ECLI:NL:RBROT:2025:15410

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1433
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing van de schuldsaneringsregeling voor een verzoekster met problematische schulden en de beoordeling van de inspanningsverplichting

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) voor mevrouw [verzoekster]. Mevrouw [verzoekster] bevond zich in een problematische schuldensituatie en had een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de Wsnp. Tijdens de zitting op 16 december 2025 zijn verschillende betrokkenen verschenen, waaronder schuldhulpverleners en een beschermingsbewindvoerder. De rechtbank heeft vastgesteld dat mevrouw [verzoekster] niet heeft voldaan aan de inspanningsverplichting, omdat zij geen sollicitatieactiviteiten heeft ondernomen en geen eerdere ingangsdatum voor de Wsnp heeft verzocht. Ondanks deze tekortkomingen heeft de rechtbank besloten om mevrouw [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp, gebruikmakend van de hardheidsclausule. De rechtbank heeft geoordeeld dat mevrouw [verzoekster] haar omstandigheden onder controle heeft gekregen, mede door de stabilisatie van haar financiële situatie door beschermingsbewind. De rechtbank heeft de looptijd van de Wsnp vastgesteld op achttien maanden, met een ingangsdatum van 24 december 2025. Tevens zijn er verplichtingen opgelegd aan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp, waaronder de informatieverplichting en de verplichting om geen nieuwe schulden te maken. De rechtbank heeft mr. E.A. Vroom benoemd tot rechter-commissaris en mr. N.N. van Klaveren als bewindvoerder. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
24 december 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 16 december 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [verzoekster] ,
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener van de gemeente IJsselgemeenten,
- mevrouw [persoon B] , schuldhulpverlener van de gemeente IJsselgemeenten,
- mevrouw S. Crus, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
Mevrouw [verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de schulden aan verschillende kinderopvanginstellingen, in totaal € 18.612,19, en de schulden aan het CJIB, in totaal € 19.630,50, welke zijn ontstaan binnen de in artikel 288, eerste lid, onder b, Faillissementswet bedoelde termijn van drie jaar, niet te goeder trouw zijn ontstaan. De CJIB-schulden betreffen verkeersboetes, terwijl voorts is gebleken dat ontvangen kinderopvangtoeslag niet (volledig) is aangewend voor het doel waarvoor deze was bestemd, te weten de betaling van de kosten van kinderopvang. Deze schulden staan in beginsel in de weg aan toelating tot de schuldsaneringsregeling.
2.3.
De rechtbank ziet in dit geval echter aanleiding om mevrouw [verzoekster] , met toepassing van de hardheidsclausule, alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling. Daarbij is van belang dat voldoende aannemelijk is geworden dat mevrouw [verzoekster] de omstandigheden die hebben geleid tot het ontstaan van deze schulden thans onder controle heeft gekregen. Mevrouw [verzoekster] staat sinds 5 juli 2024 onder beschermingsbewind, hetgeen heeft geleid tot stabilisatie van haar financiële situatie. Daarnaast beschikt zij niet langer over een auto, waardoor het opnieuw ontstaan van verkeersboetes niet meer in de rede ligt. De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat mevrouw [verzoekster] zich gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling aan haar verplichtingen zal houden.
2.4.
Mevrouw [verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.5.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.6.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.7.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.8.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.9.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Daarbij is van belang dat geen sollicitatieactiviteiten zijn onderbouwd of met stukken zijn aangetoond. Voor zover mevrouw [verzoekster] door de gemeente is ontheven van de arbeids- en sollicitatieverplichting, geldt dat deze ontheffing is verleend vanwege de zorg voor kinderen jonger dan vijf jaar. Een dergelijke ontheffing op sociale gronden kan binnen de schuldsaneringsregeling echter niet worden aangenomen, nu de Wsnp geen vrijstelling van de inspanningsverplichting kent op grond van zulke sociale omstandigheden, temeer nu daarvoor voorzieningen bestaan. Gelet hierop is niet voldaan aan de inspanningsverplichting als bedoeld in de Wsnp en kan geen eerdere ingangsdatum worden vastgesteld.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). Mevrouw [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [verzoekster] .
3.6.
Als mevrouw [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1997 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 24 december 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 24 juni 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. E.A. Vroom, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025. [1]