ECLI:NL:RBROT:2025:15491

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
10-041024-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het samen met anderen invoeren van drie partijen cocaïne in Nederland

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 19 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die samen met anderen drie partijen cocaïne in Nederland heeft ingevoerd. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden en een geldboete van € 100.000,-. De zaak betreft de invoer van in totaal 398 kilogram cocaïne, verdeeld over drie zendingen, die tussen september 2020 en januari 2021 plaatsvonden. De verdachte heeft, in samenwerking met mededaders, gebruik gemaakt van versleutelde communicatie via Sky ECC om de invoer te coördineren. Tijdens de zitting zijn procesafspraken gemaakt tussen de verdachte, zijn advocaat mr. H. Raza, en de officier van justitie mr. C.T. den Uil, die door de rechtbank zijn getoetst. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte vrijwillig heeft ingestemd met deze afspraken en dat er sprake is van een eerlijk proces. De rechtbank heeft de ernst van de feiten en de rol van de verdachte in de drugshandel meegewogen in de strafoplegging. De verdachte heeft geen bewijsverweren gevoerd en heeft afstand gedaan van in beslag genomen goederen. De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven en de straffen zijn gebaseerd op de relevante artikelen van het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-041024-22
Datum uitspraak: 19 december 2025
Datum zitting: 19 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. H. Raza
Officier van justitie: mr. C.T. den Uil
Kern van het vonnis
De verdachte heeft samen met anderen drie partijen cocaïne (van 72,22 kilogram, 106 kilogram en 220 kilogram) ingevoerd in Nederland. De verdediging en het Openbaar Ministerie hebben procesafspraken gemaakt. Deze afspraken zijn door de rechtbank getoetst. De verdachte wordt, overeenkomstig de procesafspraken, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden en een geldboete ter hoogte van € 100.000,-.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen drie partijen cocaïne heeft ingevoerd, dan wel dat hij hiertoe voorbereidingshandelingen heeft gepleegd.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1. primair
Zaak Sifra
hij in of omstreeks de periode van 22 september 2020 tot en met 24 september 2020
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 72,22 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
1. subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 22 september 2020 tot en met 24 september 2020
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen,
waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, van 72,22 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne op lijst I, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te (doen) plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):
- met één of meer mededader(s) via Sky ECC Chats contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne (in container [containernummer 1]), en/of
- een loods en/of een chauffeur en/of het transport van voornoemde container geregeld en/of een trailer gehuurd, en/of
- een vooraanmelding in Portbase gedaan om voornoemde container op/uit te halen, en/of
- in de ECT-systemen de status van voornoemde container gemonitord;
2 primair
Zaak Saline
hij in of omstreeks de periode van 6 december 2020 tot en met 9 december 2020
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 106 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2 subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 6 december 2020 tot en met 10 december 2020
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen,
waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, van 106 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne op lijst I, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te (doen) plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):
- met één of meer mededader(s) via Sky ECC Chats contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne (in container [containernummer 2]), en/of
- de aankomst van container [containernummer 2] in de ECT-systemen gemonitord, en/of
- uithalers geregeld om die partij cocaïne vanuit container [containernummer 2] over te brengen naar een andere container, en/of
- het transport voor die container (met daarin die cocaïne) geregeld;
3 primair
Zaak Saviola
hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2021 tot en met 15 januari 2021
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 220 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3 subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2021 tot en met 15 januari 2021
te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen,
waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, van 220 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne op lijst I, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen
- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te (doen) plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of
- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen, en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit
hebbende/is verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s):
- met één of meer mededader(s) via Sky ECC chats contacten onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne, en/of
- een zogenaamde switch-container ([containernummer 3]) op het ECT Delta-terrein geregeld, waarin die cocaïne vanuit de broncontainer kon worden overgeladen, en/of
- twee uithalers geregeld om die partij cocaïne vanuit de broncontainer over te laden naar container [containernummer 3], en/of
- het transport van container [containernummer 3] (met daarin die cocaïne) geregeld.

2.Procesafspraken

Tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie (OM) zijn procesafspraken gemaakt. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die is ondertekend door de verdachte, zijn raadsman mr. H. Raza en de officier van justitie mr. C.T. den Uil. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt.
De procesafspraken houden in dat:
  • de verdachte geen bewijsverweren voert en al ingediende onderzoekswensen intrekt;
  • de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
  • de verdachte afstand doet van de in beslag genomen goederen;
  • de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
  • de verdachte op de dag van de (eind)uitspraak ter zitting aanwezig zal zijn nu de schorsing van de voorlopige hechtenis op die dag eindigt;
  • het OM ter terechtzitting zal requireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten zoals weergegeven in de overeenkomst;
  • het OM een straf van 48 maanden gevangenisstraf onvoorwaardelijk en een geldboete van € 100.000,- zal vorderen;
  • het OM geen ontnemingsvordering zal aanbrengen;
  • beide partijen afzien van het instellen van hoger beroep indien de strafoplegging door de rechtbank conform de overeenkomst plaatsvindt.
Ter zitting hebben de officier van justitie en de verdediging te kennen gegeven dat bij oplegging van de door hen overeengekomen straf het voorarrest van de gevangenisstraf dient te worden afgetrokken. Ook hebben zij verduidelijkt dat de procesafspraken zien op een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten zoals primair ten laste gelegd.
De rechtbank heeft tijdens de inhoudelijke behandeling op 19 december 2025 de procesafspraken die de verdachte en zijn raadsman met de officier van justitie zijn overeengekomen met de verdachte besproken. Daarbij zijn de vrijwillige medewerking van de verdachte aan de totstandkoming van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken voor de verdachte uitdrukkelijk aan de orde gesteld. Volgens beide partijen heeft ten behoeve van het opstellen van de procesafspraken uitvoerig overleg plaatsgevonden. De rechtbank heeft tijdens de bespreking benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de procesafspraken en dat de verdachte jegens de rechtbank dus niet is gehouden tot naleving van de gemaakte overeenkomst met het OM. Ook is benadrukt dat de rechtbank niet is gebonden aan de afspraken tussen het OM en de verdachte.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte, die in de gehele procedure is bijgestaan door een raadsman, weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is hij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en is voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.

3.Bewijs

3.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair.
3.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen verweren gevoerd.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte samen met anderen drie partijen cocaïne (72,22 kilogram, 106 kilogram en 220 kilogram) (verlengd) heeft ingevoerd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.2.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen. Als hoger beroep wordt ingesteld, zal het vonnis worden aangevuld met een bijlage met daarin de inhoud van de bewijsmiddelen.
3.3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1. primair
Zaak Sifra
hij in de periode van 22 september 2020 tot en met 24 september 2020 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 72,22 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2 primair
zaak Saline
hij in de periode van 6 december 2020 tot en met 9 december 2020 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 106 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
3 primair
Zaak Saviola
hij in de periode van 9 januari 2021 tot en met 15 januari 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, waaronder als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 220 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
t.a.v. feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.
4.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straffen

5.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair worden veroordeeld tot:
  • een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, en
  • een geldboete ter hoogte van € 100.000,-, subsidiair 365 dagen vervangende hechtenis, te voldoen voor 1 december 2026 en te betalen in tien termijnen (negenmaal € 45,- en eenmaal € 99.595,-).
5.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft naar voren gebracht dat de strafeis recht doet aan de situatie en heeft geen verweren gevoerd.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
5.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de (verlengde) invoer van drie partijen cocaïne, van in totaal ruim 398 kilogram. De verdachte heeft veelvuldig met verschillende tegencontacten over deze handel gesproken via de (aanvankelijk) versleutelde chatdienst Sky ECC. De verdachte had hierbij een leidende rol, nu hij onder meer toegang tot het haventerrein, het lokaliseren van de containers en vervoer van de containers vanaf het haventerrein organiseerde. Met zijn handelingen is de verdachte een belangrijke schakel in de keten geweest om cocaïne in Nederland in te voeren en op de illegale markt te brengen. Het is een feit van algemene bekendheid dat vanuit Zuid-Amerika grote hoeveelheden cocaïne worden ingevoerd in Nederland. Het op de markt brengen van harddrugs vormt een ernstige bedreiging van de volksgezondheid. Met de handel in cocaïne wordt veel geld verdiend en deze handel gaat gepaard met vele vormen van criminaliteit. Ter bestrijding van harddrugsverslaving, en ter voorkoming en bestrijding van illegale harddrugshandel wordt de invoer van cocaïne streng bestraft. De rechtbank rekent de verdachte zijn betrokkenheid bij de bewezen drugsgerelateerde feiten ernstig aan.
5.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 november 2025 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
5.3.3.
Oplegging straffen
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Gelet op het voorgaande zou de rechtbank evenals de officier van justitie in beginsel een gevangenisstraf van langere duur dan nu geëist passend en geboden achten. De rechtbank zal echter een andere afweging maken en rekening houden met de gemaakte procesafspraken. Zij overweegt daartoe als volgt.
Een matiging van de straf in deze is gerechtvaardigd, omdat de verdachte meewerkt aan een procedure die uiteindelijk tot tijdswinst leidt. Door de verdediging zijn immers geen onderzoekswensen ingediend. Voorts is de behandeling van de strafzaak ter zitting efficiënt verlopen als gevolg van de procesafspraken en wordt een hoger beroep voorkomen. Dit levert de nodige tijdswinst op en bespaart zittingsruimte. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.
Daarnaast past de overeengekomen gevangenisstraf van 48 maanden, in combinatie met een geldboete ter hoogte van € 100.000,-, bij de matigingen die in het kader van procesafspraken gebruikelijk zijn en wordt die ook door de rechtbank in deze zaak gezien als een passende matiging. Daarbij heeft de rechtbank ook gelet op het tijdsverloop tussen de pleegdatum van de strafbare feiten en de veroordeling.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat – conform de procesafspraken – de door de officier van justitie gevorderde straf in redelijke verhouding tot de ernst van het feit staat en daarmee een passende straf is. De rechtbank zal dan ook aan de verdachte opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete ter hoogte van € 100.000,-. De verdachte mag deze geldboete in tien maandelijkse termijnen betalen, waarvan de eerste negen termijnen € 45,- bedragen en de laatste termijn € 99.595,- bedraagt. Bij de mondelinge uitspraak op 19 december 2025 is daaraan per abuis een vervangende hechtenis van 365 dagen gekoppeld, waar dat 358 dagen had moeten zijn. Dat betrof een kennelijke vergissing en dat is in deze schriftelijke uitwerking hersteld.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 23 mei 2022 geschorst tot de einduitspraak.
De officier van justitie en de verdediging hebben verzocht het bevel voorlopige hechtenis, die bij eerdere beslissing is geschorst, met ingang van heden op te heffen. De rechtbank wijst dat verzoek toe.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 23, 24a, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair, zoals in paragraaf 3.3.2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in paragraaf 4.1 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 48 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Geldboete
veroordeelt de verdachte tot een
geldboete van € 100.000,-(zegge: honderdduizend euro);
beveelt dat, voor het geval de geldboete niet wordt betaald en geen verhaal mogelijk is,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
358 dagen;
bepaalt dat de
geldboetein tien maandelijkse termijnen van
negen keer € 45,- en één keer € 99.595,-mag worden voldaan;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. I. Tillema, voorzitter,
en mrs. L. Daum en L. den Teuling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 19 december 2025.
Mr. I. Tillema is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.