De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 22 december 2025 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen tot 1 juli 2026. Deze beslissing volgt op een eerdere beschikking van 24 juni 2025 waarbij de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing reeds waren verlengd.
De gecertificeerde instelling (GI) Leger des Heils Jeugdbescherming verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de resterende zes maanden van een jaar. De GI lichtte toe dat een thuisplaatsing op dit moment niet mogelijk is omdat de moeder nog niet voldoende is gestabiliseerd en de minderjarige nog geen passende, structurele dagbesteding heeft. De minderjarige geeft de voorkeur aan dagbesteding bij DUCE, maar de systeemaanbieder Prokino weigert DUCE te contracteren en biedt alternatieven die niet aansluiten bij de wensen van de minderjarige.
De moeder onderschrijft het verzoek en erkent dat stabilisatie en dagbesteding noodzakelijk zijn voordat een thuisplaatsing kan plaatsvinden. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Het volgen van de wens van de minderjarige voor dagbesteding bij DUCE wordt als doorslaggevend gezien om zijn ontwikkeling te bevorderen en terugplaatsing naar huis mogelijk te maken.
De kinderrechter benadrukt dat het niet vanzelfsprekend is dat de wens van de minderjarige altijd wordt gevolgd, maar in deze zaak is dat noodzakelijk om vooruitgang te boeken. Daarnaast wordt een praktijkgericht onderwijstraject als passend alternatief of aanvullend traject genoemd om de minderjarige voor te bereiden op zelfstandigheid en deelname aan de maatschappij. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en mondeling uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.