Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
- feit 1: primair poging tot doodslag van [slachtoffer 1] , subsidiair zware mishandeling, meer subsidiair poging tot zware mishandeling
- feit 2: vuurwapenbezit
3.Eis officier van justitie
van voorarrest, waarvan 100 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming in het rapport van 12 november 2025.
4.Waardering van het bewijs
of omstreeks22 april 2024, te Rotterdam,
althans in Nederlandter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] , opzettelijk van het leven te beroven, meermalen
althans eenmaalmet een mes,
althans een scherp en/of puntig voorwerpin
/tegen/ophet hart
en/of de buiken
/ofborst
en/of arm(en) en/of het lichaamvan die [slachtoffer 1] heeft gestoken
en/of geprikt en/of gesneden en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
of omstreeks23 april 2024, te Spijkenisse,
gemeente Nissewaard, althans in Nederland,een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een
(omgebouwd alarm
)revolver van het merk
merkBBM, model Olympic 38, kaliber.22 en
/of (daarbij
) (voor dit vuurwapen geschikte
)munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere
althans éénkogelpatro
(o)n
(en
), kaliber .22mm, voorhanden heeft gehad.
of omstreeks7 december 2023 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een telefoon,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [slachtoffer 2] ,
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze voorgenomen diefstal
te doen voorafgaan,te doen vergezellen en
/ofte doen volgen van geweld
en/of bedreiging met geweldtegen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en
/of[slachtoffer 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- die telefoon heeft vastgepakt en
/ofheeft geprobeerd te trekken uit de handen van die [slachtoffer 2] en
/of- meermalen,
althans eenmaal, (met gebalde vuist
) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en
/of[slachtoffer 4] heeft geslagen
en/of gestompten
/of- meermalen,
althans eenmaal, (met gebalde vuist
) op/tegen de borst van die [slachtoffer 3] heeft geslagen
en/of gestompt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
- Bij de verdachte is sprake van een normoverschrijdende gedragsstoornis, beginnend in de adolescentie, matig tot ernstig in ernst en zwakbegaafdheid. De gedragsstoornis en zwakbegaafdheid waren ook aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten.
- De psycholoog vindt dat er te veel onduidelijkheden zijn om iets kunnen zeggen over de eventuele mate van doorwerking in de ten laste gelegde feiten.
- De verdachte heeft minder inzicht in oorzaak-gevolg relaties en meer moeite met het inschatten van risico’s en het reflecteren op zijn gedrag. Dit verhoogt het recidiverisico, dat wordt ingeschat als matig. Beperkte copingvaardigheden, omgang met delinquente leeftijdsgenoten en impulsief gedrag worden als risicoverhogend gezien. Bij minder structuur in het dagelijks functioneren neemt het risico toe.
- De psycholoog vindt (intensieve) begeleiding en (poliklinische) behandeling aangewezen om de ontwikkeling van de verdachte optimaal te bevorderen en het risico op toekomstig grensoverschrijdend gedrag en recidive te verminderen. Er kan onder andere gewerkt worden aan het verbeteren van de emotieregulatie en copingvaardigheden.
- De psycholoog vindt een (deels) voorwaardelijke afdoening het meest passend waarbij verplichte begeleiding door de jeugdreclassering nodig is. Behandeling dient voorop te staan, waarbij het opstarten van begeleiding door een coach en het vinden van een stage, bijbaan of sport wenselijk is.
- Er wordt gekeken naar een passende woonvoorziening en er is dagbesteding en behandeling.
- Gelet op de uitkomst van het psychologisch onderzoek dient er nadrukkelijk aandacht te zijn voor eventuele overvraging van de verdachte.
- Vanwege de ernst van de feiten adviseert de Raad een deels voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest.
- De Raad vindt begeleiding van de jeugdreclassering nodig om de voortgang van het behandeltraject en dagbesteding te monitoren. De Raad vindt dat de jeugdreclasseringsmaatregel uitgevoerd moet worden door de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSJJ). Zij kunnen aansluiten bij de mogelijkheden van de verdachte en de begeleiding daarop afstemmen.
- Om de kans op recidive te verkleinen is het nodig dat de verdachte blijft meewerken aan de behandeling van Fivoor. Ook is het belangrijk dat de verdachte meewerkt aan het vasthouden van een dagbesteding en aan een begeleid/beschermde woonvorm.
- Sinds april 2025 is de verdachte begeleid gaan wonen bij Mutatiozorg. De eerste twee maanden ging dat goed, maar hij had steeds meer moeite om zich aan de afspraken en huisregels te houden. Mede gezien de cognitieve mogelijkheden van de verdachte zou een beschermde woonvorm passender zijn.
- Sinds september 2025 volgt de verdachte een traject van negen maanden bij Heilige Boontjes. Er wordt gekeken of reguliere arbeid, school of een combinatie daarvan een optie is, of dat beschut werk passender is.
- De JBBR adviseert om een deels voorwaardelijke detentie op te leggen waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest. Ook worden bijzondere voorwaarden geadviseerd omdat behandeling nodig is om de kans op recidive te verkleinen. Daarnaast is nodig dat de verdachte een dagbesteding heeft en meewerkt aan begeleid/beschermd wonen. Vanwege de vastgestelde zwakbegaafdheid is het van belang dat de jeugdreclasseringsmaatregel door de WSSJJ wordt uitgevoerd.
jeugdreclasseerder [persoon B]toegelicht dat na het opstellen van het rapport de verdachte door Mutatiozorg uit zijn woning is gezet vanwege ruzie met een medebewoner en het niet nakomen van afspraken. Voorafgaand aan de zitting is de verdachte bij zijn nieuwe woning gaan kijken waar hij tijdelijk – als overbruggingsplek – kan wonen. De begeleiding is op dit moment beperkt en dat is voor hem onvoldoende. De geadviseerde bijzondere voorwaarden moeten gewaarborgd blijven. De begeleiding vanuit de jeugdreclassering is op dit moment goed, maar de WSSJJ is meer gespecialiseerd en biedt meer mogelijkheden voor de verdachte. Eerst moet het traject bij Heilige Boontjes worden afgerond. In de tussentijd wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn qua werk en wonen.
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 188 (honderdachtentachtig) dagen;
100 (honderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
- verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
€ 9.317,30 (zegge: negenduizenddriehonderdzeventien euro en dertig cent), bestaande uit € 817,30 aan materiële schade en € 8.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 9.317,30(hoofdsom,
zegge: negenduizenddriehonderdzeventien euro en dertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 april 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€1.124,68,
(zegge: duizendhonderdvierentwintig euro en achtenzestig cent), bestaande uit € 824,68 aan materiële schade en € 300,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 1.124,68(hoofdsom,
zegge: duizendhonderdvierentwintig euro en achtenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 100,00 (zegge: honderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 100,00(hoofdsom,
zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
€ 100,00 (zegge: honderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 100,00(hoofdsom,
(zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
- die telefoon heeft vastgepakt en/of heeft geprobeerd te trekken uit de handen van die [slachtoffer 2] en/of
- meermalen, althans eenmaal, (met gebalde vuist) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft geslagen en/of gestompt en/of
- meermalen, althans eenmaal, (met gebalde vuist) op/tegen de borst van die [slachtoffer 3] heeft geslagen en/of gestompt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.