De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De kinderrechter heeft eerder de ondertoezichtstelling verlengd tot 27 december 2025 en moest beslissen over een verdere verlenging.
De GI verzocht aanvankelijk om verlenging voor een jaar, later gewijzigd tot zes maanden, vanwege complexe en zorgelijke situatie rondom de ouders. De communicatie tussen de ouders blijft problematisch, en er is onduidelijkheid over de omgang van de vader met de minderjarige, mede door vermoedens van middelengebruik door de vader.
De moeder erkent zorgen maar betwist een ontwikkelingsbedreiging en stelt dat de omgang met de vader gefaciliteerd wordt. De vader stelt dat de moeder contact blokkeert sinds het beëindigen van hun relatie. De kinderrechter constateert dat de communicatie tussen ouders niet is verbeterd en dat er onvoldoende duidelijkheid is over de omgangsregeling.
Hoewel er geen concrete aanwijzingen zijn voor een ernstige ontwikkelingsbedreiging, acht de kinderrechter een verlenging van drie maanden passend om verdere begeleiding en onderzoek mogelijk te maken. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek tot verdere verlenging wordt afgewezen.