ECLI:NL:RBROT:2025:15434
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging ISD-maatregel wegens risico op recidive en verloedering
De veroordeelde is op 21 januari 2024 geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor een periode van twee jaar. Op 8 september 2025 verzocht hij om tussentijdse beëindiging van deze maatregel. De rechtbank behandelde dit verzoek op 3 december 2025, waarbij ook een rapport van 17 november 2025 van de inrichting en een getuigenverklaring werden betrokken.
Uit het rapport blijkt dat de veroordeelde aanvankelijk goed functioneerde en een klinische behandeling volgde, maar zich later tweemaal onttrok aan toezicht en drugs gebruikte. Hij verblijft momenteel in beschermd wonen en stabiliseert, met lopende aanvragen voor WMO-ondersteuning en begeleid wonen. De officier van justitie pleitte voor voortzetting van de maatregel vanwege het risico op verloedering en recidive.
De verdediging stelde dat het verdere verblijf niet zinvol is en dat de veroordeelde na afloop van de maatregel een woonplek via de WMO hoopt te krijgen. De rechtbank oordeelt echter dat het risico op terugval groot blijft door het ontbreken van woning, werk en inkomen, en dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is om de lopende hulptrajecten af te ronden en recidive te voorkomen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af en bepaalt dat de maatregel zal worden voortgezet tot de geplande einddatum van 21 februari 2026.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet tot 21 februari 2026.