2.3.3.Bewijsmotivering feit 1 subsidiair onder parketnummer 10-194522-24
De bewezenverklaring van feit 1 subsidiair is gebaseerd op de hieronder opgenomen redengevende inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie
Op 30 december 2023, in de gemeente Hoeksche Waard, zagen wij een Redbull koelkast in brand staan. Wij zagen een groep van ongeveer tien jongeren wegrennen. Wij zagen dat er vuur uit de koelkast kwam. Ongeveer vijf seconden na het zien van het vuur, ontplofte de koelkast met een grote vuurbal tot gevolg. Wij schatten de vuurbal op ongeveer tien bij tien meter groot. Wij zagen dat er scherven van deze koelkast in de gehele omgeving terechtkwamen. Wij voelden de druk en hitte van de explosie door de ruiten van ons dienstvoertuig. Door de klap en drukgolf hadden wij beiden last van een drukkend gevoel op onze oren. Ik, verbalisant, had tevens hoofdpijn na de ontploffing. De bewoner van de [adres 2] verklaarde dat de ruit naast haar deur stuk was gegaan door de ontploffing.
2. Proces-verbaal van de politie
De telefoon die in beslag genomen was onder verdachte Boender werd onderzocht.
[telefoonnummer 1] ([naam 1]) 30-12-2023 15:52:05
Heb jij dat redbull ding neergezet?
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12·2023 15:55:12
Ja moet je effe laten staan
[telefoonnummer 1] ([naam 1]) 30-12-2023 15:55:23
Wat ga je doen dan
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12-2023 15:57:52
Die gaan ze gebruiken
[telefoonnummer 3] ([naam 2]) 31-12-20 23 19:09:54
Komt het vreugdenvuur eigenlijk nog wel
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12-2023 19:25:32
Jazeker alles nog een beetje rustig houden nu hè
[telefoonnummer 3] ([naam 2]) 31-12-2023 19:26:12
Gewoon zelfde plek of moeten we ergens anders heen lopen haha
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12-2023 19:26:58
Nee we hopen t gewoon op t kruispunt te kunnen doen weer
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12-2023 19:07:07
Anders zal ik t sws zeggen
[telefoonnummer 3] ([naam 2]) 31-12-2023 19:27:34
Oke oke
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12·2023 19:54:03
Wordt rond kwart over 12 als we hem aansteken
[naam 3] 02-01-2024 15:27:18
Heb je dat filmpje van die koelkast die jullie hebben opgeblazen?
[verdachte] 02-01-2024 15:29:15
Hahaha ja die heb ik
3. Proces-verbaal van de politie
Ik was bezig met het opsporingsonderzoek naar de ongeregeldheden rondom oud en nieuw in Nieuw-Beijerland. Ik zag dat een bericht vooraf ging aan het bericht van [verdachte]:
[telefoonnummer 4] ([naam 4]) 30-12-2023 20:34:31
Nog naar skatebaan?
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12-2023 20:41:05
Bij de plus doen?
[telefoonnummer 4] ([naam 4]) 30-12-2023 20:41:32
Denk dat het daar te veel benzine voor is
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12-2023 20:42:05
Dan blaas je t een beetje de andere kant op
1641413187 ([verdachte]) 30-12-2023 21:21:33
Rond kwart voor 11 allemaal plus
Ik zag dat '[naam 4]', dat is [naam 4], voorstelt om naar de skatebaan te gaan. Waarop '[verdachte]' dat is [verdachte], aangeeft bij de Plus te doen.
4. Verklaring van de verdachte
De koelkast die op 30 december 2023 de lucht in is gegaan, mocht bij mij in de tuin staan. Deze koelkast zou gebruikt worden voor het vreugdevuur.
2.3.2.Bewijsmotivering
De rechtbank dient te beoordelen hoe de rol van de verdachte in juridische zin moet worden geduid en of de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het teweegbrengen van een ontploffing.
Op basis van het dossier is niet komen vast te staan dat de verdachte direct betrokken was bij de uitvoeringshandelingen die tot de ontploffing van de koelkast hebben geleid. Het is dus de vraag of de verdachte, ter uitvoering van een gezamenlijk plan, zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat van medeplegen gesproken kan worden. In dat geval moet de materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit van voldoende gewicht zijn. De rechtbank stelt vast dat de koelkast die voor de ontploffing werd gebruikt, in de tuin van de verdachte stond en door hem beschikbaar werd gesteld. Daarnaast volgt uit de Whatsapp-gesprekken dat hij communiceerde over de locatie en het tijdstip van de ontploffing. Hiermee heeft de verdachte een rol gehad in de voorbereiding van de ontploffing en heeft daarmee een bijdrage heeft geleverd aan het strafbare feit. Deze bijdrage is echter van onvoldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het primair ten laste gelegde feit.
Ten aanzien van het subsidiaire feit overweegt de rechtbank als volgt. Om tot een bewezenverklaring van het opzet van de verdachte te komen, is vereist dat de verdachte willens en wetens heeft bijgedragen aan het teweegbrengen van een ontploffing, dan wel dat hij bewust de aanmerkelijke kans op een ontploffing heeft aanvaard. De koelkast die later is ontploft, werd in overleg met de verdachte in zijn tuin bewaard. Uit de Whatsapp-gesprekken blijkt dat de verdachte in grote lijnen op de hoogte was van wat er op de avond van 30 december 2023 zou gebeuren. Hij wist dat er op een speciaal gekozen locatie een grote hoeveelheid benzine in de afgesloten koelkast zou worden gegoten, met de bedoeling deze in brand te steken. Daarnaast blijkt uit de gesprekken dat de verdachte door de medeverdachte gewaarschuwd is voor de gevaren van dit voornemen, gelet op de hoeveelheid benzine die zou worden gebruikt. Gelet op deze feiten heeft de verdachte hiermee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de door hem beschikbaar gestelde koelkast gebruikt zou worden voor een ontploffing. De verklaring van de verdachte dat hij dacht dat de koelkast enkel voor een haardvuur gebruikt werd, is niet aannemelijk geworden en wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit, namelijk de medeplichtigheid aan het medeplegen van de ontploffing.
2.3.3.Bewijsmotivering feit 1 primair onder parketnummer 10-259295-24
De bewezenverklaring van feit 1 primair is gebaseerd op de hieronder opgenomen redengevende inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie
Op 11 augustus 2024 vond een verkeersongeval plaats op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de C.G. Roosweg in Krimpen aan den IJssel. De C.G. Roosweg maakt deel uit van de provinciale weg N2 10. Aldaar bestaat de weg uit één rijbaan met twee rijstroken die door een doorgetrokken streep werden gescheiden. De rijbaan van de C.G. Roosweg is ter hoogte van de ongevalsplaats gelegen op een viaduct en maakt
aldaar, gezien vanuit de rijrichting van de taxi, een vloeiende bocht naar rechts.
Gesteld kan worden dat de taxi zich tijdens de botsing op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook bevond en met de voorzijde tegen de voorzijde van de bromfiets was gebotst.
2. Verklaring van de verdachteOp 11 augustus 2024 heb ik een taxibus bestuurd. Toen ik de brug opreed, keek ik naar de persoon rechts van mij. Ik keek op mijn telefoon om de navigatie te volgen. Mijn telefoon lag onder de radio, iets hoger dan kniehoogte. De telefoon zat niet in een houder, maar lag in een bakje. Ik kreeg een flauw gevoel en keek nogmaals naar die man. Voordat ik het wist, vond er een botsing plaats. Achteraf gezien was ik niet fit genoeg om de taxibus te besturen.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de getuige
Op 11 augustus 2024 zat ik in de taxibus die het ongeluk heeft veroorzaakt. Ik zat naast de bestuurder van de taxibus. Wij reden op de Algerabrug in de richting van Krimpen aan den IJssel. Wij waren net de brug gepasseerd en het viel mij op dat het hekje aan de linkerzijde van ons, dat betreft dus de rijstrook richting Capelle, steeds dichterbij kwam. We reden dus op de verkeerde weghelft. Ik zag toen een scooterrijder op ons af komen, waardoor de bus frontaal tegen de scooterrijder aanreed.
4. Letselbeschrijving van het slachtoffer
Letselbeschrijving betreffende [slachtoffer] op basis van informatie van traumachirurg van het Erasmus MC betreffende de opname van 12-08-2024 tot en met 15-08-2024.
- Hersenbloeding aan de voorzijde rechts van het hoofd.
- Botbreuk van het rechter jukbeen, de bovenkaak rechts en de bodem van de rechter oogkas.
- Botbreuken van de negende en tiende rib links.
- Botbreuken van beide onderarmen.
- Botbreuk aan de polszijde van het spaakbeen van de rechterarm.
- Botbreuk van de rechterpink.
- Botbreuk van het linker haakvormig been (een van de handwortelbeentjes).
- Wond in de linker lies met een aantal andere schaafverwondingen.
- Botbreuk van het middenvoetsbeen van de grote teen, doorlopend tot in het gewricht.
- Bloed tussen de hersenvliezen in de hersenen
Op 11-08-2024 werd betrokkene geopereerd aan de breuken van beide onderarmen waarbij vier platen zijn geplaatst. Er werd een onderbeen gips voor het botbreuk van het middenvoetsbeen gegeven. Er werden poliklinische vervolgafspraken gemaakt bij de kaakchirurg, neuroloog en oogarts.
Bij ongecompliceerd beloop wordt de verwachte genezingsduur geschat op 3 maanden, restloos herstel is onzeker.
2.3.1.Bewijsmotivering
De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of de verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW, zoals primair ten laste is gelegd. Dit is het geval bij een verwijtbare aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid. Bij de beoordeling hiervan komt het onder meer aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Gelet hierop kan niet in zijn algemeenheid worden bepaald of één verkeersovertreding hiervoor voldoende is. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag in strijd met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.
Vast staat dat de verdachte, als bestuurder van zijn taxibus, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden op de rijbaan van de C.G. Roosweg. Hij heeft de doorgetrokken streep op de rijbaan overschreden en is daardoor op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer terechtgekomen. De verdachte is vervolgens frontaal tegen de op die weghelft rijdende tegenligger aangereden.
De rechtbank overweegt dat provinciale wegen – en zeker waarbij de rijstroken voor het elkaar tegemoetkomende verkeer niet fysiek van elkaar zijn gescheiden – bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid van weggebruikers vragen. Dit geldt in nog sterkere mate ter plaatse van het ongeval, omdat de weg daar een flauwe bocht naar rechts maakt. Dat de wegsituatie om grote voorzichtigheid vraagt, wordt benadrukt door de aanwezigheid van de doorgetrokken streep op het midden van de weg die een absoluut inhaalverbod aanduidt.
Door op deze weg, zonder duidelijke aanleiding, als bestuurder niet zoveel mogelijk rechts te houden, maar rechtdoor te rijden, waardoor hij op de voor het hem tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook terecht is gekomen, heeft verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedragen. Gelet op de afstand die de verdachte moet hebben afgelegd voordat hij op de verkeerde rijstrook reed en de tijd die daarmee gemoeid moet zijn geweest, is de verdachte gedurende meer dan enkel een kort moment onoplettend geweest.
Hierin wordt tevens meegewogen dat de verdachte tijdens het rijden gebruikmaakte van de navigatie op zijn telefoon, die niet in een daartoe bestemde houder was bevestigd maar in een laaggelegen bakje zou hebben gelegen. Daarnaast heeft de verdachte meermaals naar de passagier rechts van hem gekeken. Dit wijst erop dat de verdachte zijn aandacht op verschillende momenten niet op de weg en het verkeer voor hem had gericht, terwijl dit wel van hem verwacht mocht worden. Bij dit alles wordt bovendien betrokken dat de verdachte – zoals hij zelf op zitting verklaarde – dusdanig moe was van zijn lange werkdagen dat het niet langer verantwoord was om als bestuurder (nota bene van een taxibus met passagier) aan het verkeer deel te nemen.
Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat het verkeersgedrag van verdachte aan te merken is als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, zoals bedoeld in artikel 6 WVW. Het is aan zijn schuld te wijten dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.
2.3.3.Volledige bewezenverklaring
Onder parketnummer 10-194522-24
1. subsidiair
een of meer personen
tezamen en in vereniging met elkaar
op 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard,
tezamen en in vereniging
opzettelijk
een ontploffing teweeg hebben gebracht
door benzine en zwaar illegaal vuurwerk in aanraking
te brengen met open vuur in een koelkast
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende woningen en
(politie)voertuigen en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de daar aanwezige personen
te duchten was
tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op 30 december 2023 te
Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen en
inlichtingen heeft verschaft, door
voornoemde koelkast beschikbaar te houden en een
(pleeg)plaats en tijdstip te bepalen;
2.
hij op 31 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard
tezamen en in vereniging met anderen
ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen
misdrijf om
opzettelijk
brand te stichten,
terwijl daarvan
gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende voertuigen en woningen
te duchten was
heeft getracht open vuur in aanraking te brengen met een aanhangwagen (met
daarin banden, rubber en hout)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Onder parketnummer 10-259295-24
primair
hij, op 11 augustus 2024 te Krimpen aan den IJssel, als bestuurder van
een motorrijtuig (taxibus), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te
wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met dat motorrijtuig aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te
rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de C.G. Roosweg,
welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- zijn aandacht (door het kijken naar zijn telefoon en naar zijn passagier) niet
voortdurend op de weg en het verkeer vóór hem heeft gehad en
- daardoor niet of niet tijdig heeft gemerkt dat het door hem, verdachte, bestuurde
voertuig in strijd met artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990, de doorgetrokken streep op de rijbaan heeft overschreden en (nagenoeg
geheel) op de rijstrook bestemd voor het hem tegemoetkomende verkeer is
terechtgekomen en
- zich niet van heeft vergewist dat de rijstrook
voor het aan hem, verdachte, tegemoetkomende verkeer, vrij was van enig verkeer
en
- ( vervolgens) frontaal tegen de bromfiets, bestuurd door [slachtoffer], is aangereden
waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenbloeding aan de
voorzijde rechts van het hoofd en een botbreuk van het rechter jukbeen, de
bovenkaak rechts en de bodem van de rechter oogkas en botbreuken van de
negende en tiende linker rib en botbreuken van beide onderarmen en een
botbreuk aan de polszijde van het spaakbeen van de rechterarm en een botbreuk
van de rechterpinken
eneen botbreuk van een handwortelbeentje en een
botbreuk van het middenvoetsbeen van de grote teen en bloed tussen de hersenvliezen werd toegebracht.