ECLI:NL:RBROT:2025:15511

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
11731691 CV EXPL 25-13072
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering koper wegens onnodige procedure bij gebreken scooter

Koper heeft een tweedehands scooter gekocht van verkoper en startte een procedure wegens vermeende non-conformiteit en gebreken. Hij vorderde ontbinding van de koopovereenkomst, terugbetaling van de koopsom, rente en incassokosten.

Verkoper voerde verweer en bood kosteloze reparatie aan, wat koper niet aannam voordat hij de procedure startte. Tijdens de procedure werd de scooter alsnog gerepareerd, waarna koper zijn vorderingen behalve proceskosten introk.

De kantonrechter oordeelde dat koper onnodig de procedure was gestart omdat hij eerst gebruik had moeten maken van het aanbod tot herstel onder garantie. Omdat koper in het ongelijk werd gesteld, werd hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verkoper.

Uitkomst: De vordering van de koper wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de verkoper.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11731691 CV EXPL 25-13072
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Rotterdam,
eiser,
gemachtigde: mr. M.R. de Kok,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam],
woonplaats: Hoorn,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 16 mei 2025, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord, met bijlage;
  • de e-mail van de gemachtigde van [eiser] van 13 oktober 2025, met bijlagen;
  • de brief van [gedaagde] die is ontvangen op 30 oktober 2025 en zijn e-mail van 3 november 2025.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiser] heeft van [gedaagde] een tweedehands scooter gekocht. Hij is deze procedure begonnen omdat er volgens hem sprake was van non-conformiteit. Hij wilde een verklaring voor recht dat hij de koopovereenkomst met [gedaagde] rechtsgeldig buitengerechtelijk had ontbonden, of (subsidiair) dat de kantonrechter de koopovereenkomst zou ontbinden. Ook maakte hij aanspraak op terugbetaling van de koopsom van € 1.628,26, met rente, en op betaling van buitengerechtelijke incassokosten.
2.2.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd en erop gewezen dat [eiser] bij hem langs kon komen voor kosteloze reparatie.
2.3.
De gemachtigde van [eiser] heeft bij e-mail van 13 oktober 2025 laten weten dat partijen de kwestie alsnog onderling geregeld hebben en dat [gedaagde] de scooter gerepareerd heeft. [eiser] maakt nog wel aanspraak op vergoeding van de proceskosten. Zijn vorderingen die in de dagvaarding onder 1 tot en met 4 zijn opgenomen heeft hij ingetrokken. [gedaagde] heeft niet inhoudelijk gereageerd op de overgebleven vordering tot betaling van de proceskosten.
[eiser] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
2.4.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] niet de proceskosten van [eiser] hoeft te betalen. De scooter is op 26 maart 2025 aan [eiser] geleverd. Op 4 april 2025 heeft hij per mail bij [gedaagde] geklaagd. Hierop heeft [gedaagde] gereageerd. Op 7 april 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] schriftelijk in gebreke gesteld en op 23 april 2025 de overeenkomst ontbonden. Op 25 april 2025 heeft [gedaagde] laten weten dat [eiser] langs kon komen voor kosteloos herstel. Dit heeft [eiser] niet gedaan. In plaats daarvan heeft hij [gedaagde] op 16 mei 2025 gedagvaard. Toen [gedaagde] bij antwoord weer aangaf dat [eiser] garantie heeft en langs kan komen voor kosteloos herstel, is [eiser] wel langs gegaan en is de situatie opgelost. Gelet op deze gang van zaken is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] de procedure onnodig is gestart. [eiser] had voordat hij een rechtszaak startte in ieder geval één keer met de scooter langs moeten gaan bij [gedaagde] voor herstel onder de garantie. Uit niets blijkt dat [gedaagde] op enig moment de indruk heeft gewekt dat hij herstel weigerde.
2.5.
Omdat [eiser] hiermee de in het ongelijk gestelde partij is, moet hij de proceskosten van [gedaagde] betalen. De kantonrechter begroot die kosten op € 50,-.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering van [eiser] af;
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
51909