ECLI:NL:RBROT:2025:15432

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
10-227006-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor mishandeling en veroordeling voor verbale bedreiging en overtreding van huisverbod

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1992, die werd beschuldigd van mishandeling, bedreiging en het overtreden van een tijdelijk huisverbod. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van de mishandeling van slachtoffer 1, omdat er onvoldoende bewijs was voor opzet. Echter, de verdachte werd wel schuldig bevonden aan de verbale bedreiging van slachtoffer 1 en de mishandeling van slachtoffer 2 door het aanbrengen van een nekklem. De feiten vonden plaats in de gemeenschappelijke woning van de verdachte en zijn huisgenoten. De rechtbank oordeelde dat de verdachte in strijd met het huisverbod de woning betrad en contact had met slachtoffer 1. De verdachte kreeg een gevangenisstraf van 20 dagen opgelegd, waarbij rekening werd gehouden met zijn psychische toestand en het feit dat hij niet eerder was veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers, die zich onveilig voelden in hun eigen huis. De uitspraak is gedaan in tegenwoordigheid van de griffier en is openbaar gemaakt op 17 december 2025.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-227006-25
Datum uitspraak: 17 december 2025
Datum zitting: 3 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
gedetineerd in [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. E.H.N. van Hees
Officier van justitie: mr. S.E. Poutsma

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat de verdachte
1.
op of omstreeks 26 juli 2025 te Rotterdam, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door (met kracht) een deur dicht te slaan/gooien tegen de (rechter)hand, althans de (rechter)wijsvinger van die [slachtoffer 1] , terwijl die [slachtoffer 1] zijn hand tegen het deurkozijn hield.
2.
op of omstreeks 26 juli 2025 te Rotterdam, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Don’t touch my door again. I swear i will fucking murder you if you touch my door", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
3.
als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op of omstreeks 24 augustus 2025 te Rotterdam in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning heeft betreden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] .
4.
primair
op 22 augustus 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- (met kracht) met (een van) zijn, verdachte's, arm(en) een zogenaamde "verwurging" en/of "nekklem" bij de nek en/of de hals en/of de keel van die [slachtoffer 2] heeft aangelegd en/of
- (vervolgens) de keel en/of de hals en/of de nek van die [slachtoffer 2] heeft dichtgedrukt en/of heeft dichtgeknepen gehouden en/of zijn arm(en) er om heen (met kracht) heeft aangetrokken, waardoor die [slachtoffer 2] (bijna) geen lucht meer kreeg, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4. subsidiairop 22 augustus 2025 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door
- (met kracht) met (een van) zijn, verdachte's, arm(en) een zogenaamde "verwurging" en/of "nekklem" bij de nek en/of de hals en/of de keel van die [slachtoffer 2] aan te leggen en/of
- (vervolgens) de keel en/of de hals en/of de nek van die [slachtoffer 2] dicht te drukken en/of dichtgeknepen te houden en/of zijn arm(en) er om heen (met kracht) aan te trekken, waardoor die [slachtoffer 2] (bijna) geen lucht meer kreeg.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat alle feiten worden bewezen verklaard.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2, 3 en 4 primair. Voor feit 4 subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Feit 1
2.3.1.
Vrijspraak feit 1
De rechtbank vindt niet bewezen dat de verdachte zich ervan bewust is geweest dat [slachtoffer 1] met zijn hand het kozijn van de deur vasthad toen de verdachte de deur dicht gooide. Er is daarom geen bewijs dat de verdachte opzet heeft gehad op mishandeling.
De verdachte wordt daarom van feit 1 vrijgesproken.
2.3.2.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 2, 3 en 4 subsidiair. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.6.
De bewezenverklaring van deze feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
Feit 2
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Het klopt dat ik in de woning aan de [straatnaam] te Rotterdam [slachtoffer 1] heb bedreigd door tegen hem te zeggen: “Don’t touch my door again, I swear i will fucking murder you if you touch my door”. [voornaam slachtoffer 1] was een huisgenoot van mij.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [3] Ik ben [slachtoffer 2] . Op 26 juli 2025 was ik in de woning aan de [straatnaam] in Rotterdam. Ik was op dat moment met mijn huisgenoten [voornaam slachtoffer 1] en [verdachte] . [voornaam slachtoffer 1] en ik gingen naar [verdachte] toe. [verdachte] riep toen in de Engelse taal tegen [voornaam slachtoffer 1] de bedreiging: “Als je nog één keer mijn deur open doet, vermoord ik je”.
Feit 3
1.
Verklaring van de verdachte [4]
Ik was op 24 augustus 2025 in de woning aan de [adres] te Rotterdam
2.
Schriftelijk stuk, beschikking van de burgemeester [5]
Beschikking van de burgemeester houdende het opleggen van een huisverbod (artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod)
De burgemeester van de gemeente Rotterdam, gelast,
[achternaam verdachte] , [voornaam verdachte], geboren [geboortedatum 2] 1992 te [geboorteplaats] de woning gelegen aan:
[adres]
[postcode] Rotterdam
onmiddellijk te verlaten en deze woning vanaf heden
23/08/2025 16:03 voor een periode van tien dagen, derhalve tot
02/09/2025 16:03niet te betreden, noch daarin aanwezig te zijn of zich daarbij op te houden. Gedurende deze periode mag voornoemde persoon geen contact opnemen met de hierna genoemde personen die met deze persoon in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven.
Namen van degene(n) waarop het contactverbod van toepassing is:
[achternaam slachtoffer 1] , [voornaam slachtoffer 1]
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [6]
V: Wist u dat u niet in uw huis mocht komt. Dat is u wel vertelt he?
A: Ja het is wel verteld
4.
Proces-verbaal van de politie, telefonisch gesprek met [slachtoffer 1] [7]
Op 24 augustus 2025 nam ik telefonisch contact op met [slachtoffer 1] .
V: De politie heeft net uw huisgenoot [verdachte] aangehouden in uw woning klopt dat?
A: Ja dat klopt. zag hem vanmorgen in de keuken.
Feit 4 subsidiair
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [8] Op 22 augustus 2025 was ik, [slachtoffer 2] , in de woning op de [adres] in Rotterdam.
[verdachte] pakte mij beet met een arm om mijn nek heen. Ik voelde dat hij kracht zette. Ik voelde een hevige pijn in mijn nek.
2.
Proces-verbaal van de politie [9] Op 22 augustus 2025 kwamen wij ter plaatse bij de [adres] te Rotterdam. Wij controleerden de identiteit van een man die bleek te zijn: [slachtoffer 2] . Ik, verbalisant, zag dat [slachtoffer 2] rode vlekken had aan beide kanten van zijn nek. Ik zag dat hij aan de linkerkant van zijn nek enkele bloeduitstortingen had.
3.
Verklaring van de verdachte [10]
U bespreekt met mij de aangifte van [slachtoffer 2] . Het klopt dat ik zijn hoofd onder mijn arm heb gehad en dat ik hem stevig heb vastgepakt. Dat duurde ongeveer 3 tot 5 seconden.
2.3.3.
Verweer feit 2
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat de tenlastegelegde pleegdatum niet kan worden vastgesteld.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de pleegdatum 26 juli 2025 wel kan worden vastgesteld. De getuige [slachtoffer 2] heeft immers verklaard dat de bedreiging (die op zichzelf door de verdachte is bekend), door de verdachte is geuit op 26 juli 2025. Dit is voldoende bewijs voor dit onderdeel van de tenlastelegging.
2.3.4.
Verweer feit 3
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdachte is inderdaad in strijd met het tijdelijk huisverbod in de woning geweest. Het kan echter niet tot een bewezenverklaring komen omdat de tenlastelegging ten aanzien van het betreden van de woning niet is verfeitelijkt. Het verbod om contact met zijn huisgenoten op te nemen, is niet overtreden omdat de verdachte zijn huisgenoten niet heeft gezien of gesproken.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat het in de tenlastelegging opgenomen verwijt dat de verdachte ”de woning heeft betreden” voldoende feitelijke betekenis heeft. Voor de verdachte moet duidelijk zijn dat daarmee wordt bedoeld dat hij de woning is binnengegaan.
Het bewijs dat de verdachte, behalve het verbod om de woning te betreden, ook het verbod heeft overtreden om contact met zijn huisgenoot te hebben, volgt uit de bewijsmiddelen. Daaruit blijkt dat zijn huisgenoot [slachtoffer 1] de verdachte ’s ochtends in de keuken heeft gezien. Dit is een gezamenlijke ruimte van de woning, waar de verdachte een huisgenoot is tegengekomen. Daardoor heeft hij zich schuldig gemaakt aan overtreding van het contactverbod. Dat [slachtoffer 1] toen niet met de verdachte heeft gesproken, doet daaraan niet af.
De verklaring van de verdachte dat hij [slachtoffer 1] niet heeft gezien, is niet geloofwaardig.
Feit 4 primair
2.3.5.
Vrijspraak feit 4 (primair)
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft betoogd dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De verdachte heeft [slachtoffer 2] stevig bij zijn nek vastgepakt. [slachtoffer 2] verklaart dat hij door deze handeling gedurende vijftien seconden geen lucht kreeg. Omdat de nek een vitaal en kwetsbaar onderdeel van het lichaam is en het ontnemen van de adem tot hersenletsel kan leiden, bestond de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht door dit handelen van de verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Voor een bewezenverklaring van de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel moet komen vast te staan dat de verdachte opzet (al dan niet in voorwaardelijke zin) had op het toebrengen van dit letsel.
Er is geen bewijs dat de verdachte ‘vol’ opzet heeft gehad.
Er is ook onvoldoende bewijs dat met voorwaardelijk opzet is gehandeld.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte [slachtoffer 2] heeft vastgepakt door het hoofd van [slachtoffer 2] met kracht onder zijn arm vast te klemmen. Verder kan worden vastgesteld dat [slachtoffer 2] daardoor aan beide kanten van zijn nek rode vlekken had. Van ander letsel is niet gebleken. Ook kan niet worden vastgesteld hoe lang het vastklemmen van de nek van [slachtoffer 2] heeft geduurd. De verklaringen van de verdachte en [slachtoffer 2] lopen op dat punt uiteen. Maar zelfs al zou worden uitgegaan van de 15 seconden die [slachtoffer 2] heeft genoemd, dan is dit - zonder verdere informatie - onvoldoende om met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat er een aanmerkelijke kans was dat zwaar letsel had kunnen ontstaan. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van het primair onder feit 4 tenlastegelegde.
2.3.6.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
2.
op 26 juli 2025 te Rotterdam, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Don’t touch my door again. I swear i will fucking murder you if you touch my door".
3.
als degene aan wie door de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op 24 augustus 2025 te Rotterdam in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning heeft betreden en contact heeft opgenomen met één van de in dat huisverbod genoemde personen te weten [slachtoffer 1] .
4. subsidiairop 22 augustus 2025 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door
- met kracht met een van zijn, verdachte's, arm een zogenaamde "nekklem" bij de nek van die [slachtoffer 2] aan te leggen en
- zijn arm er om heen met kracht aan te trekken.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
2.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
3.
als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod;
4.
mishandeling;
3.2
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 105 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 46 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verbale bedreiging van een huisgenoot en aan mishandeling van een andere huisgenoot door een nekklem bij hem toe te passen. Daarnaast is de verdachte in strijd met een tijdelijk huisverbod naar de woning gegaan, terwijl dat huisverbod juist een dag eerder was gegeven vanwege de mishandeling. De verdachte is de dag na het gegeven huisverbod dus al weer naar de woning gegaan.
Alle feiten hebben plaatsgevonden in de gemeenschappelijke woning van de verdachte en zijn huisgenoten, een omgeving waarin een ieder zich veilig moet kunnen voelen en niet bedacht hoeft te zijn op een bedreiging of een mishandeling. Beide huisgenoten hebben verklaard dat zij zich vanwege de verdachte niet veilig voelden, bang waren en daarom met een mes onder hun kussen sliepen.
Door de overtreding van het huisverbod heeft de verdachte er blijk van geen respect te hebben voor het bevoegde gezag.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 4 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van deskundigen en de reclassering
In het rapport van psychiater [persoon A] d.d. 18 november 2025 staat het volgende.
De verdachte heeft een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis, een stoornis in het gebruik van alcohol en een ander middel. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van de aan hem tenlastegelegde feiten. Hij verkeerde voorafgaand en ten tijde van deze delicten in een ontregelde psychotische toestand. Hij was ervan overtuigd dat zijn huisgenoten tegen hem samenspanden, kreeg last van drukke gedachten in zijn hoofd en van opdrachtgevende stemmen. De verdachte lijkt te hebben gehandeld uit hevige gevoelens van boosheid, gestuwd door paranoïde overtuigingen of juist in opdracht van imperatieve akoestische hallucinaties. Aangenomen mag worden dat de verdachte vanwege deze stoornissen minder controle had over zijn handelen en gedragskeuzes en weinig zicht had op de consequenties van zijn handelen en gedrag.
De psychiater adviseert om de feiten, indien bewezen, verminderd toe te rekenen.
Indien de tenlastegelegde feiten bewezen worden geacht, dan is het advies om aan de verdachte een langdurige gedwongen behandeling op te leggen binnen een zorgmachtiging in het kader van de Wet Forensische Zorg. De verdachte is onvoldoende in staat om zichzelf te redden en zal weer blootgesteld worden aan stress en spanningen. De kans is groot dat hij weer zal terugvallen in het gebruik van middelen. Wanneer betrokkene zonder zorg en zonder een dwangkader terugkeert in de vrije samenleving, is de inschatting dat ook het recidiverisico van een geweldsdelict in korte tijd van
laagtot
matignaar
hoogzal oplopen.
In het rapport van de reclassering d.d. 26 november 2025 wordt een zelfde beeld beschreven. Er zijn aanwijzingen dat de verdachte is ontregeld geraakt door het weigeren van medicatie, mogelijk (veroorzaakt of versterkt) door middelengebruik. De verdachte gebruikt lachgas, xtc, alcohol en cocaïne. Hij lijkt weinig probleembesef te hebben en legt de schuld van zijn problematiek voornamelijk bij anderen.
Er zijn volgens de reclassering geen beschermende factoren. Er is een zorgmachtiging en de verdachte krijgt antipsychotica toegediend. Om hem de juiste zorg te geven heeft een klinische opname via de zorgmachtiging de grootste kans van slagen. Hij is ook aangemeld voor een verplichte klinische opname bij Antes. De reclassering ziet weinig kans van slagen bij een reclasseringstoezicht met eventuele bijzondere voorwaarden omdat de verdachte herhaaldelijk de wens uitspreekt om naar Gambia te vertrekken. Hij is ook niet gemotiveerd voor hulpverlening.
Het risico op recidive, op letsel en op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als
hoog.
Overige persoonlijke omstandigheden
Op de terechtzitting is gebleken dat deze rechtbank bij beschikking van 15 augustus 2025 een zorgmachtiging heeft verleend.
Conclusie van de rechtbank
De conclusies van de psychiater dat de verdachte een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis, een stoornis in het gebruik van alcohol en een ander middel heeft, neemt de rechtbank over en maakt die tot de hare.
De rechtbank volgt ook de conclusie van de psychiater dat de geweldsfeiten de verdachte door zijn stoornis in verminderde mate moeten worden toegerekend.
4.2.3.
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten.
De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de geweldsfeiten aan de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en dat de verdachte niet eerder voor een gelijksoortig feit is veroordeeld.
Bij het bepalen van de soort en de duur van de op te leggen straf, heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de op 15 augustus 2025 afgegeven zorgmachtiging.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twintig dagen in deze zaak passend.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 11 van de Wet tijdelijk huisverbod.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 4 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2, 3 en 4 subsidiair , zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 2 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 20 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. N.R. Rietveld, voorzitter,
en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en E.M. Havik, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 december 2025.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [nummer proces-verbaal 1] .
2.Verklaard tijdens de zitting van 3 december 2025.
3.Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2]
4.Verklaard tijdens de zitting van 3 december 2025.
5.Beschikking van de burgemeester, pagina 64 t/m 68.
6.Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 3]
7.Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 4] .
8.Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 5] .
9.Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 6] .
10.Verklaard tijdens de zitting van 3 december 2025.