Uitspraak
1.Tenlastelegging
2.Procesafspraken
- de verdachte geen bewijsverweren voert en al ingediende onderzoekswensen intrekt;
- de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
- de verdachte afstand doet van de in beslag genomen goederen;
- de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
- de verdachte op de dag van de (eind)uitspraak ter zitting aanwezig zal zijn nu de schorsing van de voorlopige hechtenis op die dag eindigt;
- het OM ter terechtzitting zal requireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten zoals weergegeven in de overeenkomst;
- het OM een straf van 48 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk en een geldboete van € 100.000,- zal vorderen;
- het OM geen ontnemingsvordering zal aanbrengen;
- beide partijen afzien van het instellen van hoger beroep indien de strafoplegging door de rechtbank conform de overeenkomst plaatsvindt.
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straffen
- een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, en
- een geldboete ter hoogte van € 100.000,-, subsidiair 365 dagen vervangende hechtenis, te voldoen voor 1 december 2026 en te betalen in tien termijnen (negenmaal € 45,- en eenmaal € 99.595,-).
6.Voorlopige hechtenis
7.Wettelijke voorschriften
8.Beslissingen
gevangenisstraf van 48 maanden;
geldboete van € 100.000,-(zegge: honderdduizend euro);
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
358 dagen;
geldboetein tien maandelijkse termijnen van
negen keer € 45,- en één keer € 99.595,-mag worden voldaan;