Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 13 maart 2025, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- het antwoord in reconventie, met bijlagen;
- de akte overlegging producties, tevens vermeerdering van eis, van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , met bijlagen;
- de e-mail van de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 17 november 2025, met bijlage;
- de akte reactie eiswijziging van Havensteder, met bijlage;
- de e-mail van de gemachtigde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] van 24 november 2025, met bijlage.
2.De beoordeling
is per 01-08 opgezegd, omdat de heer geen dubbele huurwoningen kan huren. [gedaagde 1] wilde de huur niet zelf opzeggen, omdat hij wil dat zijn ex-partner in de woning kan blijven. (…) Wij hebben het verzoek tot beëindigen van de huurovereenkomst ingediend bij de woningstichting in het financiële belang van [gedaagde 1] . (…) De woningstichting heeft de sloten vervangen van de woning op de datum van de beëindiging van het huurcontract. Echter, is nu gebleken dat [gedaagde 1] zelfstandig de sloten heeft laten vervangen en de oude woning weer heeft betrokken. Op dit moment verblijft [gedaagde 1] onrechtmatig in een woning én moeten we een gebruiksvergoeding betalen voor alle dagen na 01-08 dat de heer toch nog in de woning verblijft. (…) Als [gedaagde 1] niet zelf de woning verlaat, dan zal de woningstichting een ontruimingsvonnis via een deurwaarder moeten aanvragen. De kosten van de deurwaarder, het vonnis en de gebruiksvergoeding van de woning die blijft doorlopen komen voor rekening van [gedaagde 1] . De woningstichting heeft ons verzocht of het mogelijk is dat wij als bewindvoerder opdracht geven de woning leeg te laten halen, zodat bovenstaande kosten voorkomen kunnen worden en er zo spoedig mogelijk actie ondernomen kan worden. Graag verneem ik dus van u, of wij toestemming hebben om de woningontruiming aan te zeggen als bewindvoerder bij de woningstichting. Zodat er in het financiële belang van [gedaagde 1] geen onnodige kosten gemaakt worden of dat we de ontruiming toch via de deurwaarder moeten laten verlopen ondanks de kosten die hiermee gepaard gaan. (…)”
- dat de bewindvoerder en [gedaagde 2] worden veroordeeld om de [adres 1] onmiddellijk te ontruimen; en
- dat de bewindvoerder wordt veroordeeld om een huurachterstand van € 3.676,54 (tot en met oktober 2023) te betalen en vanaf november een gebruiksvergoeding met rente.