ECLI:NL:RBROT:2025:15434

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
10-242475-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging ISD-maatregel voor veroordeelde in inrichting voor stelselmatige daders

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak van een veroordeelde die een ISD-maatregel ondergaat. De rechtbank heeft het verzoek tot beëindiging van deze maatregel afgewezen. De veroordeelde, geboren in 1980, is sinds 19 januari 2024 geplaatst in de ISD-afdeling van de Penitentiaire Inrichting. De rechtbank heeft de noodzaak van voortzetting van de maatregel beoordeeld op basis van een rapport van 17 november 2025 en de behandeling op de zitting. De veroordeelde heeft zich in het verleden onttrokken aan toezicht en heeft drugs gebruikt, wat de rechtbank als een verhoogd risico voor recidive beschouwt. De officier van justitie heeft gepleit voor voortzetting van de maatregel ter bescherming van de maatschappij. De verdediging heeft verzocht om beëindiging van de maatregel, maar de rechtbank oordeelt dat de kans op terugval in crimineel gedrag groot is zonder de ISD-maatregel. De rechtbank verwacht dat de lopende hulptrajecten, waaronder een WMO-aanvraag, sneller kunnen worden afgerond met de voortzetting van de maatregel. De rechtbank heeft daarom besloten het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af te wijzen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 10-242475-23
Datum uitspraak: 3 december 2025
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] ,
raadsman mr. F.G.J. Staals, advocaat te Amsterdam.

1.Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 21 december 2023 is aan de veroordeelde opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.

2.Procesverloop

Op 8 september 2025 ontving de griffie van de rechtbank een namens de veroordeelde gedaan verzoek als bedoeld in artikel 6:6:14, eerste lid, Sv tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.
Op 17 november 2025 hebben de senior casemanager en de directeur van de inrichting waar de veroordeelde is gedetineerd een rapportage ten behoeve van de toetsing van de ISD-maatregel opgemaakt.
De zaak is behandeld op de openbare terechtzitting van 3 december 2025. De officier van justitie mr. S.E. Poutsma, de veroordeelde en zijn raadsman zijn gehoord. Ook is als getuige gehoord [persoon A] , als senior casemanager verbonden aan de inrichting waar de veroordeelde verblijft.

3.Standpunten

Rapport van de inrichting van 17 november 2025
Op 19 januari 2024 is de veroordeelde op de ISD-afdeling van de P.I. geplaatst. Het functioneren daar ging over het algemeen goed: hij heeft meegewerkt aan dagprogramma’s en activiteiten en houdt zich aan de regels. Vanaf 17 april 2024 is er een trajectplan opgesteld binnen in het Traject Bepalings Overleg (TBO) waar een klinische behandeling onderdeel van uitmaakte. Van 29 juli 2024 tot en met 20 maart 2025 is de veroordeelde geplaatst in de FPA Fivoor in Rotterdam. Daar heeft hij acht maanden behandelingen gevolgd. Omdat de veroordeelde daarna niet meer wilde meewerken, is besloten hem op 21 maart 2025 terug te plaatsen naar de P.I. Hij heeft zich de avond voor de terugplaatsing tijdens zijn verlof onttrokken aan het toezicht. Dit heeft geduurd tot 3 april 2025. Op die datum is hij in de P.I. Alphen geplaatst en is vervolgens op 23 juli 2025 overgeplaatst naar Beschermd Wonen (BW) Albrandswaard. Hij heeft zich daar op 5 augustus 2025 wederom onttrokken aan het toezicht. Op 9 augustus 2025 is hij weer aangehouden en verblijft hij weer bij BW Albrandswaard. Sindsdien stabiliseert de veroordeelde en is er een aanvraag gedaan voor WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) met ambulante begeleiding en voor beschermd wonen. Hij zal overgeplaatst worden naar de resocialisatieafdeling De Blaak, waar hij zal aanvangen met dagbesteding en het oefenen van vrijheden. De veroordeelde heeft viermaal een positieve urinecontrole gehad, waarvan de meest recente was op 8 september 2025. Op basis van de huidige situatie wordt geadviseerd om de ISD-maatregel voort te zetten.
Op de zitting heeft de deskundige toegelicht dat de ISD-maatregel zal eindigen op 21 februari 2026. Er is geen garantie dat de WMO-aanvraag na afloop van de maatregel zal zijn toegekend, maar de intentie is dat hij aansluitend terecht kan voor begeleid wonen. De verlofaanvraag voor het uitvoeren van werk loopt nog. Het is de vraag of de directie van de inrichting daarin meegaat vanwege de eerdere onttrekkingen. Het doel is dat de veroordeelde tijdens het verlof dagbesteding heeft en kan oefenen met vrijheden. De toezichthouder van de reclassering en behandelaar in de inrichting waren verbaasd over de terugplaatsing van de veroordeelde vanuit de FPA. De veroordeelde heeft zijn traject en behandelingen goed doorlopen. Het was van tevoren niet afgesproken hoeveel behandelingen hij zou krijgen. Hoewel het niet goed is dat de veroordeelde zich heeft onttrokken, is er begrip voor dat het de veroordeelde zwaar viel dat de behandelingen langer duurden dan hij had gedacht. Als de veroordeelde nu al vrijkomt, zal het lastiger worden voor medewerkers van de WMO om contact met hem te onderhouden.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft op de zitting geconcludeerd dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is ter bescherming van de maatschappij en voorkoming van recidive. Als de veroordeelde nu vrij zou komen, is er een gevaar van verloedering van de maatschappij vanwege zijn onttrekkingen en drugsgebruik. Dat kan leiden tot andere vormen van criminaliteit. Er wordt op dit moment ingezet op hulpverlening voor het regelen voor verlof. Ook de WMO-aanvraag loopt nog. Voortzetting van de ISD-maatregel is dus zinvol.
Standpunt verdediging
De veroordeelde heeft op de zitting onder meer verklaard dat hij niet weet of de resterende twee en een halve maand in de inrichting nog gaan helpen. Hij vindt het beter dat hij nu naar buiten gaat, maar maakt zich tegelijkertijd zorgen over zijn huisvesting. Hij hoopt dat direct na afloop van de ISD-maatregel een woonplek via de WMO is geregeld. Als hij nu vrijkomt, zou hij bij zijn moeder kunnen wonen. Recent heeft de veroordeelde gesolliciteerd voor een functie bij een bedrijf in groenvoorziening. Ondanks dat hij een tijd abstinent is geweest, lukt het hem niet om in één keer te stoppen met drugsgebruik.
De raadsman heeft verzocht het verzoek toe te wijzen en de ISD-maatregel te beëindigen. Op dit moment is van onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein geen sprake. De veroordeelde heeft zich twee keer onttrokken, maar hij is niet teruggevallen in criminaliteit. De verdediging vindt dat het verdere verblijf in de inrichting niet zinvol is. Er wordt op dit moment geen concrete invulling gegeven aan een hulpvraag.

4.Beoordeling

De rechtbank is op grond van het rapport van 17 november 2025 en hetgeen op de zitting is besproken van oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is.
De rechtbank ziet net als de officier van justitie een verhoogd risico dat de veroordeelde weer de fout ingaat wanneer de ISD-maatregel op dit moment zou worden beëindigd. De veroordeelde heeft zich tweemaal onttrokken aan het toezicht en in die perioden drugs gebruikt. Hij heeft op dit moment geen woning, geen werk en geen inkomen. Daardoor is de kans op terugval in drugsgebruik en het plegen van vermogensdelicten groot. Op dit moment worden er hulptrajecten in gang gezet: de WMO-aanvraag, de aanvraag voor begeleid wonen en de verlofaanvraag voor dagbesteding zijn ingediend. De rechtbank verwacht dat de lopende aanvragen in de komende maanden sneller worden afgerond bij voortzetting van de ISD-maatregel, zodat de veroordeelde hopelijk aansluitend op zijn detentie in een woning terecht kan en zijn leven kan oppakken. Voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is daarom nog altijd vereist. Er is geen grond om tot beëindiging van de ISD-maatregel over te gaan.
Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot beëindiging van de maatregel tot plaatsing van de veroordeelde in een inrichting voor stelselmatige daders af.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mrs. E.M. Havik en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.