ECLI:NL:RBROT:2025:15422

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
12018617 VV EXPL25-778
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toegang tot gehuurde woning en dwangsom bij ontzegging door verhuurder

In deze zaak, behandeld door de kantonrechter op 22 december 2025, staat de toegang van de huurder tot het gehuurde centraal. VBM B.V., als bewindvoerder van [naam], heeft een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd met [gedaagde]. De huurder, [naam], heeft sinds 5 februari 2024 een kamer gehuurd bij [gedaagde]. Op 27 maart 2025 heeft [gedaagde] aan VBM B.V. laten weten dat hij wil dat [naam] een andere woning zoekt, omdat hij problemen veroorzaakt. VBM B.V. heeft aangegeven dat zij geen andere woning kunnen regelen en dat [gedaagde] via de rechtbank een vonnis kan vragen als hij wil dat [naam] het gehuurde verlaat.

Op 5 december 2025 heeft [gedaagde] de sloten vervangen, waardoor [naam] geen toegang meer heeft tot het gehuurde. VBM B.V. heeft in deze procedure geëist dat [gedaagde] [naam] weer toegang verleent tot het gehuurde en de benodigde sleutels geeft, op straffe van een dwangsom. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen, omdat [gedaagde] als verhuurder niet is toegestaan om de huurder de toegang te ontzeggen zolang de huurovereenkomst nog bestaat. De kantonrechter heeft geoordeeld dat [gedaagde] binnen 24 uur, uiterlijk op 23 december 2025 om 16.00 uur, toegang moet verlenen aan [naam]. Indien [gedaagde] hier niet aan voldoet, verbeurt hij een dwangsom van € 250,- per dag, met een maximum van € 20.000,-. Daarnaast is [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 912,47. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze onmiddellijk kan worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt aangetekend.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12018617 VV EXPL 25-778
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter in kort geding op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 22 december 2025
in de zaak van
Verder Bewind Midden B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen van [naam],
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: mr. B. Temeltasch,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden ‘VBM B.V.’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
De kantonrechter is mr. B.J.R. van Tongeren en de griffier is mr. F. Reinhoudt-Borghouts.
Aanwezig zijn:
  • Namens VBM B.V. mr. B. Temeltasch,
  • [gedaagde].

1.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
1.1.
VBM B.V. is bewindvoerder over de goederen van [naam] (hierna: [naam]). VBM B.V. is daarom de (rechts)persoon die [naam] formeel in rechte vertegenwoordigt.
1.2.
[naam] huurt sinds 5 februari 2024 op basis van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd een kamer (hierna: het gehuurde) bij [gedaagde] in huis. [gedaagde] heeft op 27 maart 2025 aan VBM B.V. een e-mail gestuurd en daarin, samengevat, aangegeven dat hij wil dat [naam] een andere woning gaat zoeken omdat hij voor problemen zorgt. VBM B.V. heeft daarop te kennen gegeven dat zij geen andere woning voor [naam] kunnen regelen en dat als [gedaagde] wil dat [naam] het gehuurde verlaat omdat hij zich niet aan het huurcontract houdt, [gedaagde] via de rechtbank een vonnis kan vragen.
1.3.
[gedaagde] heeft op 5 december 2025 de sloten vervangen waardoor [naam] geen toegang meer heeft tot het gehuurde.
1.4.
VBM B.V. eist in deze procedure dat [gedaagde] aan [naam] weer toegang verleent tot het gehuurde en aan [naam] de daarvoor benodigde sleutel(s) geeft, op straffe van een dwangsom. [gedaagde] is het hier niet mee eens. De kantonrechter wijst de vordering toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet [naam] weer toegang verlenen tot het gehuurde
1.5.
Het is [gedaagde] als verhuurder niet toegestaan om zolang de huurovereenkomst nog bestaat [naam] als huurder de toegang te ontzeggen. De e-mail van 27 maart 2025 die [gedaagde] heeft gestuurd, zou als een opzegging van de huur kunnen worden opgevat, maar [naam] heeft niet met de opzegging ingestemd. Omdat [naam] niet met de opzegging heeft ingestemd, moet [gedaagde] als verhuurder een procedure beginnen tot (ontbinding van de huurovereenkomst en) ontruiming. Zolang die procedure niet is geëindigd met een oordeel dat [naam] het gehuurde moet verlaten, moet [gedaagde] [naam] als huurder toelaten.
1.6.
[gedaagde] moet [naam] binnen 24 uur, dat wil zeggen uiterlijk dinsdag 23 december 2025 om 16.00 uur, weer toegang verlenen tot het gehuurde. De kantonrechter gaat er vanuit dat [gedaagde] dan ook de spullen die hij uit de kamer heeft weggehaald aan [naam] zal teruggeven.
1.7.
Als [gedaagde] [naam] niet tot het gehuurde toelaat, verbeurt [gedaagde] een dwangsom van € 250,- per dag of gedeelte van een dag dat hij niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van € 20.000,-.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
1.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan VBM B.V. moet betalen op € 144,47 aan dagvaardingskosten, € 90,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 912,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit proces-verbaal wordt betekend.
Deze uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad
1.9.
Deze uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat VBM B.V. dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat deze uitspraak meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om [naam], binnen 24 uur, dat wil zeggen uiterlijk dinsdag 23 december 2025 om 16.00 uur, de onbelemmerde en voortdurende toegang tot het gehuurde te verlenen, totdat de huurovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd, onder afgifte van de benodigde sleutel(s) van het gehuurde, op straffe van en dwangsom van € 250,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft met een maximum van € 20.000,-;
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van VBM B.V. worden begroot op € 912,47;
2.3.
verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad;
2.4.
wijst al het andere af.
Dit proces-verbaal is op 23 december 2025 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.