ECLI:NL:RBROT:2025:15421

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
10-194522-24, 10-259295-24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van medeplegen van ontploffing, maar medeplichtigheid bewezen; verkeersongeval met zwaar letsel

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, geboren in 2002. De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing rond de jaarwisseling van 2023-2024, maar werd vrijgesproken van deze beschuldiging. Wel werd bewezen dat de verdachte medeplichtig was aan de ontploffing. De rechtbank oordeelde dat de verdachte een koelkast beschikbaar had gesteld voor de ontploffing en betrokken was bij de communicatie over de uitvoering ervan. Daarnaast werd de verdachte ook beschuldigd van het proberen in brand steken van een aanhanger en het veroorzaken van een verkeersongeval als bestuurder van een taxibus, waarbij een slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opliep. De rechtbank oordeelde dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend had gereden, wat leidde tot het ongeval. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden. De rechtbank hield rekening met de jonge leeftijd van de verdachte en zijn stabiele persoonlijke situatie, maar vond de ernst van de feiten voldoende om een straf op te leggen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-194522-24, 10-259295-24
Datum uitspraak: 19 december 2025
Datum zitting: 9 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres:
[adres 1], [postcode] [plaatsnaam],
Advocaat van de verdachte: mr. W.J. van Bel
Officier van justitie: mr. E. ter Braak
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing rond de jaarwisseling van 2023-2024. Wel is bewezen dat de verdachte medeplichtig is geweest aan deze ontploffing. Ook is bewezen dat de verdachte een dag later heeft geprobeerd om samen met anderen een aanhanger in brand te steken. Tot slot is bewezen dat de verdachte als bestuurder van een taxibus een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en hem wordt een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden opgelegd.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – kort samengevat – ervan samen met anderen opzettelijk een ontploffing te hebben veroorzaakt, waarbij er gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel bestond. Subsidiair wordt de verdachte beschuldigd van medeplichtigheid hieraan, meer subsidiair van het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen hiertoe. Daarnaast wordt de verdachte beschuldigd van medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten en het door zijn schuld veroorzaken van een verkeersongeval waarbij zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer is ontstaan, subsidiair het veroorzaken van gevaar op de weg.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) is als bijlage I bij dit vonnis opgenomen.

2.Bewijs / vrijspraak

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk veroorzaken van een ontploffing en de poging een aanhangwagen in brand te steken. Dit is ten laste gelegd als de feiten 1 primair en 2 onder parketnummer 10-194522-24. Ook moet de verdachte worden veroordeeld voor het veroorzaken van een ongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden, zoals primair ten laste gelegd onder parketnummer 10-259295-24.
2.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van het veroorzaken van een ontploffing, zoals onder parketnummer 10-194522-24 onder 1 ten laste gelegd. Ten aanzien van het ten laste gelegde onder 2, de poging een aanhangwagen in brand te steken, heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verder heeft de verdediging vrijspraak bepleit voor het onder parketnummer 10-259295-24 primair ten laste gelegde verkeersfeit. De verdediging refereert zich ten aanzien van het subsidiaire feit.
De standpunten van de officier van justitie en de verdediging zullen verder, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
De beschuldigingen onder parketnummer 10-194522-24
Bewezen is dat de verdachte medeplichtig is aan het in vereniging opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was. Ook is bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen heeft geprobeerd opzettelijk brand te stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was.
De beschuldiging onder parketnummer 10-259295-24
Bewezen is dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen in het verkeer waardoor een verkeersongeval is veroorzaakt, waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
De volledige bewezenverklaring van de hiervoor genoemde feiten is vermeld in paragraaf 2.3.3.
2.3.2.
Bewijs feit 2 onder parketnummer 10-194522-24
De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De
verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. [1]
- Verklaring van de verdachte ter zitting [2]
- Proces-verbaal van de politie [3]
2.3.3.
Bewijsmotivering feit 1 subsidiair onder parketnummer 10-194522-24
De bewezenverklaring van feit 1 subsidiair is gebaseerd op de hieronder opgenomen redengevende inhoud van de bewijsmiddelen [4] en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie [5]
Op 30 december 2023, in de gemeente Hoeksche Waard, zagen wij een Redbull koelkast in brand staan. Wij zagen een groep van ongeveer tien jongeren wegrennen. Wij zagen dat er vuur uit de koelkast kwam. Ongeveer vijf seconden na het zien van het vuur, ontplofte de koelkast met een grote vuurbal tot gevolg. Wij schatten de vuurbal op ongeveer tien bij tien meter groot. Wij zagen dat er scherven van deze koelkast in de gehele omgeving terechtkwamen. Wij voelden de druk en hitte van de explosie door de ruiten van ons dienstvoertuig. Door de klap en drukgolf hadden wij beiden last van een drukkend gevoel op onze oren. Ik, verbalisant, had tevens hoofdpijn na de ontploffing. De bewoner van de [adres 2] verklaarde dat de ruit naast haar deur stuk was gegaan door de ontploffing.
2. Proces-verbaal van de politie [6]
De telefoon die in beslag genomen was onder verdachte Boender werd onderzocht.
Chat met [naam 1]
[telefoonnummer 1] ([naam 1]) 30-12-2023 15:52:05
Heb jij dat redbull ding neergezet?
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12·2023 15:55:12
Ja moet je effe laten staan
[telefoonnummer 1] ([naam 1]) 30-12-2023 15:55:23
Wat ga je doen dan
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12-2023 15:57:52
Die gaan ze gebruiken
Chat met [naam 2]
[telefoonnummer 3] ([naam 2]) 31-12-20 23 19:09:54
Komt het vreugdenvuur eigenlijk nog wel
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12-2023 19:25:32
Jazeker alles nog een beetje rustig houden nu hè
[telefoonnummer 3] ([naam 2]) 31-12-2023 19:26:12
Gewoon zelfde plek of moeten we ergens anders heen lopen haha
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12-2023 19:26:58
Nee we hopen t gewoon op t kruispunt te kunnen doen weer
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12-2023 19:07:07
Anders zal ik t sws zeggen
[telefoonnummer 3] ([naam 2]) 31-12-2023 19:27:34
Oke oke
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 31-12·2023 19:54:03
Wordt rond kwart over 12 als we hem aansteken
Chat met [naam 3]
[naam 3] 02-01-2024 15:27:18
Heb je dat filmpje van die koelkast die jullie hebben opgeblazen?
[verdachte] 02-01-2024 15:29:15
Hahaha ja die heb ik
3. Proces-verbaal van de politie [7]
Ik was bezig met het opsporingsonderzoek naar de ongeregeldheden rondom oud en nieuw in Nieuw-Beijerland. Ik zag dat een bericht vooraf ging aan het bericht van [verdachte]:
[telefoonnummer 4] ([naam 4]) 30-12-2023 20:34:31
Nog naar skatebaan?
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12-2023 20:41:05
Bij de plus doen?
[telefoonnummer 4] ([naam 4]) 30-12-2023 20:41:32
Denk dat het daar te veel benzine voor is
[telefoonnummer 2] ([verdachte]) 30-12-2023 20:42:05
Dan blaas je t een beetje de andere kant op
1641413187 ([verdachte]) 30-12-2023 21:21:33
Rond kwart voor 11 allemaal plus
Ik zag dat '[naam 4]', dat is [naam 4], voorstelt om naar de skatebaan te gaan. Waarop '[verdachte]' dat is [verdachte], aangeeft bij de Plus te doen.
4. Verklaring van de verdachte [8]
De koelkast die op 30 december 2023 de lucht in is gegaan, mocht bij mij in de tuin staan. Deze koelkast zou gebruikt worden voor het vreugdevuur.
2.3.2.
Bewijsmotivering
De rechtbank dient te beoordelen hoe de rol van de verdachte in juridische zin moet worden geduid en of de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het teweegbrengen van een ontploffing.
Op basis van het dossier is niet komen vast te staan dat de verdachte direct betrokken was bij de uitvoeringshandelingen die tot de ontploffing van de koelkast hebben geleid. Het is dus de vraag of de verdachte, ter uitvoering van een gezamenlijk plan, zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat van medeplegen gesproken kan worden. In dat geval moet de materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit van voldoende gewicht zijn. De rechtbank stelt vast dat de koelkast die voor de ontploffing werd gebruikt, in de tuin van de verdachte stond en door hem beschikbaar werd gesteld. Daarnaast volgt uit de Whatsapp-gesprekken dat hij communiceerde over de locatie en het tijdstip van de ontploffing. Hiermee heeft de verdachte een rol gehad in de voorbereiding van de ontploffing en heeft daarmee een bijdrage heeft geleverd aan het strafbare feit. Deze bijdrage is echter van onvoldoende gewicht om van medeplegen te kunnen spreken. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van het primair ten laste gelegde feit.
Ten aanzien van het subsidiaire feit overweegt de rechtbank als volgt. Om tot een bewezenverklaring van het opzet van de verdachte te komen, is vereist dat de verdachte willens en wetens heeft bijgedragen aan het teweegbrengen van een ontploffing, dan wel dat hij bewust de aanmerkelijke kans op een ontploffing heeft aanvaard. De koelkast die later is ontploft, werd in overleg met de verdachte in zijn tuin bewaard. Uit de Whatsapp-gesprekken blijkt dat de verdachte in grote lijnen op de hoogte was van wat er op de avond van 30 december 2023 zou gebeuren. Hij wist dat er op een speciaal gekozen locatie een grote hoeveelheid benzine in de afgesloten koelkast zou worden gegoten, met de bedoeling deze in brand te steken. Daarnaast blijkt uit de gesprekken dat de verdachte door de medeverdachte gewaarschuwd is voor de gevaren van dit voornemen, gelet op de hoeveelheid benzine die zou worden gebruikt. Gelet op deze feiten heeft de verdachte hiermee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de door hem beschikbaar gestelde koelkast gebruikt zou worden voor een ontploffing. De verklaring van de verdachte dat hij dacht dat de koelkast enkel voor een haardvuur gebruikt werd, is niet aannemelijk geworden en wordt weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen.
De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit, namelijk de medeplichtigheid aan het medeplegen van de ontploffing.
2.3.3.
Bewijsmotivering feit 1 primair onder parketnummer 10-259295-24
De bewezenverklaring van feit 1 primair is gebaseerd op de hieronder opgenomen redengevende inhoud van de bewijsmiddelen [9] en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie [10]
Op 11 augustus 2024 vond een verkeersongeval plaats op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de C.G. Roosweg in Krimpen aan den IJssel. De C.G. Roosweg maakt deel uit van de provinciale weg N2 10. Aldaar bestaat de weg uit één rijbaan met twee rijstroken die door een doorgetrokken streep werden gescheiden. De rijbaan van de C.G. Roosweg is ter hoogte van de ongevalsplaats gelegen op een viaduct en maakt
aldaar, gezien vanuit de rijrichting van de taxi, een vloeiende bocht naar rechts.
Gesteld kan worden dat de taxi zich tijdens de botsing op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook bevond en met de voorzijde tegen de voorzijde van de bromfiets was gebotst.
2. Verklaring van de verdachte [11] Op 11 augustus 2024 heb ik een taxibus bestuurd. Toen ik de brug opreed, keek ik naar de persoon rechts van mij. Ik keek op mijn telefoon om de navigatie te volgen. Mijn telefoon lag onder de radio, iets hoger dan kniehoogte. De telefoon zat niet in een houder, maar lag in een bakje. Ik kreeg een flauw gevoel en keek nogmaals naar die man. Voordat ik het wist, vond er een botsing plaats. Achteraf gezien was ik niet fit genoeg om de taxibus te besturen.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de getuige [12]
Op 11 augustus 2024 zat ik in de taxibus die het ongeluk heeft veroorzaakt. Ik zat naast de bestuurder van de taxibus. Wij reden op de Algerabrug in de richting van Krimpen aan den IJssel. Wij waren net de brug gepasseerd en het viel mij op dat het hekje aan de linkerzijde van ons, dat betreft dus de rijstrook richting Capelle, steeds dichterbij kwam. We reden dus op de verkeerde weghelft. Ik zag toen een scooterrijder op ons af komen, waardoor de bus frontaal tegen de scooterrijder aanreed.
4. Letselbeschrijving van het slachtoffer [13]
Letselbeschrijving betreffende [slachtoffer] op basis van informatie van traumachirurg van het Erasmus MC betreffende de opname van 12-08-2024 tot en met 15-08-2024.
  • Hersenbloeding aan de voorzijde rechts van het hoofd.
  • Botbreuk van het rechter jukbeen, de bovenkaak rechts en de bodem van de rechter oogkas.
  • Botbreuken van de negende en tiende rib links.
  • Botbreuken van beide onderarmen.
  • Botbreuk aan de polszijde van het spaakbeen van de rechterarm.
  • Botbreuk van de rechterpink.
  • Botbreuk van het linker haakvormig been (een van de handwortelbeentjes).
  • Wond in de linker lies met een aantal andere schaafverwondingen.
  • Botbreuk van het middenvoetsbeen van de grote teen, doorlopend tot in het gewricht.
  • Bloed tussen de hersenvliezen in de hersenen
Op 11-08-2024 werd betrokkene geopereerd aan de breuken van beide onderarmen waarbij vier platen zijn geplaatst. Er werd een onderbeen gips voor het botbreuk van het middenvoetsbeen gegeven. Er werden poliklinische vervolgafspraken gemaakt bij de kaakchirurg, neuroloog en oogarts.
Bij ongecompliceerd beloop wordt de verwachte genezingsduur geschat op 3 maanden, restloos herstel is onzeker.
2.3.1.
Bewijsmotivering
De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of de verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW, zoals primair ten laste is gelegd. Dit is het geval bij een verwijtbare aanmerkelijke mate van onvoorzichtigheid. Bij de beoordeling hiervan komt het onder meer aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Gelet hierop kan niet in zijn algemeenheid worden bepaald of één verkeersovertreding hiervoor voldoende is. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag in strijd met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.
Vast staat dat de verdachte, als bestuurder van zijn taxibus, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden op de rijbaan van de C.G. Roosweg. Hij heeft de doorgetrokken streep op de rijbaan overschreden en is daardoor op de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer terechtgekomen. De verdachte is vervolgens frontaal tegen de op die weghelft rijdende tegenligger aangereden.
De rechtbank overweegt dat provinciale wegen – en zeker waarbij de rijstroken voor het elkaar tegemoetkomende verkeer niet fysiek van elkaar zijn gescheiden – bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid van weggebruikers vragen. Dit geldt in nog sterkere mate ter plaatse van het ongeval, omdat de weg daar een flauwe bocht naar rechts maakt. Dat de wegsituatie om grote voorzichtigheid vraagt, wordt benadrukt door de aanwezigheid van de doorgetrokken streep op het midden van de weg die een absoluut inhaalverbod aanduidt.
Door op deze weg, zonder duidelijke aanleiding, als bestuurder niet zoveel mogelijk rechts te houden, maar rechtdoor te rijden, waardoor hij op de voor het hem tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook terecht is gekomen, heeft verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedragen. Gelet op de afstand die de verdachte moet hebben afgelegd voordat hij op de verkeerde rijstrook reed en de tijd die daarmee gemoeid moet zijn geweest, is de verdachte gedurende meer dan enkel een kort moment onoplettend geweest.
Hierin wordt tevens meegewogen dat de verdachte tijdens het rijden gebruikmaakte van de navigatie op zijn telefoon, die niet in een daartoe bestemde houder was bevestigd maar in een laaggelegen bakje zou hebben gelegen. Daarnaast heeft de verdachte meermaals naar de passagier rechts van hem gekeken. Dit wijst erop dat de verdachte zijn aandacht op verschillende momenten niet op de weg en het verkeer voor hem had gericht, terwijl dit wel van hem verwacht mocht worden. Bij dit alles wordt bovendien betrokken dat de verdachte – zoals hij zelf op zitting verklaarde – dusdanig moe was van zijn lange werkdagen dat het niet langer verantwoord was om als bestuurder (nota bene van een taxibus met passagier) aan het verkeer deel te nemen.
Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat het verkeersgedrag van verdachte aan te merken is als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, zoals bedoeld in artikel 6 WVW. Het is aan zijn schuld te wijten dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Onder parketnummer 10-194522-24
1. subsidiair
een of meer personen
tezamen en in vereniging met elkaar
op 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard,
tezamen en in vereniging
opzettelijk
een ontploffing teweeg hebben gebracht
door benzine en zwaar illegaal vuurwerk in aanraking
te brengen met open vuur in een koelkast
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende woningen en
(politie)voertuigen en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de daar aanwezige personen
te duchten was
tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op 30 december 2023 te
Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen en
inlichtingen heeft verschaft, door
voornoemde koelkast beschikbaar te houden en een
(pleeg)plaats en tijdstip te bepalen;
2.
hij op 31 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard
tezamen en in vereniging met anderen
ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen
misdrijf om
opzettelijk
brand te stichten,
terwijl daarvan
gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende voertuigen en woningen
te duchten was
heeft getracht open vuur in aanraking te brengen met een aanhangwagen (met
daarin banden, rubber en hout)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Onder parketnummer 10-259295-24
primair
hij, op 11 augustus 2024 te Krimpen aan den IJssel, als bestuurder van
een motorrijtuig (taxibus), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te
wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met dat motorrijtuig aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te
rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de C.G. Roosweg,
welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- zijn aandacht (door het kijken naar zijn telefoon en naar zijn passagier) niet
voortdurend op de weg en het verkeer vóór hem heeft gehad en
- daardoor niet of niet tijdig heeft gemerkt dat het door hem, verdachte, bestuurde
voertuig in strijd met artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990, de doorgetrokken streep op de rijbaan heeft overschreden en (nagenoeg
geheel) op de rijstrook bestemd voor het hem tegemoetkomende verkeer is
terechtgekomen en
- zich niet van heeft vergewist dat de rijstrook
voor het aan hem, verdachte, tegemoetkomende verkeer, vrij was van enig verkeer
en
- ( vervolgens) frontaal tegen de bromfiets, bestuurd door [slachtoffer], is aangereden
waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenbloeding aan de
voorzijde rechts van het hoofd en een botbreuk van het rechter jukbeen, de
bovenkaak rechts en de bodem van de rechter oogkas en botbreuken van de
negende en tiende linker rib en botbreuken van beide onderarmen en een
botbreuk aan de polszijde van het spaakbeen van de rechterarm en een botbreuk
van de rechterpinken
eneen botbreuk van een handwortelbeentje en een
botbreuk van het middenvoetsbeen van de grote teen en bloed tussen de hersenvliezen werd toegebracht.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Onder parketnummer 10-194522-24
Feit 1 subsidiair:
Medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
Feit 2:
Medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
Onder parketnummer 10-259295-24
Feit primair:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf en maatregel

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de beschuldigingen onder 10-194522-24 en 10-259295-24 worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uur, te vervangen door 100 dagen hechtenis. Daarnaast moet hem een rijontzegging voor de duur van 6 maanden opgelegd worden.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om in geval van een veroordeling te volstaan met het opleggen van een taakstraf en een (deels) voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, waarbij het onvoorwaardelijke deel daarvan de duur van de reeds verlopen inhoudingsperiode niet overschrijdt. Verder wordt verzocht om het advies van de reclassering te volgen en dus het jeugdstrafrecht toe te passen.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft rond de jaarwisseling van 2023-2024 twee strafbare feiten gepleegd.
Op 30 december 2023 hebben de medeverdachten uitvoering gegeven aan het plan om een koelkast tot ontploffing te brengen. De verdachte heeft hieraan bijgedragen door de koelkast beschikbaar te stellen en aanwijzingen te geven over de locatie en het tijdstip van de ontploffing. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij een rol heeft gehad bij de ontploffing van een koelkast waar zeer grote veiligheidsrisico’s aan verbonden waren. Het feit dat er geen slachtoffers zijn gevallen door rondvliegende delen, is niet aan de verdachte en de medeverdachten te danken. Op 31 december 2023 heeft de verdachte een tweede poging tot brandstichting ondernomen door een aanhangwagen, gevuld met banden en hout, in aanraking te brengen met open vuur. Hij heeft hierbij geen rekening gehouden met de voorzienbare ernstige gevaren voor goederen.
Daarnaast heeft de verdachte als bestuurder van een taxibus een verkeersongeval veroorzaakt. Hij is op de tegengestelde rijbaan frontaal in botsing gekomen met een bromfietser. Als gevolg van deze aanrijding heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel, waaronder een hersenbloeding en meerdere botbreuken, opgelopen. Met zijn handelen heeft de verdachte de verkeersveiligheid, maar ook zijn eigen veiligheid en die van het slachtoffer ernstig in gevaar gebracht.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 4 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van de reclassering van 26 november 2025 staat onder meer het volgende. De verdachte heeft een stabiel leven, met een structurele dagbesteding, een toereikend inkomen en een steunend netwerk. De enige risicofactoren kunnen worden waargenomen binnen het sociaal netwerk en het psychosociaal functioneren van de verdachte. Hij lijkt onvoldoende te hebben nagedacht over de gevolgen van zijn handelen. Daarnaast leek de verdachte destijds beïnvloedbaar. De verdachte neemt echter verantwoordelijkheid en toont zelfinzicht in hetgeen is gebeurd, wat maakt dat zijn houding als beschermende factor wordt gezien. Gelet op deze bevindingen wordt er geen noodzaak gezien tot het inzetten van toezicht of interventies. Bij een veroordeling wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. Daarbij wordt het risico op recidive ingeschat als laag. Gelet op de jonge leeftijd en de sociale situatie van de verdachte ten tijde van de verdenking wordt geadviseerd het jeugdstrafrecht toe te passen.
4.3.3.
Oplegging straf en maatregel
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een taakstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid passend en geboden. Bij het bepalen van de duur van de straf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit onder parketnummer 10-194522-24, wijkt de rechtbank af van de eis van de officier van justitie. Dit leidt tot een lagere straf dan is gevorderd. Daarnaast ziet de rechtbank, anders dan de verdediging, geen aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen. Hoewel de reclassering hier indicatoren voor ziet, volgt uit het rapport eveneens dat de verdachte de afgelopen periode een persoonlijke groei heeft doorgemaakt. Op basis daarvan wordt thans geen noodzaak tot interventies gezien. De rechtbank zal in de strafmaat wel rekening houden met de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten in zaak 10-194522-24, en dit in strafverlagende zin meewegen.
De rechtbank legt de verdachte een taakstraf op voor de duur van 160 uur, te vervangen door 80 dagen hechtenis, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs reeds ingevorderd is geweest.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 45, 47, 48, 49, 57, 157, van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-194522-24 onder 1 primair ten laste gelegde heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-194522-24 onder feit 1 subsidiair en feit 2 en het onder parketnummer 10-259295-24 primair ten laste gelegde feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregel
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 160 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
80 dagen;
Ontzegging van de rijbevoegdheid
ontzegtde verdachte voor het feit onder 10-259295-24
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
6 maanden;
bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. D.F. Smulders en W.M. Stolk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 december 2025.
Mr. Smulders is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Parketnummer 10-194522-24
1. primair
hij op of omstreeks 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht
door benzine en/of een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk in aanraking
te brengen met open vuur in/op/onder/ bij een koelkast
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende woningen en/of
(politie)voertuigen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de daar aanwezige personen
te duchten was
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
1. subsidiair
een of meer personen, en/of een of meer mededader(s)
tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich
op of omstreeks 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht/hebben gebracht
door benzine en/of een of meerdere stukken zwaar (illegaal) vuurwerk in aanraking
te brengen met open vuur in/op/onder/bij een koelkast
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende woningen en/of
(politie)voertuigen en/ of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de daar aanwezige personen
te duchten was
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op 30 december 2023 te
Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen heeft verschaft, door
voornoemde koelkast te leveren/regelen en/of beschikbaar te houden en een
(pleeg)plaats en/of tijdstip te bepalen/regelen;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
1. meer subsidiair
hij op of omstreeks 30 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving
een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het teweeg brengen
van een explosie,
waarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/ of waarvan levensgevaar of
gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is
opzettelijk
voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
een koelast
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd,
doorgevoerd, uitgevoerd en/ of voorhanden heeft gehad
( art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 31 december 2023 te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche
Waard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
opzettelijk
brand te stichten,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten omliggende voertuigen en/of woningen
en/of,
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de daar aanwezige personen
te duchten was
heeft getracht open vuur in aanraking te brengen met een aanhangwagen (met
daarin banden, rubber en/of hout)
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
Parketnummer 10-259295-24
hij, op of omstreeks 11 augustus 2024 te Krimpen aan den IJssel, als bestuurder van
een motorrijtuig (taxibus), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te
wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door met dat motorrijtuig roekeloos,
in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of
onachtzaam en/of met verwaarlozing van de te deze geboden zorgvuldigheid te
rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de C.G. Roosweg,
welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,
- zijn aandacht (door het kijken naar zijn telefoon en/of naar zijn passagier) niet
voortdurend op de weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en/of
- daardoor niet of niet tijdig heeft gemerkt dat het door hem, verdachte, bestuurde
voertuig in strijd met artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990, de doorgetrokken streep op de rijbaan heeft overschreden en/of (nagenoeg
geheel) op de rijstrook bestemd voor het hem tegemoetkomende verkeer is
terechtgekomen en/of
- zich niet, althans niet tijdig en/of voldoende van heeft vergewist dat de rijstrook
voor het aan hem, verdachte, tegemoetkomende verkeer, vrij was van enig verkeer
en/of
- ( vervolgens) (frontaal) tegen de bromfiets, bestuurd door [slachtoffer], is aangereden
en/of aangebotst,
waardoor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (te weten een hersenbloeding aan de
voorzijde rechts van het hoofd en /of een botbreuk van het rechter jukbeen, de
bovenkaak rechts en de bodem van de rechter oogkas en/of botbreuken van de
negende en tiende linker rib en/of botbreuken van beide onderarmen en/of een
botbreuk aan de polszijde van het spaakbeen van de rechterarm en/of een botbreuk
van de rechterpinken/of een botbreuk van een handwortelbeentje en/of een
botbreuk van het middenvoetsbeen van de grote teen en/of bloed tussen de
hersenvliezen) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke
ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
( art 6 Wegenverkeerswet 1994)
subsidiair
hij, op of omstreeks 11 augustus 2024, te Krimpen aan den IJssel, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (taxibus), daarmee
rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de C.G. Roosweg, zich
zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg/wegen werd veroorzaakt, althans kon
worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg/wegen werd gehinderd, althans
kon worden gehinderd,
welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen, daar
- zijn aandacht (door het kijken naar zijn telefoon en/of naar zijn passagier) niet
voortdurend op de weg en/of het verkeer vóór hem heeft gehad en/of
- daardoor niet of niet tijdig heeft gemerkt dat het door hem, verdachte, bestuurde
voertuig in strijd met artikel 76 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990, de doorgetrokken streep op de rijbaan heeft overschreden en/of (nagenoeg
geheel) op de rijstrook bestemd voor het hem tegemoetkomende verkeer is
terechtgekomen en/of
- zich niet, althans niet tijdig en/of voldoende van heeft vergewist dat de rijstrook
voor het aan hem, verdachte, tegemoetkomende verkeer, vrij was van enig verkeer
en/of
- ( vervolgens) (frontaal) tegen de bromfiets, bestuurd door [slachtoffer], is aangereden
en/of aangebotst;
( art 5 Wegenverkeerswet 1994)

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het einddossier Zaak Achter, Deelonderzoek Aanhangwagen.
2.Verklaring tijdens de zitting van 9 december 2025.
3.Pagina 3 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1].
4.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het einddossier Zaak Achter, Deelonderzoek Koelkast.
5.Pagina 8 van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2].
6.Pagina’s 20 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3].
7.Pagina 25 e.v. van proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4].
8.Verklaard tijdens de zitting van 9 december 2025.
9.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 5].
10.Pagina 119 e.v. van proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6].
11.Verklaard tijdens de zitting van 9 december 2025.
12.Pagina 73 van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7]
13.Pagina 53 van proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5].