ECLI:NL:RBROT:2025:15621

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
10.058842.24
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 SrArt. 57 SrArt. 350 SrArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor beschadiging auto, bezit vuurwapen en vernieling deurbel met taakstraf

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk beschadigen van de auto van zijn ex-partner, het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie en een alarmpistool, en het vernielen van haar deurbel. Het primair ten laste gelegde feit van het veroorzaken van een ontploffing met gevaar voor personen is niet bewezen verklaard, maar het subsidiair ten laste gelegde vernielen van de auto wel.

De feiten vonden plaats in februari 2024 in Maassluis en Vlaardingen. Verdachte heeft de feiten bekend en de rechtbank achtte deze wettig en overtuigend bewezen. De wapens waren geladen en opgeslagen in een kluis, wat het bezit strafbaar maakt vanwege het risico voor de veiligheid.

De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een oud strafblad en een positief reclasseringsrapport dat een laag recidiverisico inschat. Verdachte toonde openheid, vergoedde de schade aan het slachtoffer en staat open voor gedragsverandering.

De opgelegde straf bestaat uit een taakstraf van 150 uur, waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en de bijzondere voorwaarde dat verdachte een cognitieve vaardigheden-training volgt. De voorlopige hechtenis is opgeheven en de vordering van de benadeelde partij is ingetrokken.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 150 uur taakstraf, waarvan 50 uur voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en vrijspraak van primair ten laste gelegde explosie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.058842.24
Datum uitspraak: 18 december 2025
Datum zitting: 4 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,
Advocaat van de verdachte: mr. A.A. Boersma
Officier van justitie: mr. K.L. Rook
Benadeelde partij: [slachtoffer]
Kern van het vonnis
De verdachte wordt door de officier van justitie beschuldigd van het plegen van een viertal strafbare feiten in februari 2024. Vlak na zijn aanhouding heeft de verdachte deze feiten bekend, inhoudende dat hij vuurwerk heeft afgestoken in de nabijheid van de auto van zijn ex-partner [slachtoffer] en ook de deurbel van haar woning heeft afgetrokken. Verder heeft de verdachte bekend dat het in de kluis van zijn woning aangetroffen vuurwapen en alarmpistool, zijn bezit betrof. De rechtbank acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen met dien verstande dat ten aanzien van feit 1 enkel het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen kan worden. Zij heeft in haar straf meegewogen dat de verdachte openstaat voor gedragsverandering en op eigen initiatief de schade aan [slachtoffer] heeft vergoed. De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf op van 150 uur met aftrek van het voorarrest, waarvan 50 uur voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar met oplegging van de bijzondere voorwaarde dat de verdachte een cognitieve vaardigheden-training zal volgen.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – een ontploffing heeft teweeggebracht door een stuk vuurwerk af te steken, ten gevolge waarvan de auto van [slachtoffer] beschadigd is geraakt en terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was. Dit is subsidiair ten laste gelegd als vernieling van de auto. Daarnaast heeft de verdachte een vuurwapen met munitie en een alarmpistool voorhanden gehad, en de deurbel van [slachtoffer] vernield.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1
primair
hij op of omstreeks 18 februari 2024 en/of 19 februari 2024 te Maassluis, opzettelijk
een ontploffing teweeg heeft gebracht door een stuk vuurwerk (Super Cobra 6 of Thunderking) (met knaleffect) aan/af te steken, waardoor dat vuurwerk tot ontploffing is gekomen, ten gevolge waarvan een (personen)auto (merk Fiat met kenteken [kentekennummer] ) is
beschadigd, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten (een) personenauto('s) en/of (een) omliggende woning(en) en/of groenvoorziening, en/of
- levensgevaar en/ of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
de in de omliggende woning(en) aanwezige perso(o)n(en) en/of passerende perso(o)n(en),
te duchten was;
subsidiair
hij op of omstreeks 18 februari 2024 en/of 19 februari 2024 te Maassluis, opzettelijk en wederrechtelijk een (personen)auto (merk Fiat met kenteken [kentekennummer] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 19 februari 2024 te Vlaardingen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, te weten een pistool van het merk BLOW, model TR34, kaliber 7.65mm, en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet van de Categorie III, te weten 5 kogelpatronen, kaliber 7.65 mm,
voorhanden heeft gehad;
3
hij op of omstreeks 19 februari 2024 te Vlaardingen een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten een alarm- c.q. startpistool
voorhanden heeft gehad;
4
hij op of omstreeks 18 februari 2024 en/of 19 februari 2024 te Maassluis, opzettelijk en wederrechtelijk een deurbel (merk Ring), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten. Het onder 1 primair ten laste gelegde kan partieel bewezen worden in die zin dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het veroorzaken van een ontploffing waarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het veroorzaken van gemeen gevaar voor de omliggende woningen en groenvoorziening, en van het veroorzaken van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander. De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 2, 3, en 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
De feiten kunnen bewezen worden met dien verstande dat de rechtbank ten aanzien van feit 1 niet het primair maar het subsidiair ten laste gelegde bewezen acht. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
Feit 1
De bewezenverklaring van feit 1 subsidiair is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Op 19 februari 2025 heb ik vuurwerk afgestoken in de buurt van de woning van mijn ex-partner te Maassluis.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] [3] Op 19 februari 2024 kwamen wij ter plaatse aan de [adres 2] te Maassluis. Wij liepen naar de Fiat toe van [slachtoffer] welke ongeveer 10 meter van haar voordeur stond geparkeerd. Wij roken bij het voertuig direct een sterke kruitlucht. Wij zagen naast het voertuig, in het zand, aan de zijde van het rechter voorportier vuurwerkresten liggen. Ook zagen wij in het zand een afdruk wat leek alsof er iets in het zand was ontploft. Wij zagen dat er zandresten op het rechter voorportier, het dak en het raam van de Fiat zaten. Het leek sterk op opspattend zand. Tevens zagen wij dat er op het rechter voorportier lakschade zat. Wij hoorden van [slachtoffer] dat de schade er voorheen nog niet op zat.
Feiten 2, 3 en 4
De bewezenverklaring van feiten 2, 3 en 4 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven [4] .
3.
Bekennende verklaring van de verdachte [5]
4.
Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer] [6]
5.
Proces-verbaal van de politie, onderzoek wapen alarm/startpistool [7]
6.
Proces-verbaal van de politie, onderzoek vuurwapen en munitie [8]
2.3.2.
Bewijsmotivering feit 1
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet eenduidig is vast te stellen wat voor type vuurwerk door de verdachte is afgestoken. Gelet daarop is onduidelijk welk gevaar dit – in welke zin dan ook – heeft opgeleverd. Wel is duidelijk dat door het afsteken van het vuurwerk door de verdachte zand is opgespat waardoor schade aan de auto van [slachtoffer] is ontstaan.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
subsidiair
hij op 19 februari 2024 te Maassluis, opzettelijk en wederrechtelijk een (personen)auto (merk Fiat met kenteken [kentekennummer] ), die geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft beschadigd;
2
hij op 19 februari 2024 te Vlaardingen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool, te weten een pistool van het merk BLOW, model TR34, kaliber 7.65mm, en (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet van de Categorie III, te weten 5 kogelpatronen, kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad;
3
hij op 19 februari 2024 te Vlaardingen, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie Pro III onder 4° van de Wet wapens en munitie, te weten een alarm- c.q. startpistool voorhanden heeft gehad;
4
hij op 19 februari 2024 te Maassluis, opzettelijk en wederrechtelijk een deurbel (merk Ring), die geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggemaakt;

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
1
subsidiair
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort beschadigen
2
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
3
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
4
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort wegmaken
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast moet de verdachte een taakstraf van 180 uur uitvoeren, te vervangen voor 90 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een gevangenisstraf van twee dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf met daaraan gekoppeld een voorwaardelijk strafdeel bepleit.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het beschadigen van de auto van [slachtoffer] en het vernielen van haar Ring deurbel door die los te rukken. Door zijn handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen, en heeft hij tevens bijgedragen aan het ontstaan van een onveilige situatie door vuurwerk af te steken in een woonwijk. De verdachte heeft daarnaast een vuurwapen met bijbehorende munitie en een alarmpistool voorhanden gehad. De wapens, lagen weliswaar in een kluis, maar zij waren geladen en dus gereed voor gebruik. Ongecontroleerd bezit van vuurwapens met munitie brengt in het algemeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee, omdat het bezit van een vuurwapen al snel kan leiden tot het gebruik ervan, met alle schadelijke gevolgen van dien.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 31 oktober 2025 blijkt dat de verdachte eerder, ruim tien jaar geleden, onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Gelet op de geruime tijd die verstreken is leidt het strafblad van de verdachte niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 7 mei 2025 staat – samengevat - het volgende.
Er zijn geen registraties die aanduiden dat de verdachte eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. De verdachte ontkent de vernieling omdat hij geen schade heeft gezien aan de woning of auto. Hij bekent het in het bezit hebben van een vuurwapen maar stelt dat hij deze veilig had opgeborgen in een kluis daar hij niet wist hoe hij zich hiervan kon ontdoen zonder verdere problemen. Doordat het gooien van het vuurwerk een gerichte actie is geweest naar zijn ex-partner toe, zou dit gekwalificeerd kunnen worden als een vorm van huiselijk geweld. Hierin ziet de reclassering dat de verdachte moeite lijkt te hebben met het zorgvuldig overdenken van zijn keuzes en de mogelijke gevolgen daarvan voor zijn ex-vriendin en zijn kinderen. Het is algemeen bekend dat het bezit van een vuurwapen strafbaar is, gezien de risico's die dit met zich meebrengt. Het niet actief zoeken naar manieren om het wapen op legale wijze van de straat te halen, wijst op de aanwezigheid van gebrekkige denkpatronen en een gebrek aan verantwoordelijkheid in het omgaan met risico's. Het bovengenoemde kan worden beschouwd als risico verhogende factoren die delictgedrag kunnen stimuleren of in stand houden. Hoewel er sprake is van risicofactoren, zijn er ook enkele beschermende factoren die het psychosociaal functioneren van de verdachte kunnen ondersteunen. De verdachte erkent dat hij problemen ervaart in de communicatie met zijn ex-partner en hij staat open voor het ontwikkelen van nieuw gedrag. Het gaat hierbij om het ontwikkelen en verbeteren van communicatieve vaardigheden om problemen in de relationele sfeer aan te pakken, en het nemen van de juiste beslissingen om gevaarlijke of risicovolle situaties te voorkomen of te vermijden. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten; een meldplicht bij reclassering (na afspraak) en een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden.
4.3.3.
Oplegging straf
Straf
Doorgaans wordt voor strafbare feiten van deze aard en ernst een gevangenisstraf van enkele maanden opgelegd. In dit geval zou een gevangenisstraf echter geen recht doen aan de omstandigheden waarin de feiten zijn gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en is een taakstraf passend. Bij de keuze voor deze strafmodaliteit heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte direct openheid van zaken heeft gegeven, bereid is om zijn gedrag aan te passen en [slachtoffer] op eigen initiatief schadeloos heeft gesteld, alsook dat de relatie met het slachtoffer [slachtoffer] in zekere mate is hersteld. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 150 uur opgelegd. Van deze taakstraf wordt 50 uur voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde om een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden-training te volgen. Deze bijzondere voorwaarde is noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

5.Voorlopige hechtenis

De rechter-commissaris heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 21 februari 2024 geschorst.
De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis, die bij eerdere beslissing is geschorst.

6.Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft op 3 oktober 2024 een vordering benadeelde partij ingediend. In haar latere slachtofferverklaring heeft zij toegelicht dat zij deze vordering wenst in te trekken. Gelet op deze slachtofferverklaring beschouwt de rechtbank de vordering als ingetrokken.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 55, 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen van 26 en 55 Wet Wapens en Munitie.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit 1 primair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 subsidiair, 2, 3 en 4, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 150 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat
144 uur taakstrafmoet worden verricht;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
72 dagen;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
50 uur, van deze taakstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarde:
1. de verdachte neemt actief deel aan de gedragsinterventie CoVa of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarde genoemd onder nummer 1 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van der Groen, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en H.C. van Vuren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 december 2025.
Mrs. J.L. Luiten en H.C. van Vuren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoten.
2.Verklaard tijdens de zitting van 4 december 2025.
3.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] .
4.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoten.
5.Verklaard tijdens de zitting van 4 december 2025.
6.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] .
7.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] .
8.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4] .