ECLI:NL:RBROT:2025:15422

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
12018617 VV EXPL25-778
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29a lid 1 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder moet huurder binnen 24 uur weer toegang tot gehuurde kamer verlenen

VBM B.V. is bewindvoerder over de goederen van een huurder die sinds februari 2024 een kamer huurt bij de gedaagde verhuurder. Op 27 maart 2025 heeft de verhuurder per e-mail aangegeven dat de huurder een andere woning moet zoeken vanwege vermeende problemen, maar de huurder heeft deze opzegging niet geaccepteerd.

Op 5 december 2025 heeft de verhuurder de sloten van de kamer vervangen, waardoor de huurder geen toegang meer had. VBM B.V. vordert in kort geding dat de verhuurder de huurder weer toegang verleent en de benodigde sleutels verstrekt, onder verbeurte van een dwangsom.

De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder de huurder niet zomaar de toegang mag ontzeggen zolang de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. De opzegging per e-mail is niet geaccepteerd, waardoor een gerechtelijke procedure vereist is. De verhuurder wordt veroordeeld om binnen 24 uur de toegang te herstellen en de sleutels te overhandigen, met een dwangsom van €250 per dag bij niet-naleving.

Daarnaast worden de proceskosten van €912,47 aan de zijde van VBM B.V. aan de verhuurder opgelegd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld om huurder binnen 24 uur weer toegang tot het gehuurde te verlenen onder verbeurte van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12018617 VV EXPL 25-778
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter in kort geding op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 22 december 2025
in de zaak van
Verder Bewind Midden B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen van [naam],
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: mr. B. Temeltasch,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden ‘VBM B.V.’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
De kantonrechter is mr. B.J.R. van Tongeren en de griffier is mr. F. Reinhoudt-Borghouts.
Aanwezig zijn:
  • Namens VBM B.V. mr. B. Temeltasch,
  • [gedaagde].

1.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
1.1.
VBM B.V. is bewindvoerder over de goederen van [naam] (hierna: [naam]). VBM B.V. is daarom de (rechts)persoon die [naam] formeel in rechte vertegenwoordigt.
1.2.
[naam] huurt sinds 5 februari 2024 op basis van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd een kamer (hierna: het gehuurde) bij [gedaagde] in huis. [gedaagde] heeft op 27 maart 2025 aan VBM B.V. een e-mail gestuurd en daarin, samengevat, aangegeven dat hij wil dat [naam] een andere woning gaat zoeken omdat hij voor problemen zorgt. VBM B.V. heeft daarop te kennen gegeven dat zij geen andere woning voor [naam] kunnen regelen en dat als [gedaagde] wil dat [naam] het gehuurde verlaat omdat hij zich niet aan het huurcontract houdt, [gedaagde] via de rechtbank een vonnis kan vragen.
1.3.
[gedaagde] heeft op 5 december 2025 de sloten vervangen waardoor [naam] geen toegang meer heeft tot het gehuurde.
1.4.
VBM B.V. eist in deze procedure dat [gedaagde] aan [naam] weer toegang verleent tot het gehuurde en aan [naam] de daarvoor benodigde sleutel(s) geeft, op straffe van een dwangsom. [gedaagde] is het hier niet mee eens. De kantonrechter wijst de vordering toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet [naam] weer toegang verlenen tot het gehuurde
1.5.
Het is [gedaagde] als verhuurder niet toegestaan om zolang de huurovereenkomst nog bestaat [naam] als huurder de toegang te ontzeggen. De e-mail van 27 maart 2025 die [gedaagde] heeft gestuurd, zou als een opzegging van de huur kunnen worden opgevat, maar [naam] heeft niet met de opzegging ingestemd. Omdat [naam] niet met de opzegging heeft ingestemd, moet [gedaagde] als verhuurder een procedure beginnen tot (ontbinding van de huurovereenkomst en) ontruiming. Zolang die procedure niet is geëindigd met een oordeel dat [naam] het gehuurde moet verlaten, moet [gedaagde] [naam] als huurder toelaten.
1.6.
[gedaagde] moet [naam] binnen 24 uur, dat wil zeggen uiterlijk dinsdag 23 december 2025 om 16.00 uur, weer toegang verlenen tot het gehuurde. De kantonrechter gaat er vanuit dat [gedaagde] dan ook de spullen die hij uit de kamer heeft weggehaald aan [naam] zal teruggeven.
1.7.
Als [gedaagde] [naam] niet tot het gehuurde toelaat, verbeurt [gedaagde] een dwangsom van € 250,- per dag of gedeelte van een dag dat hij niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van € 20.000,-.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
1.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan VBM B.V. moet betalen op € 144,47 aan dagvaardingskosten, € 90,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 912,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit proces-verbaal wordt betekend.
Deze uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad
1.9.
Deze uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VBM B.V. dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat deze uitspraak meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om [naam], binnen 24 uur, dat wil zeggen uiterlijk dinsdag 23 december 2025 om 16.00 uur, de onbelemmerde en voortdurende toegang tot het gehuurde te verlenen, totdat de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd, onder afgifte van de benodigde sleutel(s) van het gehuurde, op straffe van en dwangsom van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 20.000,-;
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VBM B.V. worden begroot op € 912,47;
2.3.
verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad;
2.4.
wijst al het andere af.
Dit proces-verbaal is op 23 december 2025 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.