ECLI:NL:RBROT:2025:15487

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
10-109576-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige dochter

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een vader die beschuldigd werd van ontuchtige handelingen met zijn toen 11-jarige dochter. De verdachte werd beschuldigd van het aanraken van de borsten van zijn dochter en het gebruik van een trillende massagelamp in de buurt van haar schaamstreek. De rechtbank oordeelde dat de verdachte schuldig was aan de tenlastelegging, ondanks zijn ontkenning van seksuele bedoelingen. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank benadrukte de ernst van de zaak, gezien de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de schending van haar lichamelijke integriteit. De verdachte had eerder geen strafblad, maar de rechtbank hield rekening met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder eerdere trauma's. De benadeelde partij, de dochter, heeft een schadevergoeding van €3.000,- toegewezen gekregen voor immateriële schade, te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank legde ook bijzondere voorwaarden op, waaronder een meldplicht bij de reclassering en deelname aan ambulante behandeling.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-109576-25
Datum uitspraak: 23 december 2025
Datum zitting: 9 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1963 te [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. F. Laros,
officier van justitie: mr. K. Mandos,
benadeelde partij: [benadeelde partij],
advocaat van de benadeelde partij: mr. M.S.L. Leeflang.
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zijn toen 11-jarige dochter aangeraakt bij haar borsten en een trillende massagelamp tegen haar schaamstreek gehouden. De verdachte stelt dat hij dit zonder seksuele bedoeling heeft gedaan. De rechtbank acht de verdachte schuldig en legt hem een (grotendeels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf op.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - ontucht heeft gepleegd met zijn dochter toen zij nog geen 16 jaar oud was.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 september 2017 tot en met 4 september 2018 te Rotterdam, althans in Nederland,
buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd met iemand beneden de leeftijd
van zestien jaren, te weten zijn kind [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2006),
door
- haar borsten te betasten en/of
- met zijn hand en/of een voorwerp haar vagina, althans schaamstreek, te betasten.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit, dit op de grond dat de verdachte geen seksuele bedoeling had bij de aanrakingen.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft verricht met zijn dochter toen zij nog geen 16 jaar oud was. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van [aangeefster] [2]
Ik doe aangifte tegen mijn vader. Hij heeft mij meerdere malen aangeraakt bij mijn borsten en vagina. Het begon dan als knuffelen. Uiteindelijk werd het dus meer dan knuffelen. Eerst begon het boven de kleding met strelen. Later ging hij onder de kleding zitten. Dan ging hij allebei mijn borsten zitten strelen en ook mijn vagina. Hij is niet naar binnen geweest, het was alleen strelen. Hij zei dan ook "tegen niemand vertellen, het blijft ons geheimpje''. Het gebeurde in de woonkamer, ik zat dan op de bank.
Hij had later ook een apparaat tegen spierpijn. Dit apparaat gaf hitte af en trilde. Dit deed hij bij mijn vagina en toen vroeg hij of ik het lekker vond.
De eerste keer was op een schooldag, ik was vrij. (…) Hij begon mij toen later te strelen met zijn handen bij mijn borsten. Dit was op mijn kleding. Ik weet dat het in mijn eerste schooljaar was en ik was 11 toen ik met de middelbare school begon.
De ergste keer was toen hij weer bij me kwam zitten. Ik zat gewoon normaal op de bank, benen over elkaar. Hij trok mijn been naar beneden. Hij ging weer met zijn hoofd op mijn borsten liggen. Hij had dat apparaat bij zich. Hij begon mij te strelen over mijn borsten en vagina onder mijn kleding. Hierna ging hij met dat apparaat, boven mijn kleding, bij mijn vagina zitten. Ook dit was thuis in de woonkamer op de bank.
De laatste keer was ook toen hij onder mijn kleding ging, toen ging hij mij ook strelen. Na een tijdje stopte hij en ging hij op de bank zitten. (…) Hij heeft me toen bij mijn borsten en vagina aangeraakt.
2.
Verklaring van de verdachte bij de politie [3]
Ik heb misschien haar borst aangeraakt. Ik ging niet over de borsten zelf strelen, gewoon over de kleren heen. Het is in een vlaag van verstandsverbijstering gebeurd.
Ik heb niet met mijn handen haar vagina aangeraakt. Het was alleen met die lamp. Ik heb die alleen maar bij haar kruis gehouden, meer heb ik er niet mee gedaan. Dit is één keer gebeurd. Ik heb die lamp op haar kruis gelegd. Ik weet niet of zij is klaargekomen. Ze zei op een gegeven moment wel 'het lijkt net alsof ik moet plassen', maar wat ze daarmee wilde zeggen weet ik niet.
3.
Verklaring van de verdachte op de terechtzitting [4] U vraagt mij of ik met mijn hoofd de borsten van mijn dochter heb aangeraakt. Ja, ik zal een keer mijn handen erop hebben gelegd, maar zonder seksuele bedoelingen.
Toen we samen aan het knuffelen waren ging mijn hand één keer net onder waar je riem zit, maar niet verder. Ik heb nooit de vagina aangeraakt.
De massagelamp gaf warmte en trilde. Ik heb de lamp niet op haar vagina gelegd, maar wel op haar onderbuik. Ik heb dat maar één keer gedaan en zonder seksuele bedoelingen.
U houdt mij voor dat [slachtoffer] het niet verder mocht vertellen, dat het ons geheimpje was. Dat ging over het knuffelen. Ik weet niet waarom.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij ontucht heeft gepleegd met zijn dochter [slachtoffer]. De verdachte heeft zowel bij de politie als op de terechtzitting verklaard wel eens de borsten van zijn dochter aan te hebben geraakt. Ook erkent hij een trillende massagelamp op haar onderbuik te hebben gelegd, nog onder de hoogte van de broekriem. De verdachte stelt dit echter zonder enige seksuele bedoeling gedaan te hebben.
De aangifte van [aangeefster] wordt ondersteund door de verklaringen van de verdachte. De vraag is vervolgens of het handelen van de verdachte ‘ontuchtige handelingen’ opleveren in de zin van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht.
Ontuchtige handelingen zijn handelingen gericht op seksueel contact, althans contact van seksuele aard in strijd met de sociaal-ethische norm. Een precieze afbakening van wat wel en niet onder ‘ontuchtige handelingen’ valt, kan niet worden gegeven. De beoordeling of een handeling als ontuchtig heeft te gelden, hangt niet alleen af van de subjectieve beleving van het slachtoffer, maar ook van de aard van de gedraging en de omstandigheden van het geval. Ook de bedoeling van de dader is daarbij een relevante factor.
De rechtbank heeft bij de beoordeling van de vraag of het handelen van de verdachte in dit specifieke geval ontuchtige handelingen oplevert, acht geslagen op het volgende. De verdachte heeft verklaard een trillende massagelamp op de onderbuik van zijn minderjarige dochter te hebben gelegd, nog onder de hoogte van de broekriem. Het houden van een trillend voorwerp in de buurt van een vrouwelijk geslachtsorgaan heeft gezien de aard hiervan een onmiskenbaar seksueel, en in dit geval ontuchtig, karakter.
De verdachte heeft verklaard dat hij tijdens het knuffelen wel eens de borsten van zijn dochter heeft aangeraakt. Ook heeft hij verklaard dat zijn dochter het niet verder mocht vertellen en dat het hun ‘geheimpje’ was. De verklaring dat dit slechts over het knuffelen ging en dat de verdachte daarbij geen seksuele bedoeling had, acht de rechtbank uiterst ongeloofwaardig. Het knuffelen van een dochter en haar vader is een dermate gebruikelijke gedraging, dat die niet geheim hoeft te blijven. De verklaring van de aangeefster dat het ‘geheimpje’ op het aanraken van de borsten ziet, is geloofwaardig. De verdachte heeft met aanraken van de borsten van een (toen) 11-jarige een handeling verricht die in strijd is met de sociaal-ethische norm. Bovendien heeft zijn dochter, [slachtoffer], de handelingen als onprettig en grensoverschrijdend ervaren. Ook de handeling van het aanraken van de borsten is volgens de rechtbank aan te merken als ontuchtig.
De rechtbank acht om die reden wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich aan het ten laste gelegde feit schuldig heeft gemaakt.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij op
één ofmeerdere tijdstippen in
of omstreeksde periode van 4 september 2017 tot en met 4 september 2018 te Rotterdam,
althans in Nederland,
buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten zijn kind [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2006),
door
- haar borsten te betasten en
/of- met zijn hand en
/ofeen voorwerp haar
vagina, althansschaamstreek te betasten.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straffen

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het feit worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren of 90 dagen hechtenis bij het niet verrichten daarvan, alsmede een gevangenisstraf van 90 dagen waarvan 89 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en het meewerken aan ambulante behandeling.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat slechts één dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd met een volledig voorwaardelijke taakstraf.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft ontucht gepleegd met zijn toen 11-jarige dochter. De verdachte heeft met zijn handelen de lichamelijke integriteit van zijn dochter aangetast. Dit soort feiten kan langdurige negatieve gevolgen hebben voor de psychische, emotionele en seksuele ontwikkeling van jonge slachtoffers. Door de wetgever wordt de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen jonger dan zestien jaar uitdrukkelijk beschermd. De rechtbank rekent het de verdachte zeer aan dat hij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat zijn dochter in hem had en van de kwetsbare positie waarin zij zich bevond. Verder neemt de rechtbank het de verdachte kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 7 november 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 1 oktober 2025 staat dat de verdachte in zijn jeugd seksueel misbruikt is door zijn stiefvader. Dit heeft tot gevolg dat hij zich vaak prikkelbaar voelt, verbaal agressief kan reageren en te kampen heeft met traumatische klachten. De verdachte heeft hier (vrijwillig) hulp voor gezocht. De reclassering adviseert bij veroordeling een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en het meewerken aan ambulante behandeling.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft tijdens de terechtzitting verklaard dat hij mede in verband met de onderhavige verdenking last heeft van trauma’s uit zijn jeugd. Hij is daarvoor in behandeling bij een psycholoog en heeft inmiddels EMDR-sessies gevolgd. Hij verklaart baat te hebben bij die behandeling. Ook heeft de verdachte in het verleden darmkanker gehad met complicaties, waardoor hij niet meer kan werken.
4.3.3.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Gelet daarop acht de rechtbank een gevangenisstraf van 90 dagen vanwege dit feit passend. Van deze gevangenisstraf worden 89 dagen voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.
Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf aan de verdachte opleggen. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Gelet daarop wordt een taakstraf van 120 uur opgelegd.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans te verkleinen dat de verdachte nieuwe strafbare feiten pleegt.

5.Vordering van de benadeelde partij

5.1.
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor het feit € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
5.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 5.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
5.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij moet worden gematigd. In vergelijkbare zaken worden namelijk bedragen van € 1.500,- tot € 2.000,- toegewezen. Ook wordt door de advocaat van de benadeelde partij aansluiting gezocht bij situaties waarin sprake is van binnendringen, terwijl daar in dit geval geen sprake van is.
5.4.
Oordeel van de rechtbank
5.4.1.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in zijn persoon aangetast zoals bedoeld in artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek, omdat de nadelige gevolgen van de ontuchtige handelingen voor de benadeelde partij voor de hand liggen en zij ten gevolge van het strafbare feit psychische klachten heeft ondervonden waarvoor zij behandeling nodig had.
De schade wordt naar billijkheid begroot op € 3.000,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Het resterende deel van de vordering wordt afgewezen.
5.4.2.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 4 maart 2018, het midden van de pleegperiode. Vanaf dat moment is de benadeelde partij schade toegedaan, hetgeen gecompenseerd wordt. Het toekennen van de wettelijke rente vanaf het moment van aangifte, zoals door de raadsman is bepleit, doet onvoldoende recht aan het feit dat het leed eerder is toegebracht en de schade dus eerder is geleden.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,00.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 40 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 247 (oud) en 248 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

7.Beslissingen

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 90 (negentig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat
89 (negenentachtig) dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte meldt zich bij Reclassering Nederland op het adres Marconistraat 2 te Rotterdam. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
de verdachte laat zich behandelen door Forta, de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 en 2 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 3.000,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 4 maart 2018 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,00 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;
legt aan de verdachte voor het feit
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat
€ 3.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 4 maart 2018 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
40 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. D.M. Douwes en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.M. Turfboer, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 december 2025.
De jongste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Proces-verbaal van aangifte [proces-verbaalnummer 1], inhoudende de verklaring van [aangeefster] (p. 3-9 van het doorgenummerde procesdossier).
3.Proces-verbaal van verhoor verdachte [proces-verbaalnummer 2] (p. 19-26 van het doorgenummerde procesdossier).
4.Verklaard tijdens de zitting van 9 december 2025.