De rechtbank Rotterdam heeft op 23 december 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die wordt beschuldigd van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2020. De verdachte heeft bekend en er is geen vrijspraak bepleit.
De bewezenverklaring is gebaseerd op verklaringen van de verdachte en meerdere proces-verbalen van de FIOD. De verdachte heeft telkens een te laag belastbaar bedrag opgegeven bij de Belastingdienst, waardoor te weinig belasting werd geheven. De rechtbank kwalificeert dit als het meermalen opzettelijk onjuist en onvolledig doen van belastingaangiften.
De rechtbank weegt mee dat het belastingsysteem berust op vertrouwen in de juistheid van aangiften en dat de verdachte dit systeem heeft ondermijnd. De verdachte heeft geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten en toont inzet om herhaling te voorkomen, onder meer door het verbreken van contacten met medeverdachten en het volgen van een behandeling.
De rechtbank acht een taakstraf van 100 uur passend, waarbij rekening is gehouden met de tijd in voorlopige hechtenis, en legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden op met een proeftijd van 1 jaar. Tevens beveelt de rechtbank de teruggave van in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte.