ECLI:NL:RBROT:2025:15603

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
C/10/711308 / JE RK 25-2523
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige met autisme na overlijden vader

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2010, die sinds september 2024 bij haar overleden vader woonde. Vanwege haar autisme is voorspelbaarheid en structuur essentieel voor haar welzijn. Na het overlijden van haar vader verblijft zij in diens huis bij een vriend van haar vader, die de zorg voor haar heeft overgenomen.

De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, was langere tijd niet betrokken bij de zorg en heeft zorgen over de situatie, met name over de rol van de vriend van de vader. Zij staat open voor contact onder begeleiding, maar wenst geen directe samenwerking met de familie van de vader.

De gecertificeerde instelling en de Raad benadrukken het belang van continuïteit en rust voor de minderjarige, waarbij een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is omdat zij niet bij haar gezaghebbende ouder verblijft. De kinderrechter oordeelt dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is om haar ontwikkeling te beschermen en benoemt een bijzondere curator om de uiteenlopende belangen van de minderjarige en haar moeder te behartigen.

De bijzondere curator zal onderzoeken wat het beste toekomstperspectief is, met speciale aandacht voor de autismeproblematiek. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt tot 15 maart 2026, waarna rapportage aan de rechtbank zal plaatsvinden.

Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling, machtiging tot uithuisplaatsing en benoeming van een bijzondere curator toe tot 15 maart 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711308 / JE RK 25-2523
Datum uitspraak: 15 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling, machtiging tot uithuisplaatsing en benoeming bijzondere curator
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] ,
bijgestaan door advocaat mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt aan als informant:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 5 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in het huis van haar overleden vader samen met een vriend van haar vader, dhr. [persoon C] .

3.Het verzoek van de Raad

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] heeft in november 2025 haar vader verloren, bij wie zij sinds september 2024 verbleef. Vanwege [voornaam minderjarige] ’s autisme is het belangrijk dat zij voorspelbaarheid en structuur heeft in haar leven. Haar verblijf in het huis van haar vader biedt haar de stabiliteit die zij op dit moment hard nodig heeft. Het is daarom van belang dat deze situatie wordt voortgezet. Omdat de moeder vanwege het overlijden van de vader van rechtswege is belast met het eenhoofdig gezag over [voornaam minderjarige] , is voor de voortzetting van [voornaam minderjarige] ’s verblijfsituatie een machtiging tot uithuisplaatsing nodig. Dhr. [persoon C] is de afgelopen maanden bij hen ingetrokken en heeft de zorg voor [voornaam minderjarige] en haar inmiddels overleden vader genomen. Op grond van de machtiging tot uithuisplaatsing kan [voornaam minderjarige] verblijven bij dhr. [persoon C] in het huis van haar overleden vader. Dit zal [voornaam minderjarige] hopelijk gelegenheid bieden om in een vertrouwde en rustige omgeving toe te komen aan haar rouwverwerking. In dit kader is ook een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk. De moeder is langere tijd niet betrokken geweest bij de zorg voor [voornaam minderjarige] . Eventueel contactherstel zal daarom onder begeleiding moeten plaatsvinden, in het bijzonder gelet op [voornaam minderjarige] ’s autisme. [voornaam minderjarige] moet hierbij de ruimte krijgen, zonder dat zij zich emotioneel belast voelt door de situatie. Desgevraagd steunt de Raad het voorstel om een bijzondere curator voor [voornaam minderjarige] aan te stellen. De belangen en wensen van [voornaam minderjarige] en de moeder lijken op dit moment uiteen te lopen. Zeker nu de Raad voornemens is vervolgonderzoek te doen naar welk toekomstscenario voor [voornaam minderjarige] het meest wenselijk is, zou het goed zijn als een bijzondere curator de belangen van [voornaam minderjarige] hierbij kan vertegenwoordigen.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht.
In september 2024 heeft de moeder [voornaam minderjarige] tijdelijk bij de vader willen plaatsen. Dit was bedoeld als adempauze en om samen hulp te organiseren. Dit liep anders dan verwacht, waardoor de moeder geen invloed had op het vervolg van de situatie. De opvatting van [voornaam minderjarige] dat de moeder haar uit huis heeft gezet, strookt niet met de werkelijkheid. Onlangs heeft de moeder na het overlijden van de vader een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verzocht, omdat dit volgens de moeder noodzakelijk was om [voornaam minderjarige] te beschermen en rust te bieden. De moeder voelde zich buitengesloten van belangrijke beslissingen over haar dochter. Al langere tijd ontvangt de moeder geen (volledige) informatie over de situatie van [voornaam minderjarige] en de vader. Ze vernam pas veel later van [voornaam minderjarige] zelf over de diagnose van de vader en de geplande euthanasie. Ook was de moeder niet op de hoogte van de betrokkenheid van dhr. [persoon C] , vriend van de vader, bij [voornaam minderjarige] en de vader. Hoewel de moeder erkent dat [voornaam minderjarige] zich veilig voelt bij dhr. [persoon C] en zij dit respecteert, heeft zij een slecht onderbuikgevoel bij de situatie. De moeder heeft niet eerder kennisgemaakt met dhr. [persoon C] , waardoor haar dochter feitelijk door een vreemde verzorgd wordt. De moeder zou eventueel open staan voor een kennismaking onder begeleiding van hulpverlening. Deze situatie heeft bijgedragen aan haar aanvankelijke verzoek om een neutrale, professionele plaatsing voor [voornaam minderjarige] . De moeder benadrukt dat haar verzoek tot uithuisplaatsing nooit bedoeld was om [voornaam minderjarige] weg te houden bij de familie van de vader, maar om de situatie te neutraliseren en [voornaam minderjarige] ’s belangen centraal te stellen. De moeder geeft aan altijd beschikbaar te zijn voor [voornaam minderjarige] . Ze heeft [voornaam minderjarige] vanaf jonge leeftijd begeleid in haar autismeproblematiek kan haar de nodige zorg en ondersteuning te bieden, ook zonder een groot netwerk. De moeder zal, indien dit in het belang van [voornaam minderjarige] is, ook het contact van [voornaam minderjarige] met de familie van de vader ondersteunen, maar zij wenst zelf geen directe samenwerking met de familie.

5.De informatie van de GI

5.1.
De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het standpunt en de toelichting van de Raad en dit als volgt toegelicht. [voornaam minderjarige] heeft op dit moment rust en voorspelbaarheid nodig. Dat betekent concreet dat momenteel een machtiging tot uithuisplaatsing en een onderliggende voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Omdat het gaat om een voorlopige maatregel, betekent dit mogelijk op termijn een verschuiving in contactpersoon voor [voornaam minderjarige] . Gelet op [voornaam minderjarige] ’s autisme zou dit onwenselijk zijn. De GI zal daar intern aandacht aan besteden als de verzochte maatregelen worden toegewezen.

6.De beoordeling

6.1.
Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is gebleken, stelt de kinderrechter het volgende vast. [voornaam minderjarige] heeft onlangs haar vader verloren, bij wie zij sinds september 2024 woonde. Vanwege haar autisme heeft [voornaam minderjarige] een grotere behoefte aan voorspelbaarheid en structuur. Haar huidige verblijf bij dhr. [persoon C] , vriend van haar vader, in de woning van haar vader biedt [voornaam minderjarige] de stabiliteit die zij op dit moment nodig heeft. [voornaam minderjarige] geeft aan dat zij vanwege de recente ontwikkelingen en de onzekerheid over haar verblijfplaats nog niet aan rouwverwerking is toegekomen. Het is daarom in haar belang dat haar huidige verblijfssituatie wordt voortgezet, zodat zij de rust krijgt om het rouwproces in haar eigen tempo en op haar eigen wijze te ondergaan, zonder onnodige veranderingen die haar verder zouden kunnen destabiliseren. Alleen op deze manier krijgt [voornaam minderjarige] de tijd en ruimte die zij nodig heeft voor haar emotionele herstel. Nu de moeder belast is met het eenhoofdig gezag over [voornaam minderjarige] en zij de laatste tijd niet (veel) bij [voornaam minderjarige] betrokken was, is een ondertoezichtstelling noodzakelijk, omdat zonder een gezaghebbende volwassene [voornaam minderjarige] te veel op zichzelf aangewezen kan zijn en dat is een ernstige bedreiging voor haar ontwikkeling. Bovendien kunnen er beslissingen moeten worden genomen, waarin de moeder moet worden gekend. In het kader van de (voorlopige) ondertoezichtstelling zal de GI moeten bekijken of [voornaam minderjarige] meer dan enkel rust nodig heeft, zoals hulpverlening, voor het verwerken van het verlies van haar vader. Ook dient de GI te bezien of de komende maanden al kan worden gewerkt aan het opbouwen van contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Dit zal dan (aanvankelijk) onder begeleiding moeten plaatsvinden en deze opbouw dient te geschieden in het tempo dat past bij [voornaam minderjarige] .
6.2.
Nu [voornaam minderjarige] niet bij haar gezaghebbende ouder verblijft, is een machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk om haar verblijf in de woning van haar vader, tezamen met dhr. [persoon C] , mogelijk te maken. De kinderrechter zal daarom de machtiging verlenen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
6.3.
Ingevolge artikel 1:250 Burgerlijk Pro Wetboek kan de kinderrechter, wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige, de belangen van de met het gezag belaste ouders of een van hen, in strijd zijn met die van de minderjarige, een bijzondere curator benoemen om de minderjarige ter zake zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen indien de kinderrechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht.
6.4.
Gelet op de momenteel uiteenlopende en mogelijk strijdige belangen en wensen van [voornaam minderjarige] en de moeder, ziet de kinderrechter aanleiding om een bijzondere curator te benoemen. De kinderrechter acht het gelet op dat wat hiervoor is overwogen in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk dat een bijzondere curator wordt benoemd om [voornaam minderjarige] , zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen, te ondersteunen en de belangen van [voornaam minderjarige] te behartigen. In het bijzonder zal de bijzondere curator moeten onderzoeken wat voor [voornaam minderjarige] een passend toekomstperspectief is, en of dit in lijn is met de wensen van zowel [voornaam minderjarige] als van de moeder. Zo niet, dan dient te worden vastgesteld wat de verschillen zijn in deze wensen, of en hoe deze verschillen mogelijk kunnen worden ondervangen en welk toekomstperspectief het meest in het belang van [voornaam minderjarige] is. Het is hierbij noodzakelijk dat de bijzondere curator speciale aandacht heeft voor de autismeproblematiek van [voornaam minderjarige] . Voorts dient de bijzondere curator al hetgeen te doen dat voor het overige noodzakelijk en in het belang van [voornaam minderjarige] is. De bijzondere curator zal worden verzocht tegen de hierna te vermelden afloopdatum van de toe te wijzen maatregelen te rapporteren aan de rechtbank, met afschrift aan de Raad, de GI en de advocaat van de moeder. Deze rapportage kan dan worden meegenomen bij het vervolgonderzoek van de Raad en de daaruit mogelijke voortkomende verzoeken van de Raad over aanvullende kinderbeschermingsmaatregelen.
6.5.
Mr. L. Middelkoop heeft zich na de zitting bereid verklaard om de benoeming als bijzondere curator te aanvaarden.
6.6.
De kinderrechter zal daarom mr. L. Middelkoop benoemen tot bijzondere curator tot 15 maart 2026.
6.7.
De kinderrechter zal de hierna te nemen beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
stelt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 15 december 2025 tot 15 maart 2026;
7.2.
verleent genoemde gecertificeerde instelling een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg met ingang van 15 december 2025 tot 15 maart 2026;
7.3.
benoemt tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] te vertegenwoordigen en haar belangen te behartigen, zoals hiervoor is omschreven onder 6.4.:
mr. L. Middelkoop, kantoorhoudende te Westersingel 92, 3015 LC Rotterdam;
7.4.
bepaalt dat deze benoeming geldt tot 15 maart 2026;
7.5.
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
7.6.
verzoekt de bijzondere curator
uiterlijk twee weken voor de datum van 15 maart 2026aan de kinderrechter te rapporteren over haar bevindingen, met afschrift van die rapportage aan de Raad, de GI en de advocaat van de moeder;
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.