment op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 4.000,-. De bewijsstukken die ter onderbouwing van de vordering in het geding zijn gebracht, zijn op dit moment ontoereikend om tot het door de benadeelde partij gevorderde bedrag te komen. Ook hierbij geldt dat nader onderzoek naar de gegrondheid van de vordering en de omvang daarvan een uitgebreide nadere behandeling zou vereisen. De rechtbank is van oordeel dat dit een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan daarom slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden
toegekend, samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk
aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij [slachtoffer 5] betaalt, is
de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente over de materiële schade vanaf 31 oktober 2024. Niet aangevoerd of onderbouwd is op welke moment de benadeelde partij het eigen risico aan de verzekeraar heeft voldaan. De rechtbank hanteert daarom 31 oktober 2024 als aanvangsdatum, nu uit de overzichten blijkt dat het eigen risico op die datum was verbruikt. De wettelijke rente over de immateriële schade is verschuldigd met ingang van 3 april 2024 (de dag van het schade toebrengende feit).
Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
9.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 1] een schadevergoeding betalen van
€ 700,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 3] een schadevergoeding betalen van
€ 279,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 7] wordt in deze procedure over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.
De verdachte moet de benadeelde partij [slachtoffer 5] een schadevergoeding betalen van
€ 4.385-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Schadevergoedingsmaatregel
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel ten aanzien van de schadevergoeding voor de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312, 317, 417bis van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 en Pro 54 van de Wet wapens en munitie.

11.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 4 impliciet primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/169969-24 onder 1, 2 primair, 3, 4 impliciet subsidiair en 5 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/115946-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
jeugddetentie voor de duur van 133 (honderddrieëndertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot
100 (honderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west, gevestigd te Dordrecht, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de begeleiding door een coach;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de hulverlening van de Waag of een soortgelijke instelling, indien en voor zolang de jeugdreclassering dat nodig acht;
- gedurende de proeftijd naar school zal gaan volgens rooster;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
25 (vijfentwintig) dagen;
heft op de bevelen tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van
€ 700,- (zegge: zevenhonderd euro), bestaande uit € 200,- aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen
€ 700,-(hoofdsom,
zegge: zevenhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , te betalen een bedrag van
€ 279,- (zegge: tweehonderdnegenenzeventig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[slachtoffer 3]te betalen
€ 279,-(hoofdsom,
zegge: tweehonderdnegenenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[slachtoffer 5], te betalen een bedrag van
€ 4.385,- (
zegge: vierduizend driehonderdvijfentachtig euro), bestaande uit € 385,- aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf respectievelijk 31 oktober 2024 en 3 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[slachtoffer 5]te betalen
€ 4.385,- (hoofdsom,
zegge: vierduizend driehonderdvijfentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf respectievelijk 31 oktober 2024 en 16 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. Loorbach, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.I. Hendriks-van Wel en S.C. Sassen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 november 2025.
De oudste rechter, jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
10/169969-24
1
hij op of omstreeks 3 februari 2024 te Dordrecht,
op of aan de openbare weg, te weten het Achterom, althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een jas (merk: Stone Island), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te
maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan
het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, door meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 1] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 1] te omsingelen en/of
- op die [slachtoffer 1] af te rennen en/of
- in/op/tegen de rug en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te duwen en/of
- in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en/of te
stompen en/of
- ( aan) de jas van die [slachtoffer 1] te trekken en/of
- die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toe te voegen: "doe je kanker jas uit", althans
woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 8 maart 2024 te Dordrecht
op of aan de openbare weg, te weten de/het Bagijnhof, althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk: Nike) en/of een of
meer/goederen uit voornoemde jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)
door meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 2] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 2] te omsingelen en/of
- die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toe te voegen: "trek je zakken leeg en geef je
jas, anders krijg je klappen en/of anders gaan we je slaan", althans woorden van
gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 2] bij (de kraag van) zijn jas vast te pakken en/of te houden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 maart 2024 te Dordrecht,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een jas (merk: Nike) en/of een of
meer/goederen uit voornoemde jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n)
- zich dreigend aan die [slachtoffer 2] heeft opgedrongen en/of
- die [slachtoffer 2] heeft omsingeld en/of
- die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "trek je zakken leeg en geef
je jas, anders krijg je klappen en/of anders gaan we je slaan", althans woorden van
gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- ( daarbij) die [slachtoffer 2] bij (de kraag van) zijn jas heeft vastgepakt en/of
vastgehouden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
hij op of omstreeks 10 maart 2024 te Rotterdam
op of aan de openbare weg, te weten de Hoogstraat, althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van Airpods en/of een (bijbehorende) case,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 3] en/of een derde
toebehoorde(n)
door meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 3] op te dringen en/of
- de schouder van die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of die [slachtoffer 3] (vervolgens) om te
draaien en/of
- die [slachtoffer 3] bij (de kraag van) zijn jas vast te pakken en/of te houden en/of
- die [slachtoffer 3] (dreigend) de woorden toe te voegen: "geef me je kanker Airpods, anders
slaan we je in elkaar" en/of "geef me die case", althans woorden van gelijke
(dreigende) aard en/of strekking;
4
hij in of omstreeks de periode van 27 maart 2024 tot en met 28 maart 2024 te
Dordrecht,
een scooter (merk: Momo Morino, met kenteken: [kentekennummer] ), althans een goed heeft
verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen
goed betrof;
5
hij op of omstreeks 17 maart 2024 te Zwijndrecht
op of aan de openbare weg, te weten het Stationsplein, althans een openbare weg
en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door geweld en/of bedreiging met geweld
[slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een blikje cola, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde(n)
door meermalen, althans eenmaal,
- zich dreigend aan die [slachtoffer 4] op te dringen en/of
- die [slachtoffer 4] (dreigend) de woorden toe te voegen: "koop wat te drinken voor me,
anders steek ik je neer" en/of "dit doet hij vaker, hij heeft vaker vast gezeten, het
boeit hem niet meer" en/of, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of
strekking.
10/115946-24
1
hij op of omstreeks 3 april 2024 te Rotterdam
op of aan de openbare weg, te weten de Brielselaan, althans een openbare weg,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of
[slachtoffer 6] en/of [naam bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld
en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5] , gepleegd
met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om,
bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf
hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door
- zich dreigend aan die [slachtoffer 5] op te dringen en/of
- de kraag van die [slachtoffer 5] vast te pakken en/of
- ( vervolgens/daarbij) die [slachtoffer 5] een mes (een machete) te tonen en/of
- met voornoemd mes (machete) (in de richting van die [slachtoffer 5] ) te zwaaien (ten
gevolge waarvan die [slachtoffer 5] in zijn vinger wordt gesneden en de telefoon los laat)
en/of
- die [slachtoffer 5] (daarbij) meermalen, althans eenmaal, (dreigend) de woorden toe te
voegen: "ben je van de telefoons?" en/of "doe de bus open", althans woorden van
gelijke dreigende aard en/of strekking;
2
hij op of omstreeks 3 april 2024 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een
mes, voorhanden heeft gehad.