ECLI:NL:RBROT:2025:15425

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
C/10/711618 / FA RK 25-9435
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg met betrekking tot psychische stoornis en ernstig nadeel

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven inzake een zorgmachtiging op verzoek van de officier van justitie. De zaak betreft een betrokkene, geboren in 1992, die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek een psychotische stoornis. De rechtbank heeft vastgesteld dat er onvoldoende reden is om af te wijken van de medische verklaring die de noodzaak van zorg bevestigt. Ondanks de betwisting van de betrokkene dat er geen sprake is van een psychose, concludeert de rechtbank dat er ernstig nadeel kan ontstaan door het gedrag van de betrokkene, wat leidt tot risico op lichamelijk letsel en verwaarlozing.

De rechtbank heeft de mondelinge behandeling op 24 december 2025 gehouden, waarbij de betrokkene en haar advocaat aanwezig waren, maar de officier van justitie niet. De rechtbank heeft de argumenten van de betrokkene, die pleitte voor vrijwillige zorg, niet gevolgd, gezien de ambivalente houding van de betrokkene ten opzichte van medicatie. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en heeft een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, ingaande op de datum van de beschikking. De rechtbank heeft de verzoeken om aanvullende vormen van zorg afgewezen, omdat deze niet voldoende gemotiveerd waren. De beschikking is mondeling gegeven door rechter S.L. Raphael en schriftelijk uitgewerkt op 7 januari 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/711618 / FA RK 25-9435
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 december 2025 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1992, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. J. Broijl te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 11 december 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van 4 december 2025;
  • de niet-ingevulde zorgkaart;
  • het zorgplan van 20 november 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank te Rotterdam op 24 december 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [persoon B] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan GGZ Delfland.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Namens betrokkene wordt primair aangevoerd dat er geen sprake is van een psychose omdat betrokkene geen klachten ervaart, waardoor er geen noodzaak is van een zorgmachtiging. Uit de overgelegde medische verklaring blijkt echter dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis, differentiële diagnose schizofrenie of middelengebruik (blowen). De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende reden is om ervan af te wijken. De rechtbank vertrouwt er op dat de stoornis voldoende is beoordeeld.
2.2.
Namens betrokkene wordt betwist dat er nu sprake is van ernstig nadeel. Medio 2025 ging het minder goed door omstandigheden. Betrokkene gebruikt al een jaar lang geen antipsychotica en op dit moment gaat het goed volgens betrokkene. De rechtbank volgt dit verweer niet. Er is sprake van gedrag van betrokkene dat als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel leidt, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat er sinds oktober 2025 een verslechtering heeft plaatsgevonden in het toestandsbeeld van betrokkene. Er is sprake van agressie thuis. De familie heeft veelvuldig contact met de crisisdienst en er zijn acht meldingen gedaan bij de politie vanwege verward gedrag met schreeuwen en agressie. Betrokkene kwam eveneens niet meer uit haar kamer en zij liet ook haar hondje niet meer uit, die deed zijn behoefte in de kamer van betrokkene. Ook is betrokkene in een aantal weken tijd 10 kilo afgevallen.
Tijdens de mondelinge behandeling licht de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat het toestandsbeeld van betrokkene wisselend is en dat betrokkene zich goed kan presenteren.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene, gelet op haar leeftijd een opleiding zou kunnen volgen en zou moeten werken maar dat dit haar niet lukt. De reden daarvoor kan te maken hebben met het feit dat betrokkene ziek is. De rechtbank maakt zich met name zorgen over de agressie en de politiemutaties en de zelfzorg.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Namens betrokkene wordt naar voren gebracht dat zij zelf heeft laten zien aan de bel te trekken als het nodig is. Om die reden wordt bepleit dat de zorg in vrijwillig kader kan. De rechtbank gaat ook aan dit verweer voorbij. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene ambivalent staat tegenover medicijnen. Tijdens de mondelinge behandeling geeft zij zelfs aan geen medicijnen meer nodig te hebben. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige licht tijdens de mondelinge behandeling toe dat er juist veel zorgen zijn, mede omdat zij haar medicatie niet inneemt. De rechtbank is van oordeel dat er dan ook sprake is van verzet. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Namens betrokkene wordt subsidiair verzocht om de opname niet op te nemen in de machtiging, aangezien het niet nodig en niet voorzienbaar is. Het is namelijk een tijd geleden dat betrokkene is opgenomen. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige licht toe dat zij eerst zullen proberen om ambulant hulpverlening op te starten. Opname zal alleen nodig zijn als het niet lukt om ambulant te starten met de medicatie. De rechtbank is van oordeel dat een opname op dit moment verstrekkend is. Hopelijk is ambulante zorg en medicatie voldoende om het leven van betrokkene weer op de rit te krijgen. Daarmee volgt de rechtbank het subsidiaire verzoek van de advocaat. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, ter behandeling van een psychische stoornis;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
2.6.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het beperken van de bewegingsvrijheid, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene en het opnemen in een accommodatie worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene heeft aangegeven vrijwillig mee te werken aan de medische controles. Betrokkene is maar één keer eerder opgenomen geweest en is toen ingesloten.
2.7.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 juni 2026;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 24 december 2025 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van L. Mast, griffier, en op 7 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.