De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte tussen eiser en gedaagde. Partijen waren overeengekomen dat de huurovereenkomst per 1 augustus 2024 zou eindigen en dat gedaagde een afkoopsom van een jaar huur, € 17.220,72, zou betalen. Gedaagde betwistte de hoogte van de afkoopsom, maar erkende de afspraak zelf.
De kantonrechter oordeelde dat de beëindigingsafspraak als nieuwe overeenkomst geldt en dat gedaagde deze moet nakomen. De enkele mededeling van gedaagde kort na het tekenen dat hij de ruimte niet wilde huren, leidde niet tot beëindiging van de huurovereenkomst. De overeengekomen afkoopsom moet worden betaald.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van € 1.146,12 toegewezen, evenals wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van € 2.468,99. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.