ECLI:NL:RBROT:2025:15504

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
10-220651-25 (zaak A) en 10-084565-24 (zaak B)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk brandstichten en medeplegen afpersing met geweld

De rechtbank Rotterdam heeft op 14 november 2025 uitspraak gedaan in twee zaken tegen de verdachte, waarin hij werd beschuldigd van het opzettelijk stichten van brand en medeplegen van afpersing. Feit A betreft het gooien van een molotovcocktail tegen een woning in Capelle aan den IJssel op 1 augustus 2025, waarbij gemeen gevaar voor goederen werd veroorzaakt. Feit B betreft een straatroof op 13 november 2023 in Rockanje, waarbij het slachtoffer onder bedreiging met messen werd gedwongen zijn jas, tas en ketting af te staan.

De verdachte heeft feit A bekend en is daarvoor veroordeeld. Voor feit B is bewezen verklaard dat hij samen met anderen het slachtoffer heeft bedreigd en beroofd. De rechtbank heeft de strafmaat bepaald op 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, mede vanwege de jonge leeftijd van de verdachte en zijn psychische problematiek, waaronder ADHD en ernstige polymiddelenpathologie.

De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij in zaak A afgewezen wegens onvoldoende bewijs van immateriële schade. In zaak B is de verdachte hoofdelijk veroordeeld tot een schadevergoeding van €2.326,20 aan de benadeelde partij, bestaande uit materiële en immateriële schade, met wettelijke rente vanaf 13 november 2023. Tevens zijn bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder behandeling en begeleiding, meldplicht en middelencontrole, om herhaling te voorkomen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en hoofdelijk aansprakelijk voor schadevergoeding aan benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-220651-25 (zaak A) en 10-084565-24 (zaak B)
Datum uitspraak: 14 november 2025
Datum zitting: 14 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het detentieadres [detentieadres] [postcode 1] [detentieplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. C.E. Koopmans
Officier van justitie: mr. E. van Veen
Benadeelde partij A: [benadeelde 1]
Advocaat benadeelde partij A: mr. W.J. Backer
Benadeelde partij B: [benadeelde 2]
Advocaat benadeelde partij B: mr. D.M. Uithol

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte in zaak A ervan dat hij brand heeft gesticht door een molotovcocktail tegen een woning te gooien. In zaak B beschuldigt de officier van justitie de verdachte ervan dat hij samen met anderen het slachtoffer heeft bedreigd met geweld om hem zo te dwingen om spullen af te geven. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
A
hij op of omstreeks 1 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met een molotovcocktail, althans spiritus en/of terpetine, in elk geval een licht ontvlambare stof, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een pand en/of de galerij aan de [adres delict] , althans de ruiten, pui en/of inboedel van voornoemd pand, te duchten was;
B
hij op of omstreeks 13 november 2023 te Rockanje, gemeente Voorne aan Zee op de Weyerland, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van
  • een jas (Moncler)(met daarin een fles parfum) en/of
  • een tas (Equalite)(met daarin een geldbedrag en/of sleutel(s) en/of een powerbank) en/of
  • een (gouden) ketting,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorde(n) door
- ( (een) bivakmuts(en), althans (een) gezichtsbedekkende voorwerp(en) te dragen en/of
  • die [slachtoffer] naar een steeg te begeleiden en/of
  • om die [slachtoffer] heen te gaan staan, zodat die [slachtoffer] niet weg kon en/of
  • (een) mes(sen) aan die [slachtoffer] te tonen en/of dat/die mes(sen) op de borst, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te richten en/of gericht te houden en/of
  • (daarbij) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat:
  • hij mee moest lopen en/of
  • hij een mooie jas had en deze moest afstaan en/of
  • hij ook zijn tas moest afstaan en/of
  • hij het zeker wist dat hij zijn jas en/of tas niet ging afstaan en/of
  • hij zijn ketting ook moest geven en/of
  • het de ketting was of naak naar huis en/of
  • hij zijn spullen moest geven anders werd hij doodgestoken,
althans woorden van gelijke (dreigende/initimiderende) aard/strekking.

2.Bewijs

Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten A en B.
Conclusie van de verdediging
Feit A kan worden bewezen. De verdachte moet worden vrijgesproken van feit B.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte
A
op 1 augustus 2025 te Capelle aan den IJssel, opzettelijk brand heeft gesticht, door open vuur in aanraking te brengen met een molotovcocktail, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de ruiten, pui en inboedel van voornoemd pand, te duchten was;
B
op 13 november 2023 te Rockanje, gemeente Voorne aan Zee, op de Weyerland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van
  • een jas (Moncler) (met daarin een fles parfum)
  • een tas (Equalite) (met daarin een geldbedrag, sleutels en een powerbank)
  • een gouden ketting
door
- bivakmutsen te dragen
  • die [slachtoffer] naar een steeg te begeleiden
  • messen aan die [slachtoffer] te tonen en die messen op de borst van die [slachtoffer] te richten
  • daarbij tegen die [slachtoffer] te zeggen dat:
  • hij mee moest lopen
  • hij een mooie jas had en deze moest afstaan
  • hij ook zijn tas moest afstaan
  • hij het zeker wist dat hij zijn jas en tas niet ging afstaan
  • hij zijn ketting ook moest geven
  • het de ketting was of naakt naar huis
  • hij zijn spullen moest geven anders werd hij doodgestoken.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit A bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. De bewezenverklaring van feit B is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen
A
1. Verklaring van de verdachte [1]
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [2]
B
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte [3]
Ik heb op 13 november 2023 samen met [voornaam medeverdachte 1] en [voornaam medeverdachte 2] een straatroof gepleegd in Rockanje. Ik wist dat we iemand gingen overvallen. We hadden een bivakmuts op. [voornaam medeverdachte 1] en ik liepen naar die jongen toe. [voornaam medeverdachte 1] zei tegen die jongen dat hij alles moest afstaan. [voornaam medeverdachte 1] , [voornaam medeverdachte 2] en ik hadden een mes bij. Ik heb druk op die jongen gezet. Ik heb gezegd dat hij moest meelopen. We hebben die jongen van zijn jas, tas en ketting beroofd. De spullen hebben we verkocht.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer] [4]
Op 13 november 2023 op de Weyerland in Rockanje zag ik een jongen die een bivakmuts op had. Ik hoorde de jongen zeggen dat ik mee moest lopen. Ik liep mee naar het steegje. Ik zag dat van de andere twee jongens ook één jongen een bivakmuts droeg. Ik droeg een Moncler jas en mijn Equalite tasje. Ik hoorde hen zeggen: “Je hebt een mooie jas, afstaan. En ook je tas.” Ik zag dat de jongens alle drie een mes trokken. De twee jongens richten de messen echt naar mij in de richting van de borst. Ik zag wel dat de messen dreigend voor mijn borst werden gehouden. Ik hoorde ze zeggen: “Weet je het zeker dat je ze niet gaat af staan.” Ik heb mijn jas en de tas gegeven. In deze tas zat nog €15, huissleutels, fietssleutel, schoolkluissleutel en een Action Powerbank. In mijn jas zat nog een flesje parfum Chopard van Wish. Ik hoorde ze zeggen: “Geef die ketting ook maar.” Het was een gouden ketting. Ik zei dat ik dat niet wilde. Ik hoorde ze toen zeggen: “Het is of die ketting of naakt naar huis.” Dus gaf ik die ketting ook af.
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verklaring [slachtoffer] [5]
Er is ook gezegd. Je geeft je spullen of ik steek je dood.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Aopzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
Bafpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten A en B worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
Het gooien van een molotovcocktail tegen de ruit van een woning is gevaarlijk, bedreigend en beangstigend voor de bewoners. Het veroorzaakt ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Daarnaast heeft de verdachte samen met twee vrienden een 13-jarige beroofd. Het slachtoffer heeft onder dreiging van messen een dure jas, tas en een ketting die hij van zijn oma had gekregen afgestaan. De verdachten hebben met de opbrengst van de verkoop drugs gekocht. Dit is voor het slachtoffer heel beangstigend geweest. Hij heeft nog steeds last van herbelevingen en nachtmerries.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft zich nog niet eerder schuldig gemaakt aan dit soort feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
De psycholoog [persoon A] heeft een rapport over de verdachte opgesteld. Daarin staat - kortgezegd - dat de verdachte ADHD heeft en dat hij vanaf zijn twaalfde al te kampen heeft met ernstige polymiddelenpathologie. De ernstige meervoudige pathologie heeft substantieel doorgewerkt in de beschuldigingen. Het advies is om de feiten verminderd aan hem toe te rekenen. Om de kans op herhaling te verkleinen is behandeling en begeleiding noodzakelijk. Dit kan plaatsvinden in het kader van bijzondere voorwaarden. De reclasseringsmedewerker [persoon B] heeft de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd: meldplicht, opname in een zorginstelling, meewerken aan middelencontrole en meewerken aan ambulante begeleiding.
De verdachte heeft veel spijt en ziet in dat hij hulp nodig heeft. Hij wil graag behandeling en begeleiding om van zijn drugsverslaving af te komen en toe te werken naar een ‘normaal leven’.
Oplegging straf
Het gooien van een molotovcocktail waardoor er gevaar voor goederen te duchten is wordt doorgaans bestraft met een gevangenisstraf van ongeveer 8 maanden. Het uitgangspunt voor straatroof is een gevangenisstraf van 6 maanden. Strafverzwarend is dat er messen zijn gebruikt. De rechtbank neemt alles afwegend een gevangenisstraf van 15 maanden als uitgangspunt. De psychische stoornissen, de ADHD en ernstige polymiddelenpathologie, hebben de gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van de feiten in aanzienlijke mate beïnvloed. Het bewezenverklaarde wordt daarom in sterk verminderde mate aan de verdachte toegerekend. De rechtbank houdt daar nadrukkelijk rekening mee, net als met de jonge leeftijd van de verdachte. De rechtbank vindt het verder belangrijk dat de verdachte begeleiding en behandeling krijgt en dat daar – als stok achter de deur – een substantiële voorwaardelijke straf tegenover staat. Daarom wordt een gevangenisstraf van 15 maanden opgelegd, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De voorwaardelijke straf en de bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

5.Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (A)

Vordering [benadeelde 1]
heeft als benadeelde partij voor feit A € 750,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, nu niet is vast komen te staan dat er sprake is van de gestelde aantasting in de persoon op andere wijze. Onder de gegeven omstandigheden kan niet worden gezegd dat de aard en de ernst van de normschending dusdanig zijn dat de nadelige gevolgen daarvan voor de hand liggen.

6.partij [benadeelde 2] (B)

Vordering [benadeelde 2]
heeft als benadeelde partij voor feit B € 1.226,20 als vergoeding voor materiële schade en € 3.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij kan gedeeltelijk worden toegewezen. Ten aanzien van de materiële schade dient de schadepost ‘jas’ te worden gematigd, omdat de nieuwwaarde wordt opgevoerd. Wat betreft de immateriële schade is matiging verzocht.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het strafbare feit B. De rechtbank zal de schadepost van de jas begroten op een bedrag van € 340,-. De overige posten zijn niet betwist en komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering wordt daarom in zoverre toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 826,20 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van feit B rechtstreeks immateriële schade geleden. Aan de benadeelde partij is door de verdachte en de medeverdachten immaterieel nadeel toegebracht. Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.500,-. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 13 november 2023. De verdachte wordt veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0. De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 33 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 157 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feiten A en B, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 15 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
van deze gevangenisstraf 10 maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
1. de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
2. de verdachte meldt zich na uitnodiging bij Fivoor Reclassering, op het adres [adres] , [postcode 2] [plaats] , telefoonnummer 088 178 5210. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
3. de verdachte laat zich opnemen in een nader te bepalen instelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start idealiter aansluitend aan detentie. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
4. de verdachte laat zich begeleiden door een nader te bepalen instelling, te bepalen door de reclassering. de begeleiding richt zich op praktische ondersteuning zoals dagbesteding en financiën. De begeleiding start indien dit nodig wordt geacht aansluitend bij een overgang naar ambulante zorg na de klinische opname. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
5. de verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 2, 3, 4 en 5 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
6. meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
7. meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Vorderingen benadeelde partij [benadeelde 1] (feit A)
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen;
Vorderingen benadeelde partij [benadeelde 2] (feit B)
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 2.326,20 bestaande uit € 826,20 als vergoeding van materiële schade en € 1.500 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 13 november 2023 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al (deels) door een andere mededader is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat
€ 2.326,20te betalen, en de wettelijke rente vanaf 13 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
33 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. E. IJspeerd en M.T.A. de Ridder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 14 november 2025.

Voetnoten

1.Verklaard tijdens de zitting van 14 november 2025.
2.P. 1 tot en met 10 van zaaksdossier [dossiernaam] .
3.P. 23 tot en met 30 van zaakdossier straatroof.
4.P. 107 tot en met 115 van zaakdossier straatroof.
5.P. 116 tot en met 123 van zaakdossier straatroof.
6.10-220651-25
7.10-084565-24