ECLI:NL:RBROT:2025:15486

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
10.015937.24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan wettig gezag, ontucht en grooming

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een 22-jarige verdachte die beschuldigd werd van het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag, ontuchtige handelingen met een minderjarige en grooming. De verdachte had op 13 januari 2024 een ontmoeting geregeld met een 12-jarig meisje in een hotel in Gorinchem, zonder toestemming van haar ouders. De officier van justitie beschuldigde de verdachte van het onttrekken van het meisje aan het wettig gezag, het plegen van ontuchtige handelingen en het groomen van het slachtoffer via social media. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan alle drie de feiten. De verdachte had erkend dat hij het slachtoffer een zuigzoen had gegeven en dat hij met haar had geknuffeld en gezoend. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 60 dagen, waarvan 56 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 150 uur. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot het betalen van € 1.000,- aan de benadeelde partij voor immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.015937.24
Datum uitspraak: 23 december 2025
Datum zitting: 9 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2001 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
laatst opgegeven woon- of verblijfplaats [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. H. Sazoglu.
Officier van justitie: mr. K.P. Mandos.
Benadeelde partij: [benadeelde partij].
Advocaat van de benadeelde partij: mr. M.A. Oosterveen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij het twaalfjarige [slachtoffer] heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag. Daarnaast beschuldigt de officier van justitie de verdachte ervan dat hij ontuchtige handelingen met het slachtoffer heeft gepleegd en zich schuldig heeft gemaakt aan het groomen van het slachtoffer.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 13 januari 2024 te Gorinchem, althans in Nederland,
opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, heeft onttrokken
aan het wettig over haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit
desbevoegd over haar uitoefende;
2.
hij op of omstreeks 13 januari 2024 te Gorinchem,
met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, die toen de leeftijd van zestien jaren nog
niet had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het geven van (een) (zuig)zoenen en/of
- het laten geven (een) (zuig)zoenen door haar;
3.
hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2024 tot en met 13 januari 2024 te
Gorinchem, in elk geval in Nederland en/of te Gijzegem, in elk geval in België,
door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een
communicatiedienst, te weten via Playstation en/of Snapchat, althans social media,
een persoon, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, die de leeftijd van
zestien jaren nog niet had bereikt,
een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die
[slachtoffer] te plegen, terwijl verdachte enige handeling heeft ondernomen gericht op
het verwezenlijken van die ontmoeting,
door
- met die [slachtoffer] concrete afspraken te maken om elkaar op 13 januari 2024 op (een)
van te voren afgesproken plaats(en) en tijdstip(pen) te ontmoeten en/of
- een hotelkamer te Gorinchem te boeken.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de drie feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit, omdat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op het onttrekken aan het ouderlijk gezag. De verdachte was in de veronderstelling dat de ouders van het slachtoffer toestemming hadden verleend om hem te ontmoeten. De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 ook vrijspraak bepleit, omdat het geven van een zuigzoen volgens de verdediging geen ontuchtige handeling is. Voorts heeft de verdediging ten aanzien van feit 3 vrijspraak bepleit, omdat de verdachte geen oogmerk had op het verrichten van ontuchtige handelingen met het slachtoffer. Het enkele willen slapen, zoenen en knuffelen met [slachtoffer] zonder seksuele bedoelingen impliceert volgens de verdachte niet het verrichten van ontuchtige handelingen.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het groomen van [slachtoffer], dat hij haar vervolgens heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag en dat hij ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
Feit 1
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster: [2] Ik doe aangifte van onttrekken aan het ouderlijk gezag en wederrechtelijke vrijheidsbeneming. Ik gaf niemand het recht en de toestemming deze feiten te plegen.
2.
Proces-verbaal van bevindingen van de politie: [3]
Op 13 januari 2024 hoorden wij [verbalisanten] van [naam 1] dat zij haar dochter van 12 jaar niet kon vinden. De telefoon van haar dochter stond uit. Haar dochter had gevraagd of ze naar het hotel in Gorinchem mocht. Daar had [naam 1] geen toestemming voor gegeven.
Wij zijn naar het hotel aan de [adres 2] gereden en troffen daar in [kamernummer] [verdachte] aan. [slachtoffer] zat in de badkamer van de hotelkamer.
3.
Proces-verbaal van de politie, verhoor verdachte: [4]
Ze moest nog 16 worden, dat wist ik, (…) Het was wel de bedoeling dat zij zou blijven slapen, maar ik heb haar duidelijk gemaakt dat het niet hoefde. (…) ik wist dat zij geen 16 was.
4.
Proces-verbaal van bevindingen van de politie, inhoudende chatgesprekken: [5]
5.
Proces-verbaal van bevindingen van de politie, inhoudende chatgesprekken: [6]
Feit 2
6.
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting: [7]
Het klopt dat ik in het hotel een zuigzoen aan [slachtoffer] heb gegeven en van haar heb gekregen.
7.
Proces-verbaal van bevindingen van de politie: [8] Ik zag bij de verdachte aan de rechterzijde in zijn hals een rood/paarse verkleuring. Ik vroeg hem wat dat was en hoe het daar gekomen was. Ik hoorde dat de verdachte tegen mij zei dat het een 'zuigzoen' (althans woorden van gelijke strekking) was en op de vraag hoe hij daar gekomen was hoorde ik de verdachte zeggen dat 'zij' dat bij hem gedaan had en dat hij er ook eentje bij haar 'gezet' had. Toen ik hem vroeg wat hij met een 12-jarig meisje op een hotel kamer deed hoorde ik dat de verdachte zei; “twaalf..?, mij is gezegd vijftien." Toen ik verdachte vroeg door wie hem dat gezegd was dat ze 15 jaar was, antwoordde de verdachte; ‘door haarzelf’.
Feit 3
8.
Proces-verbaal van de politie, verhoor verdachte: [9] Ik heb eerst een maand met haar gegamed. Daarna leerde ik haar een beetje kennen op Snapchat. Op Snapchat spraken we elkaar zeker een keer op twee dagen. (…) We hadden persoonlijke gesprekken.(…) ik heb het contact met [slachtoffer] doorgezet, omdat zij op dat moment een van de weinigen was die naar mij wilde luisteren. (…) Naar het einde, voor wij elkaar in het echt zagen, belden wij wel dagelijks via video op Snapchat. (…) ik ben een keer eerder naar Gorinchem gekomen om haar te ontmoeten. Ik kwam met de trein en we zijn naar het winkelcentrum gegaan (…) We vonden het allebei jammer dat ik weer weg moest. Daarom hadden we afgesproken dat ik die keer erna een hotel zou boeken. Ik had een kamer in hotel Gorinchem geboekt. (…) Ik heb aangegeven dat ik met twee personen zou komen, omdat ik bang was anders alsnog een eenpersoonskamer te krijgen (…) Zij heeft die dag gezegd gevoelens voor mij te hebben en dat was wel wederzijds.(…) Ik heb haar geknuffeld. (…) Ze moest nog 16 worden, dat wist ik, (…) Het was wel de bedoeling dat zij zou blijven slapen, maar ik heb haar duidelijk gemaakt dat het niet hoefde. (…) ik wist dat zij geen 16 was.
9.
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting [10]
Jongste rechter: op pagina 185 van het dossier bevindt zich een aantal TikTokberichten. Ik houd u er een aantal voor. Ik begin rond 10 januari “
Ueefmh heb je die laatste gezien?’ ‘
Ell yea baby’ ‘
yes please’,
’I want that now’. Wat bedoelt u daarmee?
Verdachte: zij was mij aan het uitdagen voor ontucht, zoenen enz..
Jongste rechter: later ‘
zaterdag, yes please baby’. Bedoelde u daarmee de hele zaterdag zoenen?
Verdachte: ja, onder andere.
Jongste rechter: ‘
anders boek ik geen kamer’ en ‘
het mag niet’en ‘
pfff dan niet, dan kom ik alleen langs’.
(…)
Jongste rechter: Op pagina 186 van het dossier, op regel 115, ‘
wait what?? You want to …’, wat vraagt u daar?
Verdachte: ik wist niet zeker of ze wilde zoenen, dat had ik in mijn hoofd.
(…)
Jongste rechter: ‘
only when you are ready’ ‘
I really want that’,
ill never push you’. Gaat het over kussen?
Verdachte: (…) Ik veronderstel het kussen.
Jongste rechter: ik ga verder op pagina 36 van het dossier. In uw telefoon wordt gevonden: ‘
Moest je bij me slapen, dan pas zou je goed slapen.’ Hoe bedoel je dat?
Verdachte: gewoon in het algemeen.
(…)
Jongste rechter: later verklaarde u dat het de bedoeling was dat zij zou blijven slapen (…).
Verdachte: ja, (…).
Jongste rechter: hebben jullie geknuffeld?
Verdachte: ja dat wel (…). Zoenen is ergens ook wel knuffelen. (…)
Jongste rechter: wat kunt u zich herinneren?
Verdachte: (…) We hebben geknuffeld. (…) En die zuigzoen. (…)
Jongste rechter: en in heel die aanloop, naar dat hotelmoment (…)?
Verdachte: gewoon een overnachting. (…)
Jongste rechter: (…) Wat is dan samen blijven slapen op een kamer?
Verdachte: puur een overnachting. Meer tijd met haar doorbrengen. (…)
Jongste rechter: in bed? Samen in bed?
Verdachte: ja.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Feit 1: onttrekking aan wettig gezag
Het slachtoffer is geboren op [geboortedatum 2] 2011 en was op de dag dat zij met de verdachte in de hotelkamer werd aangetroffen twaalf jaar oud. Zij woonde thuis bij haar ouders. De moeder van het slachtoffer heeft aangifte gedaan van onttrekking aan het ouderlijk gezag. Zij heeft haar dochter geen toestemming gegeven om weg te gaan naar een hotel. De verdachte en het slachtoffer hebben, in de aanloop naar de ontmoeting in het hotel, veelvuldig contact gehad via social media.
Het opzetvereiste ten aanzien van onttrekking aan het wettelijk gezag is tweeledig. In de eerste plaats dient het opzet gericht te zijn op de omstandigheid dat het slachtoffer een minderjarige betreft. Verdachte heeft meerdere keren verklaard dat hij wist dat het slachtoffer jonger dan 16 jaar was. In de tweede plaats dient het opzet betrekking te hebben op de wettigheid van het gezag. Hierbij geldt dat het voorwaardelijk opzet als ondergrens geldt: de verdachte moet de wetenschap hebben gehad van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden en moet die kans ten tijde van de gedraging bewust hebben aanvaard.
Tijdens de chat-gesprekken met de verdachte geeft het slachtoffer meerdere malen aan dat zij van haar ouders niet mag blijven slapen in het hotel. De verdachte laat middels de chat-gesprekken weten dat hij daar niet blij mee is en geeft aan dat hij dan alleen langskomt. Vervolgens vraagt hij aan haar om haar vader te vragen waarom ze niet mag. Het slachtoffer geeft daarop aan dat ze ook van haar moeder niet mag. De verdachte had dus te maken met een meisje waarvan hij wist dat ze substantieel jonger was dan hij en voor wie de toestemming van haar ouders van groot belang was. Hieruit viel voor de verdachte af te leiden dat het slachtoffer nog onder het wettig gezag van haar ouders stond. De verklaring van de verdachte, dat hij dacht dat hij toestemming had van de ouders van het slachtoffer, acht de rechtbank gezien het voorgaande hoogst onwaarschijnlijk. De verdachte wist dat ze geen toestemming had van haar ouders om naar het hotel te gaan en heeft vervolgens nagelaten om daar serieus bij haar ouders navraag naar te doen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte, anders dan de verdediging heeft betoogd, zodoende willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij een minderjarige onttrok aan enig wettig gezag.
Feit 2: ontuchtige handelingen
De verdachte heeft ter zitting bekend dat hij het slachtoffer een zuigzoen heeft gegeven en het slachtoffer een zuigzoen aan hem heeft laten geven. De verdachte heeft ter zitting tevens verklaard dat hij met het slachtoffer heeft geknuffeld en gezoend in de hotelkamer en dat het de bedoeling was dat zij zou blijven slapen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat deze handelingen zijn verricht bij een twaalfjarig meisje, terwijl verdachte op dat moment tweeëntwintig jaar oud was. Er was aldus sprake van een groot leeftijdsverschil en beiden bevonden zich in verschillende levensfasen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de door de verdachte gegeven zuigzoen en het laten geven van een zuigzoen in onderling verband en samenhang bezien van seksuele aard en in strijd met de sociaal-ethische norm.
De rechtbank is, anders dan de verdediging heeft betoogd, van oordeel dat voor de ontuchtige aard van deze handelingen niet vereist is dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte het geven van een zuigzoen met seksuele handelingen associeert. Het geheel van handelingen is in deze context en gelet op alle hiervoor benoemde omstandigheden niet anders uit te leggen dan gericht op seksueel getint contact en in strijd met de sociaal-ethische norm. Het geven en ontvangen van een zuigzoen kunnen om die reden worden aangemerkt als ontuchtige handelingen.
Feit 3: grooming
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte via social media contact had met [slachtoffer]. Met het oog op de afspraak met haar heeft de verdachte een hotelkamer geboekt in haar woonplaats. De rechtbank stelt vast dat de verdachte de ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk om ontuchtige handelingen te verrichten en overweegt als volgt.
Uit diverse chatgesprekken tussen de verdachte en het slachtoffer en hetgeen de verdachte ter zitting heeft verklaard over deze chatgesprekken wordt duidelijk dat een deel van deze gesprekken een seksuele lading had. Dit valt onder andere op te maken uit de toelichting van de verdachte op de chatgesprekken dat hij wilde knuffelen, zoenen en met het slachtoffer in het hotel wilde blijven slapen. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden uitgelegd dan dat een deel van de chatgesprekken met het slachtoffer voorafgaand aan de ontmoeting in de hotelkamer een seksuele lading had. Gelet hierop en mede omdat er in de chats wordt gesproken over het samen blijven slapen in de hotelkamer, moet geoordeeld worden dat de verdachte op het moment van de chatgesprekken het oogmerk had om tijdens de ontmoeting in de hotelkamer ontuchtige handelingen met het slachtoffer te verrichten.
De verweren worden verworpen en de drie ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1.
hij op
of omstreeks13 januari 2024 te Gorinchem,
althans in Nederland,
opzettelijk een minderjarige, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, heeft onttrokken
aan het wettig over haar gesteld gezag
en/of aan het opzicht van degene die dit
desbevoegd over haar uitoefende;
2.
hij op
of omstreeks13 januari 2024 te Gorinchem,
met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, die toen de leeftijd van zestien jaren nog
niet had bereikt,
buiten echt,
een of meerontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het geven van
(een
) (zuig
)zoen
enen
/of
- het laten geven
van(een
) (zuig
)zoen
endoor haar;
3.
hij in
of omstreeksde periode van 10 januari 2024 tot en met 13 januari 2024 te
Gorinchem, in elk geval in Nederland en
/ofte Gijzegem, in elk geval in België,
door middel van een geautomatiseerd werk en
/ofmet gebruikmaking van een
communicatiedienst, te weten via
Playstation en/of Snapchat, althanssocial media,
een persoon, te weten [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2011, die de leeftijd van
zestien jaren nog niet had bereikt,
een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die
[slachtoffer] te plegen, terwijl verdachte enige handeling heeft ondernomen gericht op
het verwezenlijken van die ontmoeting,
door
- met die [slachtoffer] concrete afspraken te maken om elkaar op 13 januari 2024 op
(een
)
van te voren afgesproken plaats
(en)en tijdstip
(pen)te ontmoeten en
/of
- een hotelkamer te Gorinchem te boeken.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag;
Feit 2
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;
Feit 3
door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straffen

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de drie feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, met aftrek van het voorarrest en waarvan 57 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 150 uur.
4.2.
Standpunt van de verdediging
Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, moet in het geval van een bewezenverklaring worden volstaan met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel moet een straf worden opgelegd ter hoogte van het voorarrest.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming van een twaalfjarig meisje, aan onttrekking van dat meisje aan het wettig gezag en aan het plegen van ontucht met haar. De verdachte heeft daarmee inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijke als de psychische integriteit van het slachtoffer en heeft zijn eigen seksuele behoeftes boven haar welzijn gesteld. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedendelicten vaak nog lang ernstige psychische gevolgen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Daarnaast heeft de verdachte de ouders van het slachtoffer met zijn handelen schrik aangejaagd, met name nu het een jong slachtoffer betreft. Minderjarigen, zeker twaalfjarigen, zijn op seksueel gebied nog niet volgroeid, waardoor zij niet in staat zijn om zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact in te schatten; om die reden worden zij door de wet beschermd.
Uit de verklaring die namens het slachtoffer ter terechtzitting is voorgelezen, blijkt duidelijk de impact die het handelen van de verdachte op het leven van het slachtoffer en haar ouders heeft gehad en nog steeds heeft. De rechtbank neemt de verdachte dit alles kwalijk.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 27 oktober 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij nog thuis woont bij zijn moeder. Zijn ouders liggen op dit moment in scheiding. Door de financieel kwetsbare situatie van zijn moeder, draagt hij met zijn fulltime baan bij aan het onderhouden van zijn moeder, broertje en zusje.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte wordt in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf met een taakstraf opgelegd.
De rechtbank zal een gevangenisstraf van 60 dagen opleggen. Van deze gevangenisstraf worden 56 dagen voorwaardelijk opgelegd. De verdachte hoeft dus niet, mits hij geen nieuwe strafbare feiten pleegt, terug naar de gevangenis. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Daarnaast acht de rechtbank, gelet op de ernst van de strafbare feiten, een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 150 uur opgelegd.

5.Vordering van de benadeelde partij

5.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor alle feiten € 2.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan in zijn geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair wordt verzocht de vordering af te wijzen, wegens onvoldoende onderbouwing. Meer subsidiair wordt verzocht de vordering te matigen.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
5.4.1.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft haar geestelijk letsel niet onderbouwd met een medische diagnose. Desondanks komt de rechtbank tot de slotsom dat de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zoals bedoeld in artikel 6:106, aanhef en sub b, van het Burgerlijk Wetboek. De nadelige gevolgen van de grooming, de onttrekking aan het wettig gezag en de ontucht liggen voor de benadeelde partij, gezien haar jonge leeftijd, zo voor de hand, dat de aantasting in de persoon op grond van hetgeen namens haar gesteld is, door de rechtbank wordt aangenomen.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid, de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de leeftijd van de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Het resterende deel van de vordering wordt afgewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
5.4.2.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 13 januari 2024.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij deels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,00.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Wetboek van Strafrecht) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 247 (oud), 248e (oud) en 279 van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 60 (zestig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
56 (zesenvijftig) dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 150 (honderdvijftig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen;
Vordering benadeelde partij
Veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 1.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 13 januari 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;
legt aan de verdachte voor de feiten 1, 2 en 3
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat
€ 1.000,- te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. D.M. Douwes en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.M. Turfboer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 december 2025.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier met nummer [nummer].
2.Proces-verbaal van aangifte door [naam 1] op 14 januari 2024, pagina 22 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1].
3.Proces-verbaal van bevindingen door [naam 2], [naam 3] en [naam 4], pagina 1 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2].
4.Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 112 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6].
5.Proces-verbaal van bevindingen door [naam 5], pagina 181 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3].
6.Proces-verbaal van bevindingen door [naam 5], pagina 181 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4].
7.Verklaard tijdens de zitting van 9 december 2025.
8.Proces-verbaal van bevindingen [naam 6], pagina 80 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5].
9.Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 112 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6].
10.Verklaard tijdens de zitting van 9 december 2025.