Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven inzake een zorgmachtiging op verzoek van de officier van justitie. De zaak betreft een betrokkene, geboren in 1992, die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek een psychotische stoornis. De rechtbank heeft vastgesteld dat er onvoldoende reden is om af te wijken van de medische verklaring die de noodzaak van zorg bevestigt. Ondanks de betwisting van de betrokkene dat er geen sprake is van een psychose, concludeert de rechtbank dat er ernstig nadeel kan ontstaan door het gedrag van de betrokkene, wat leidt tot risico op lichamelijk letsel en verwaarlozing.
De rechtbank heeft de mondelinge behandeling op 24 december 2025 gehouden, waarbij de betrokkene en haar advocaat aanwezig waren, maar de officier van justitie niet. De rechtbank heeft de argumenten van de betrokkene, die pleitte voor vrijwillige zorg, niet gevolgd, gezien de ambivalente houding van de betrokkene ten opzichte van medicatie. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en heeft een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, ingaande op de datum van de beschikking. De rechtbank heeft de verzoeken om aanvullende vormen van zorg afgewezen, omdat deze niet voldoende gemotiveerd waren. De beschikking is mondeling gegeven door rechter S.L. Raphael en schriftelijk uitgewerkt op 7 januari 2026.