Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
dubbel Pro Justitia-rapportagesdoor psychiater [persoon A] van 28 mei 2024 en 19 augustus 2024 en door klinisch psycholoog [persoon B] van 4 juni 2024 en 8 september 2024 volgt - zakelijk weergegeven - dat sprake is van een matige verstandelijke ontwikkelingsstoornis, die ook aanwezig was ten tijde van het tenlastegelegde. Bij een bewezenverklaring zullen de begripsproblemen van de verdachte mede hebben gezorgd voor het conflict met haar zus en de hierop volgende beslissing om brand te stichten. De verdachte overziet sociale situaties niet goed en overziet ook niet goed de gevolgen van haar gedrag, waarbij ze vervolgens haar boosheid kan uiten in de vorm van agressie.
Reclassering Nederlandvan 15 oktober 2025 staat - zakelijk weergegeven - het volgende. Gedurende het afgelopen anderhalf jaar hebben wij onderzocht of er specialistische behandeling/ondersteuning vanuit de verstandelijk gehandicaptenzorg geïndiceerd is. Hiertoe hebben wij begeleiding gestart vanuit de St. Jan Arends. Wij zijn van mening dat dit niet het geval is. De verdachte functioneert thuis op een voor haar maximaal niveau waarbij zij actief en zichtbaar ontspannen is. Er hebben zich geen incidenten voorgedaan. Wij sluiten ons aan bij het advies gegeven in het psychologische onderzoek om mevrouw thuis te laten wonen. Zowel begeleiding als toezicht zijn niet van meerwaarde gebleken in het verbeteren of veranderen van gedragsinzichten of -mogelijkheden. Wij zijn dan ook voornemens het huidige Reclasseringstoezicht af te sluiten. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag. Bij een veroordeling adviseren wij een voorwaardelijke straf zonder bijzondere voorwaarden. Wij zien geen mogelijkheden om door middel van interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen.
5.Voorlopige hechtenis
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
gevangenisstraf van 167 (honderdzevenenzestig) dagen;
60 (zestig) dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
1 (één)jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;