ECLI:NL:RBROT:2025:15485

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
10-114828-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzetverkrachting en opzetaanranding met gevangenisstraf

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van opzetverkrachting en opzetaanranding. De feiten vonden plaats op 13 april 2025 in Giessenburg, waar de verdachte, onder invloed van alcohol, twee vrouwen in hun slaap heeft misbruikt. De rechtbank achtte de verdachte schuldig aan de tenlastegelegde feiten, waarbij hij [slachtoffer 1] verkrachtte door zijn vinger in haar vagina te bewegen en aan haar tepel te sabbelen, en [slachtoffer 2] aanrandde door aan haar vagina te zitten. De verdachte had geen herinneringen aan de gebeurtenissen door zijn alcoholgebruik, maar de rechtbank oordeelde dat er voldoende bewijs was om tot een veroordeling te komen. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals een meldplicht bij de reclassering en verplichte behandeling. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen voor zowel materiële als immateriële schade. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers, die psychische klachten ondervonden door het seksuele misbruik. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank in Dordrecht, en de zaak is geregistreerd onder parketnummer 10-114828-25.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-114828-25
Datum uitspraak: 23 december 2025
Datum zitting: 9 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. D.J. Troost,
officier van justitie: mr. X.C. van Balen,
benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2],
advocaat van de benadeelde partijen: mr. M.W.G.J. IJsseldijk.
Kern van het vonnis
De verdachte heeft [slachtoffer 1] in haar slaap verkracht door zijn vinger in haar vagina te bewegen en aan haar tepel te sabbelen. Ook heeft de verdachte [slachtoffer 2], die in dezelfde kamer aan het slapen was, aangerand door aan haar vagina te zitten. De verdachte stelt zich niks meer te herinneren door alcoholgebruik. De rechtbank acht de verdachte schuldig en legt hem een gevangenisstraf op.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – [slachtoffer 1] opzettelijk heeft verkracht en [slachtoffer 2] opzettelijk heeft aangerand.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 13 april 2025 te Giessenburg, gemeente Molenlanden
met een persoon, te weten [slachtoffer 1]
een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen/bewegen,
- zijn mond op de tepel van die [slachtoffer 1] te brengen en daaraan te
sabbelen/zuigen,
terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die
[slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 13 april 2025 te Giessenburg, gemeente Molenlanden
met een persoon, te weten [slachtoffer 1]
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen/bewegen,
- zijn mond op de tepel van die [slachtoffer 1] te brengen en daaraan te
sabbelen/zuigen,
terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die
[slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak
2.
hij op of omstreeks 13 april 2025 te Giessenburg, gemeente Molenlanden
met een persoon, te weten [slachtoffer 2]
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 2] te betasten en/of aan te raken en/of
met zijn, verdachtes, vingers de schaamlippen van die [slachtoffer 2] te spreiden/openen
terwijl hij, verdachte, wist,
althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil
ontbrak.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten.
2.2.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft geen herinnering aan de nacht waarin hij de slachtoffers zou hebben verkracht of aangerand omdat hij onder invloed was van alcohol. De verdediging heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat op basis van het dossier vaststaat dat het is gebeurd.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte opzettelijk het [slachtoffer 1] heeft verkracht. Ook is bewezen dat hij [slachtoffer 2] opzettelijk heeft aangerand. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3. De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van [aangeefster 1] [2] Ik ben seksueel misbruikt op 13 april 2025 rond 4:00 uur in Giessenburg door [verdachte]. We waren op een verjaardag en een aantal aanwezigen bleef slapen, waaronder ik en [verdachte]. We gingen rond 2:30 uur naar bed. [verdachte] ging met een vriend op de bank liggen en ik op het matras naast [slachtoffer 2]. Toen werd ik wakker van plots licht. Terwijl ik wakker werd voelde ik dat [verdachte] met zijn mond rond mijn tepels aan het sabbelen was en dat hij met zijn vinger in mijn vagina zat. Hij bewoog zijn vinger in mijn vagina. Toen ik wakker werd zaten mijn shirt en bh over mijn borsten heen en dus omhoog. Mijn broek zat halverwege mijn heup. Mijn onderbroek was ook naar beneden geschoven. Het stopte omdat ik hem sloeg.
2.
Verklaring van [aangeefster 2] [3] Ik doe aangifte van aanranding tegen [verdachte] van 12 op 13 april 2025 in Giessenburg. Ik sliep in de woonkamer naast mijn vriend. Ik slaap diep en heb niks doorgehad. Ik droeg een string en een badjas. Op mijn linker bovenbeen heb ik een tattoo van een roos met de tekst: our memories make me stronger.
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Op 17 april 2025 stelde ik, [verbalisant], een uitgebreider onderzoek in van de telefoon van [verdachte]. Ik zag dat er 3 afbeeldingen en 15 video's waren die van belang waren voor het onderzoek. Deze opnames stonden op een privé bestandslocatie.
[slachtoffer 2]
Te zien is dat er 12 filmpjes gemaakt zijn van de vrouw in de paarse string. Hieronder zijn enkele omschreven. Te zien is dat er een vrouw op haar rechterzijde ligt, gekleed in een paarse string. Er een rechter hand in beeld komt en trekt de string tussen de billen van de vrouw vandaan. Met de rechter wijs en middelvinger wordt de huid van de billen opzij gedaan waardoor de vagina te zien is. (…) Op een volgende film van 45 seconden is te zien dat er een vrouw op haar rechterzijde ligt. (…) Te zien is dat er een hand in beeld komt. Het linkerbeen van de vrouw beweegt waardoor zij op haar rug rolt. Te zien is dat de vrouw aan de voorzijde van haar linker bovenbeen een tatoeage van een roos heeft met daaronder een tekst beginnende met "Our memor". Te zien is dat de hand de paarse string voor de schaamlippen van de vrouw vandaan trekt, waarna de schaamlippen in beeld te zien zijn. In een volgende film ligt de vrouw op haar rug, de paarse string is opzij geschoven waardoor de schaamlippen zichtbaar zijn. Er komt een rechter hand in beeld, met wijsvinger en duim wordt geprobeerd om de schaamlippen te spreiden. Uit onderzoek naar de tatoeages op de onderbenen van de vrouw blijkt dat het [slachtoffer 2] betreft.
[slachtoffer 1]
Te zien is dat er 3 filmopnames zijn gemaakt van een vrouw in een grijze broek en donkergrijze onderbroek te zien. Ik, [verbalisant], herken de grijze broek als zijnde de broek van [aangeefster 1]. In een film van 1:15 minuut is te zien dat er een linkerhand in beeld komt. De linker middelvinger van de hand wordt voor zeker 2 vingerkootjes in de vagina gepenetreerd. Ook wordt deze tussen de schaamlippen heen bewogen over de clitoris van de vrouw. Vervolgens wordt de vinger weer in de vagina gepenetreerd. De vinger beweegt op en neer in de vagina voor minimaal 20 seconden.
4.
Proces-verbaal van de politie [5] De handen op de videobeelden die zijn aangetroffen op de telefoon van de verdachte, komen overeen met de foto's van de handen van de verdachte die bij het verhoor zijn gemaakt. De verdachte heeft op zijn rechterduim een sproet naast zijn nagel: die was op de videobeelden te zien.
5.
Deskundigenverslag van het NFI [6] [nummer 1] (middelvinger rechts)Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van [slachtoffer 1] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen. Tevens is aangenomen dat [verdachte] één van de donoren is.
DNA-mengprofiel [nummer 1] is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [verdachte] en [slachtoffer 1], dan wanneer het DNA afkomstig is van [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon.
[nummer 2] (linker borst nat (1a))Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van [verdachte] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van drie personen. Tevens is aangenomen dat [slachtoffer 1] één van de donoren is.
DNA-mengprofiel [nummer 2] is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer 1], [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer 1] en twee willekeurige onbekende personen.
2.3.2.
Bewijsmotivering
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte op 13 april 2025 [aangeefster 1] opzettelijk heeft verkracht en [aangeefster 2] opzettelijk heeft aangerand. De verdachte sliep samen met de aangeefsters in de woonkamer van een woning waar die avond en nacht een verjaardagsfeest werd gevierd.
Zoals uit de hierboven opgenomen bewijsmiddelen blijkt, heeft de verdachte beide aangeefsters in hun slaap aangeraakt bij hun intieme delen. [aangeefster 1] werd wakker terwijl de verdachte aan haar tepel sabbelde en zijn vinger in haar vagina stopte. Hij heeft die handelingen gefilmd. Dat beeldmateriaal werd door de politie aangetroffen in een privémap op de telefoon van de verdachte. Toen ook beeldmateriaal van een andere vrouw met tatoeages werd aangetroffen, bleek dat de verdachte zich ook aan [aangeefster 2] had vergrepen. Op het beeldmateriaal was te zien dat hij haar vagina betastte en haar schaamlippen probeerde te spreiden. Toen [aangeefster 2] hoorde dat ook zij slachtoffer was geworden, heeft zij aangifte gedaan.
De verdachte heeft – op zijn minst genomen – bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de wil bij [aangeefster 1] en [aangeefster 2] ontbrak. Dit blijkt uit de omstandigheid dat zowel [aangeefster 1] als [aangeefster 2] tijdens de ten laste gelegde handelingen aan het slapen was en de verdachte daarmee het onvermogen tot vrije wilsuiting van hen heeft genegeerd. De verdachte heeft om die reden opzettelijk gehandeld.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1, primair
hij op
of omstreeks13 april 2025 te Giessenburg, gemeente Molenlanden
met
een persoon, te weten[slachtoffer 1]
een of meerseksuele handelingen die
bestonden uit ofmede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen/bewegen,
en
- zijn mond op de tepel van die [slachtoffer 1] te brengen en daaraan te
sabbelen
/zuigen,
terwijl hij, verdachte, wist
, althans ernstige reden had om te vermoedendat bij die
[slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak;
Feit 2
hij op
of omstreeks13 april 2025 te Giessenburg, gemeente Molenlanden
met
een persoon, te weten[slachtoffer 2]
een of meerseksuele handelingen heeft verricht, te weten
- de vagina en
/ofschaamlippen van die [slachtoffer 2] te betasten en
/ofaan te raken en
/of
met zijn, verdachtes, vingers de schaamlippen van die [slachtoffer 2] te spreiden
/openen
terwijl hij, verdachte, wist,
althans ernstige reden had om te vermoedendat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil
ontbrak.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1, primair
opzetverkrachting;
feit 2,
opzetaanranding.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en het verplicht meewerken aan ambulante behandeling, met een proeftijd van twee jaren.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Om de toekomst van de verdachte niet te doorkruisen, stelt de verdediging dat een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest dient te worden opgelegd, samen met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf, met de daaraan verbonden bijzondere voorwaarden, en de maximale taakstraf.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft de aangeefsters verkracht en aangerand toen zij op hun kwetsbaarst waren, namelijk terwijl zij sliepen. Als [aangeefster 1] niet wakker was geworden door het licht van de telefoon van verdachte, was de verdachte verder gegaan en was (ook) het misbruik van [aangeefster 2] niet aan het licht gekomen. De verdachte heeft de lichamelijke en seksuele integriteit van de aangeefsters ernstig geschonden. Daar komt bij dat hij dit heeft gedaan in de woning van gezamenlijke vrienden, een plek waar zij zich veilig mochten voelen. De aangeefsters hebben de gevolgen van het onverhoedse seksueel misbruik treffend verwoord in de slachtofferverklaringen, die zij op de zitting hebben voorgelezen.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 oktober 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapport van de reclassering
In het rapport van GGZ Fivoor van 27 november 2025 staat het volgende. De verdachte heeft sinds de ten laste gelegde feiten geen alcohol meer gebruikt, dit om herhaling te voorkomen. De verdachte lijkt normaal te functioneren. GGZ Fivoor adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de strafbare feiten is een gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Gelet daarop acht de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden voor deze strafbare feiten passend. Van deze gevangenisstraf worden 12 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans te verkleinen dat de verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp verbeurd wordt verklaard.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Als bijkomende straf voor feit 1 en 2 wordt de in beslag genomen telefoon verbeurd verklaard, nu dit een voorwerp betreft met betrekking tot welke het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan. De verdachte heeft de telefoon immers gebruikt om de strafbare feiten te filmen. Dit voorwerp heeft daarmee een rol gespeeld bij het bewezenverklaarde. De rechtbank houdt hierbij rekening met de draagkracht van de verdachte. De telefoon is ook vatbaar voor verbeurdverklaring.

6.Vordering van de benadeelde partijen

6.1.
Vorderingen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
[benadeelde partij 1] heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 228,70 als vergoeding voor materiële schade en € 7.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 2] heeft als benadeelde partij voor feit 2 € 951,81 als vergoeding voor materiële schade en € 7.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van [benadeelde partij 1] kan volledig worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Bij de vordering van [benadeelde partij 2] komt de aangevoerde materiële schade van het eigen risico niet in aanmerking voor vergoeding. De overige onderdelen van de materiële en immateriële schade kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering van [benadeelde partij 1] dient ten aanzien van de immateriële schade gematigd te worden. Ten aanzien van de materiële schade dient het bedrag voor de kleding geschat te worden, omdat het niet reëel is om de nieuwprijs te vergoeden.
De vordering van [benadeelde partij 2] dient ten aanzien van de immateriële schade gematigd te worden, omdat er geen sprake is van binnendringen. Ten aanzien van de materiële schade dienen enkele posten afgewezen dan wel gematigd te worden. De aangevoerde kostenpost van het eigen risico dient te worden afgewezen, omdat het eigen risico al voldaan was voordat de ten laste gelegde handeling plaatsvond. Ook dienen de kosten voor een nieuwe badjas geschat te worden. De kosten voor de autoritten naar de advocaat en de politie moeten worden aangemerkt als proceskosten en dienen daarom te worden afgewezen.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
6.4.1.
Materiële schade
[benadeelde partij 1]
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 gepleegde strafbare feit. De verdediging heeft bepleit dat het bedrag ter vergoeding van de kleding gematigd moet worden. De rechtbank stelt vast dat het gevraagde bedrag redelijk en voldoende onderbouwd is. Om die reden zal het gevraagde bedrag van € 228,70 worden toegewezen.
[benadeelde partij 2]
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 gepleegde strafbare feit, te weten: de kosten van haar badjas en de reiskosten naar haar therapie. De gevorderde kosten voor het reizen naar haar advocaat en de politie komen niet in aanmerking voor vergoeding als materiële schade, omdat die aangemerkt worden als proceskosten. Daarom zal de rechtbank dat gedeelte van de vordering afwijzen. Ook de kosten van het eigen risico kunnen niet worden aangemerkt als rechtstreekse schade, omdat die kosten al waren gemaakt voorafgaand aan het strafbare feit. Om die reden zal ook dit onderdeel van de vordering worden afgewezen. De vergoeding van de badjas van € 62,90 en de (gematigde) reiskosten van € 363,66 zullen worden toegewezen, omdat het gevraagde bedrag redelijk en voldoende onderbouwd is, hetgeen in een totaalbedrag van € 426,56 resulteert.
6.4.2.
Immateriële schade
Zowel [benadeelde partij 1] als [benadeelde partij 2] hebben als gevolg van het strafbare feit onder 1 respectievelijk onder 2 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partijen zijn namelijk op andere wijze in hun persoon aangetast in de zin van artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Ten gevolge van de strafbare feiten hebben beide benadeelde partijen namelijk psychische klachten ondervonden waarvoor zij behandeling nodig hadden.
Die schade wordt voor zowel [benadeelde partij 1] als [benadeelde partij 2] naar billijkheid begroot op
€ 5.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. In tegenstelling tot hetgeen door de verdediging is bepleit, ziet de rechtbank geen aanleiding om het schadebedrag ten aanzien van [benadeelde partij 2] te matigen op de grond dat bij haar geen sprake was van binnendringen. Ook voor [benadeelde partij 2] waren de gevolgen van het strafbare feit heftig, zeker nu zij achteraf van de politie hoorde dat zij óók slachtoffer was geworden. Het onverhoedse karakter van de daad heeft ingrijpende gevolgen voor haar gehad. Gezien de omstandigheden van beide feiten ziet de rechtbank geen reden om verschillende schadebedragen toe te wijzen. De vorderingen worden tot dit bedrag toegewezen. Het resterende deel van de vorderingen wordt afgewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 5.000,- aan [benadeelde partij 1] en een bedrag van € 5.000,- aan [benadeelde partij 2] moet betalen als vergoeding van de immateriële schade van de benadeelde partijen.
6.4.3.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 13 april 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vordering van de benadeelde partijen (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,00.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast. Dit betekent dat voor de toegewezen vordering van [benadeelde partij 1] gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 61 (eenenzestig) dagen en voor de vordering van [benadeelde partij 2] maximaal 62 (tweeënzestig) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 57, 241 en 243 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat
12 (twaalf) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte meldt zich na uitnodiging bij Reclassering Fivoor, op het adres Hoge Bakstraat 44, 3311 WJ Dordrecht. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
de verdachte werkt mee aan diagnostisch onderzoek en laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener heeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 en 2 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
verklaart verbeurd voor de feiten 1 en 2, een zwarte Android met goednummer [nummer 3];
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 1] (feit 1), te betalen een bedrag van €
5.228,70, bestaande uit € 228,70 als vergoeding van materiële schade en € 5.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 13 april 2025 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij 2] (feit 2), te betalen een bedrag van €
5.426,56, bestaande uit € 426,56 als vergoeding van materiële schade en € 5.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 13 april 2025 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partijen gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,00 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
wijst af het door de benadeelde partijen meer of anders gevorderde;
legt aan de verdachte voor feit 1
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 5.228,70te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 april 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
61 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
legt aan de verdachte voor feit 2
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat

5.426,56te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 april 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
62 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. D.M. Douwes en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.M. Turfboer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 december 2025.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Proces-verbaal van aangifte [proces-verbaalnummer 1], inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] (p. 6-14 van het procesdossier).
3.Proces-verbaal aangifte [proces-verbaalnummer 2], inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] (p. 31-39 van het procesdossier).
4.Proces-verbaal van bevindingen [proces-verbaalnummer 3], inhoudende het relaas van [verbalisant] (p. 60-64 van het procesdossier).
5.Proces-verbaal van bevindingen [proces-verbaalnummer 4], inhoudende het relaas van [verbalisant] (p. 65-67 van het procesdossier).
6.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 28 mei 2025.