Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verdere verloop van de procedure
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
2.De feiten
3.Het verzoek van de GI
4.Het standpunt van de moeder
ultimum remediumen is niet bedoeld om te bezien of de situatie kan verbeteren. Er is binnen de huidige kaders voldoende toezicht op [voornaam minderjarige] , onder meer vanuit Elckerwyck en de school. De moeder heeft bovendien recent belangrijke stappen gezet. Zo start op korte termijn opvoedondersteuning via Houvast en is zij met [voornaam minderjarige] naar de huisarts gegaan naar aanleiding van de zorgen vanuit school. Ook ten aanzien van praktische zorgen, zoals de benodigde bril, heeft zij direct actie ondernomen. De moeder is gemotiveerd om de situatie te verbeteren, maar heeft rust en tijd nodig om haar leven na het verbreken van eerdere relaties opnieuw op te bouwen. Tenslotte benadrukt de moeder dat een uithuisplaatsing voor [voornaam minderjarige] zeer ingrijpend en traumatiserend zal zijn. [voornaam minderjarige] is een kwetsbaar en angstig meisje, dat al veel heeft meegemaakt en sterk op haar moeder is gericht. Een plaatsing in een pleeggezin zal juist leiden tot verdere beschadiging.
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.