ECLI:NL:RBROT:2025:15623

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
10.333595.24 en 10.193936.25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 285b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belaging ex-partner met anonieme telefoontjes en misbruik persoonsgegevens

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van belaging van zijn ex-partner in twee periodes. Voor de eerste periode (2023-2024) sprak de rechtbank verdachte vrij omdat er sprake was van wederzijds contact en onvoldoende bewijs voor stelselmatige inbreuk.

Voor de tweede periode (2025) achtte de rechtbank het belagen bewezen. Dit betrof anonieme telefoontjes, e-mails, aanmelding op pornowebsites en het gebruik van een bewerkte naaktfoto van het slachtoffer. De bewijzen bestonden uit verkeersgegevens van telefoongesprekken, IP-adressen, en aangetroffen digitale bestanden op de telefoon van verdachte.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van acht maanden op, waarvan twee maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling en contactverbod. Tevens werd een schadevergoeding van €1.500,- toegekend aan het slachtoffer. De voorlopige hechtenis werd opgeheven in verhouding tot de onvoorwaardelijke straf.

De rechtbank benadrukte de ernst van het feit, het recidiverisico en de ontkennende houding van verdachte. De bijzondere voorwaarden zijn gericht op het voorkomen van herhaling en het beschermen van het slachtoffer.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, en betaling van €1.500,- schadevergoeding aan slachtoffer.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10.333595.24 en 10.193936.25
Datum uitspraak: 18 december 2025
Datum zitting: 4 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
ingeschreven op het adres [detetentieadres] , [postcode 1] te [detentieplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting (PI) [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.R. Stolk
Officier van justitie: mr. N. van der Meij
Benadeelde partij: [slachtoffer]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. A. Hamers
Kern van het vonnis
De verdachte wordt door de officier van justitie beschuldigd van het belagen van zijn ex-partner, aangeefster [slachtoffer] , in twee verschillende periodes. De rechtbank acht het belagen van aangeefster in de eerste periode (2023-2024) niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij (feit 1). De relatie was destijds recent verbroken en in die periode hebben de verdachte en aangeefster over en weer op een intense manier met elkaar gecommuniceerd. De rechtbank acht het belagen van aangeefster in de tweede periode (2025) wel bewezen (feit 2). Uit het dossier is gebleken dat de anonieme telefoontjes, e-mails, de aanmelding bij een pornowebsite en de bewerkte naaktfoto te herleiden zijn naar de verdachte. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van acht maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, inhoudende een meldplicht, ambulante behandeling en een contactverbod met aangeefster.

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – aangeefster heeft belaagd in twee verschillende periodes (in 2023-2024 en 2025) door haar e-mails en berichten te sturen, haar anoniem te bellen, accounts aan te maken op social media platforms met gebruik van haar gegevens, haar vriendschapsverzoeken te sturen, (bewerkte) foto’s van haar te gebruiken op social media platforms en accounts aan te maken op porno- en 18+websites met gebruik van haar gegevens.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1 (10.333595.24)
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 14 mei 2023 tot en met
5 augustus 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig
opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door die [slachtoffer] meermaals althans eenmaal:
- e-mails te sturen en/of
- berichten te sturen via WhatsApp en/of
- berichten te sturen via Instagram,
met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2 (10.193936.25)
hij in of omstreeks de periode 1 januari 2025 tot en met 25 juni 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door veelvuldig
- die [slachtoffer] (anoniem) te bellen en/of
- e-mails te sturen naar die [slachtoffer] en/of
- accounts aan te maken op een of meerdere social media platformen met gebruik
van de (contact)gegevens en/of foto's van die [slachtoffer] en/of van familieleden van die
[slachtoffer] en/of
- ( vervolgens) vriendschapsverzoeken te versturen met die accounts aan die [slachtoffer]
en/of bekenden van die [slachtoffer] en/of
- ( vervolgens) de namen en/of (bewerkte) foto's van die [slachtoffer] en/of haar
familieleden te gebruiken en/of te noemen op social media,
- accounts aan te maken op meerdere pornosites en/of andere (18+)websites met
gebruik van (contact)gegevens van die [slachtoffer] ,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of
vrees aan te jagen.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide ten laste gelegde feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Inleiding
De rechtbank overweegt dat voor belaging als bedoeld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht vereist is dat sprake is van een wederrechtelijke, stelselmatige en opzettelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een ander. Daarbij moet de pleger het oogmerk hebben om een ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een belaging zijn verschillende factoren van belang, te weten: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen, alsmede de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de vrijheid van het slachtoffer.
2.3.2.
Vrijspraak feit 1
De rechtbank stelt op basis van het dossier en de behandeling op zitting vast dat de verdachte en aangeefster in het verleden een affectieve relatie hebben gehad. Uit deze relatie is in 2020 een dochter geboren. Nadat de affectieve relatie werd beëindigd hielden zij contact met elkaar in het belang van hun dochter, maar dit contact is misgelopen. Aangeefster geeft aan dat verdachte haar vanaf 14 mei 2023 is gaan belagen. De verdachte heeft ter terechtzitting toegelicht dat er onenigheid is ontstaan over het zien van zijn dochter en het vervullen van zijn vaderrol. In die periode zijn ook diverse rechtszaken gevoerd over de omgang met hun dochter. De rechtbank overweegt dat uit het dossier blijkt dat er tussen aangeefster en de verdachte binnen deze periode over en weer contact is geweest over (de omgang met) hun dochter. Voor wat betreft overige contacten die hebben plaatsgevonden vanuit de verdachte – waarbij de rechtbank opmerkt dat niet alle contacten genoemd door aangeefster zijn onderzocht en aan de verdachte kunnen worden toegeschreven - overweegt de rechtbank dat dit handelen gezien de omstandigheden ongepast was. De aard en frequentie van de contacten was, gelet op de tussenpozen, echter niet zodanig dat kan worden gesproken van stelselmatigheid. De rechtbank concludeert dan ook dat onvoldoende is gebleken dat er sprake is van een stelselmatige en wederrechtelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. De rechtbank zal gelet op het voorgaande de verdachte vrijspreken van feit 1.
2.3.3.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 2
De rechtbank is van oordeel dat feit 2 wettig en overtuigend bewezen kan worden. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Ik verblijf regelmatig bij mijn broer op de [adres] te Rotterdam. Vlak voor mijn aanhouding op dit adres, heb ik mijn telefoon, een iPhone, geprobeerd kapot te maken door de telefoon door het toilet te spoelen.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer] [3] Ik doe aangifte van stalking tegen mijn ex-partner genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1985. [voornaam verdachte] maakt wederrechtelijk, stelselmatig en opzettelijk inbreuk op mijn persoonlijke levenssfeer.
Op de volgende dagen ben ik anoniem gebeld:
24 januari 2025, 2 keer
26 januari 2025, 2 keer
27 januari 2025, 2 keer
28 januari 2025, 6 keer
29 januari 2025, 2 keer
30 januari 2025, 3 keer
2 februari 2025. 9 keer
Op 26 januari 2025 ben ik één keer gebeld door het telefoonnummer [gsm-nummer 1] .
3.
Processen-verbaal van de politie, bevindingen [4] Ik deed onderzoek naar de ontvangen gegevens van de vordering verstrekking verkeersgegevens telefonie op telefoonnummer [gsm-nummer 1] . Dit telefoonnummer betreft een prepaid telefoonnummer welke niet op naam is gesteld.
Het telefoonnummer [gsm-nummer 2] behoort toe aan aangeefster [slachtoffer]
.
Ik zag dat er in de ontvangen gegevens van de vordering verstrekking verkeersgegevens telefonie op het telefoonnummer [gsm-nummer 1] de volgende uitgaande oproepen naar het telefoonnummer [gsm-nummer 2] zijn geweest.
24 januari 2025 om 01.25 uur en 01.33 uur
26 januari 2025 om 22.38 uur en om 22.40 uur
27 januari 2025 om 23.28 uur en om 23.34 uur
29 januari 2025 om 02.05 uur en 02.07 uur
30 januari 2025 om 00.54 uur, 01.05 uur en 01.11 uur,
2 februari 2025 om 01.30 uur, 01.33 uur, 1.40 uur, 01.42 uur, 01.43 uur, 01.44 uur, 01.47 uur, 01.49 uur, 01.50 uur, 01.51 uur
Ik zag dat de inkomende oproepen bij aangeefster op telefoonnummer [gsm-nummer 2] , afkomstig van een anoniem telefoonnummer, gelijk waren aan de data, tijdstippen en verbindingsduur waarop het telefoonnummer [gsm-nummer 1] naar het telefoonnummer van aangeefster heeft gebeld.
4.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [5]
Ik deed onderzoek naar hoe vaak [gsm-nummer 1] , contact zocht met het telefoonnummer van het slachtoffer [gsm-nummer 2] .
De bevraagde periode betreffende vanaf 31 december 2024 tot 9 april 2025.
Ik zag dat op 24 januari 2025 het telefoonnummer [gsm-nummer 1] om 01:25 uur en 01:33 uur belde naar [gsm-nummer 2] .
Ik zag dat op 26 januari 2025 het telefoonnummer [gsm-nummer 1] om 22:38 uur, 22:40 uur, 22:50 uur belde naar [gsm-nummer 2] .
Ik zag dat op 27 januari 2025 het telefoonnummer [gsm-nummer 1] om 11:21 uur, 23:28 uur en om 23:34 uur belde naar [gsm-nummer 2] .
Ik zag dat op 28 januari 2025 het telefoonnummer [gsm-nummer 1] om 00:00 uur, 00:11 uur 2 keer, 01:35 uur, 01:36 uur, 13: 40 uur, 15:17 uur belde naar [gsm-nummer 2] .
Ik zag dat op 29 januari 2025 het telefoonnummer [gsm-nummer 1] om 02:05 uur en 02:07 uur belde naar [gsm-nummer 2] .
Ik zag dat op 30 januari 2025 het telefoonnummer [gsm-nummer 1] om 00:54 uur, 01:05 uur en 01:11 uur belde naar [gsm-nummer 2] .
Ik zag dat op 2 februari 2025 het telefoonnummer [gsm-nummer 1] om 01:30 uur, 01:31 uur, 01:33 uur, 01:40 uur, 01:42 uur, 01:43 uur, 01:44 uur, 01:47 uur, 01:49 uur, 01:50 uur 2 keer, 01:51 uur, belde naar [gsm-nummer 2]
Dit betekent dat [gsm-nummer 1] in 9 dagen 32 keer naar [gsm-nummer 2] heeft gebeld.
5.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [6]
Ik, verbalisant [naam verbalisant] , deed nader onderzoek naar de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [gsm-nummer 1] . Ik zag dat het mobiele telefoonnummer in de opgevraagde periode (1 januari 2025 tot en met 30 januari 2025) gebruikt werd in een mobiele telefoon met
IMEI [IMEI-nummer 1]. Dit IMEI behoort toe aan een mobiele telefoon van het merk
Nokia type 105, TA-1174.
Ik zag dat het mobiele telefoonnummer tijdens de nachtelijke uren, 00:01 uur t/m 06:00 uur, gebruik maakte van 4 verschillende cell-id' s. Deze cell-id's zijn bevestigd aan telefoonmasten van KPN. Deze cell-id's zijn bevestigd aan telefoonmasten op de volgende locaties in Rotterdam:
- Heer Danielstraat: cell-id [ID-nummer 1]
- Maashaven Zuidzijde: cell-id [ID-nummer 2]
- Hillevliet: cell-id [ID-nummer 3]
- Enk: cell-id [ID-nummer 4]
Ik onderzocht de locaties van deze cell-id's alsmede de richting waarin deze cell-id's uitstralen. Ik zag dat de woning aan de [adres] in Rotterdam binnen het bereik viel van de vier genoemde cell- id's.
Op 25 juni 2025 werd verdachte [verdachte] buiten heterdaad aangehouden in zijn woning aan de [adres] , [postcode 2] in Rotterdam.
6.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [7]
Op 8 juli 2025 werd de woning aan de [adres] doorzocht door het onderzoeksteam. Tijdens deze doorzoeking werd in de woonkamer, in een lade van een tv meubel een mobiele telefoon
Nokia type 105 (TA-1174)aangetroffen en in beslaggenomen.
Ik zag dat het een dual-sim toestel betrof. Deze toestellen hebben twee unieke IMEI-nummers. Dit betroffen de volgende twee IMEI's:
IMEI 1 :
[IMEI-nummer 1]
IMEI 2 : [IMEI-nummer 2]
7.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [8]
Het laatste cijfer van een IMEI-nummer is een controle cijfer dat met het Luhn-algoritme wordt berekend om de geldigheid van het volledige IMEI-nummer te controleren. Dit controle cijfer, ook wel het 15e cijfer genoemd, is een functie van alle voorgaande cijfers en bevestigt dat het IMEI-nummer correct is. Dit laatste cijfer kan dus variabel naar voren komen, indien de rest gelijk is dan is het nog steeds een unieke reeks die het toestel identificeert.
8.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer] [9]
Ik ontvang via mijn e-mail berichten dat ik ben aangemeld bij "adult" websites, onder andere bij Sextoyland.nl op 28 mei 2025.
9.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer] [10]
Ik heb een e-mail gekregen op 4 juni 2025. De e-mail leek te zijn verstuurd door een ex-partner. Ik heb deze persoon benaderd en hij heeft verzekerd dat hij dit niet heeft verstuurd.
Op 6 juni 2025 heb ik weer een e-mail gekregen. Ditmaal van iemand die zich voordoet als een vriend van mij. Hij was een huisgenoot van mij. Ik heb nog bijna dagelijks contact met hem en hij deze e-mail niet naar mij gestuurd.
10.
Proces-verbaal van de politie, verklaring van aangeefster [slachtoffer] [11]
Er is een Instagramaccount aangemaakt met de naam [accountnaam] en een profielfoto waarop mijn hoofd op een naaktlichaam staat afgebeeld. Hierbij stonden mijn Snapchat en Facebook namen vermeld en mijn telefoonnummer.
11.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [12]
Op 13 juni 2025 ontving ik, verbalisant, een antwoord van een medewerker van Budget Thuis. Dat het IP-adres
[IP-adres]was gekoppeld aan: Dhr [verdachte] [adres] , [postcode 2] te Rotterdam. Uit het Basisregistratie Personen (BRP) bleek dat stond ingeschreven op het adres [adres] te Rotterdam:
[persoon A] ( [voornaam persoon A] ) Geboren [geboortedatum 2] -1979 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ).
Ik zag verder dat in het BRP dat [persoon A] en [verdachte] broers van elkaar zijn.
12.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [13]
Op 17 juni 2025 ontving ik, verbalisant, een bestand met daarin de DigiD-account gegevens. Ik zag dat de accountgegevens waren:
BSN: [BSN-nummer]
Emailadres: [e-mailadres]
Telefoonnummer: [gsm-nummer 3]
Apparaatnaam DigiD App : Iphone
Ik zag dat er 112 maal was ingelogd bij een webdienst, waarbij het DigiD- account van verdachte [verdachte] was gebruikt. Ik zag dat 90 van de 112 loggingen waren gedaan vanaf het IP-adres
[IP-adres] .
13.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [14]
Op 4 juni 2025 heb ik, verbalisant, een vordering verstrekking gebruikersgegevens, verstuurd naar E-Supplies Emmen. Sextoyland.nl is een onderdeel van E-Supplies Emmen. Op 4 juni 2025 ontving ik gegevens van E-Supplies Emmen. Uit deze informatie bleek dat er op 28 mei 2025 het account was aangemaakt door een Iphone met de browser Safari en met IP- adres
[IP-adres].
14.
Proces-verbaal van de politie, bevindingen [15]
Op 25 juni 2025 is een mobiele telefoon inbeslaggenomen. Dit betrof een Apple iPhone 13 Pro, met goednummer [beslagnummer] .
Ik zag dat er op het toestel gebruik werd gemaakt van de applicaties/diensten van ai.bodyeditor.com, onetapeditor.com en hotify.app. Dit betreffen allen diensten om foto's te bewerken, mede aan de hand van het gebruik van artificial intelligence (AI).
Ik zag op het onderzochte toestel onder andere de volgende afbeeldingen.
(2)
Bestandsnaam [naam bestand]
Aanmaakdatum 26 mei 2025 02:51 uur
Hash waarde [naam]
Bestandsgrootte 173138 (bytes)
Ik zag dat deze afbeelding overeenkwam met de in proces-verbaal [nummer proces-verbaal 1] door aangeefster beschreven afbeelding. Hierbij werd het gezicht van aangeefster op een afbeelding van een naakte vrouw geplaatst en gebruikt om een 'fake'-account aan te maken met de naam ' [accountnaam] '.
2.3.4.
Bewijsmotivering feit 2
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte de vele anonieme telefoontjes heeft gepleegd naar het 06-nummer van aangeefster. De Nokia-telefoon waarmee destijds is gebeld, is aangetroffen in de woning van de broer van verdachte, waar de verdachte veel verbleef. De eerst ter zitting afgelegde verklaring van de verdachte dat deze Nokia, met oplader, vlak voor zijn aanhouding door de brievenbus is gegooid, is onaannemelijk. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn broer zijn verhaal kan bevestigen. Echter heeft de verdediging gedurende het proces nooit verzocht om het horen van zijn broer op dit specifieke punt. Daar komt bij dat de aangestraalde cell-id’s tijdens het plegen van de telefoontjes, maanden voor zijn aanhouding, binnen het bereik vielen van de woning van de broer van de verdachte. Het verweer dat aangeefster zelf de telefoontjes heeft gepleegd is in geen enkel opzicht aannemelijk gemaakt. Hetzelfde geldt voor het verweer dat aangeefster het IP-adres van de broer van de verdachte heeft gebruikt. De rechtbank acht bewezen dat het de verdachte is geweest die aangeefster heeft aangemeld bij een pornosite, met het IP-adres van zijn broer. Tevens acht de rechtbank bewezen dat het de verdachte is geweest die uit naam van een ex-partner en een huisgenoot van aangeefster e-mails heeft gestuurd naar aangeefster, zulks gelet op de hiervoor en hieronder vermelde (internet) gedragingen van verdachte en deze personen hebben aangegeven zelf geen e-mail te hebben verstuurd.
Op enig moment is de naam van aangeefster tezamen met een kennelijk gefabriceerde naaktfoto in het (online) verkeer terecht gekomen, op een Instagramprofiel. Deze (bewerkte) naaktfoto is aangetroffen op de telefoon van de verdachte. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte deze naaktfoto zelf heeft vervaardigd met de aangetroffen applicaties op zijn telefoon en vervolgens heeft gebruikt op het ‘fake’ Instagramprofiel op social media. Tekenend is daarbij dat de verdachte toen de politie voor de deur stond tijdens zijn aanhouding, heeft getracht deze telefoon door de wc te spoelen om zo te verhullen dat hij degene was die de foto heeft gebruikt voor een fake Instagramprofiel.
2.3.5.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij in de periode 1 januari 2025 tot en met 25 juni 2025 te Rotterdam,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door veelvuldig
- die [slachtoffer] (anoniem) te bellen en
- e-mails te sturen naar die [slachtoffer] en
- ( vervolgens) de (bewerkte) foto van die [slachtoffer] te gebruiken op social media,
- accounts aan te maken op een pornosite met gebruik van (contact)gegevens van die [slachtoffer] ,
met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen en te dulden.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
2
belaging
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast wordt verzocht een 38v-maatregel op te leggen.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdachte heeft verzocht, indien de rechtbank een voorwaardelijke straf noodzakelijk acht, de bijzondere voorwaarden te beperken tot een contactverbod met aangeefster.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich gedurende een periode van een aantal maanden schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-partner. Deze belaging bestond uit het veelvuldig anoniem bellen van aangeefster, het sturen van e-mailberichten, het aanmaken van accounts op naam van aangeefster op pornowebsites en het gebruiken van een bewerkte naaktfoto van aangeefster op social media. Uit de verklaring van aangeefster is gebleken dat zij door het onderhavige feit angstig is geworden en fysieke klachten heeft kregen. Het voortdurend blijven contact zoeken en wijze waarop de verdachte dit contact probeerde te houden met aangeefster, ondanks dat de relatie al een ruime tijd definitief beëindigd was en zij steeds heeft aangegeven hiervan niet gediend te zijn, acht de rechtbank zorgelijk. Ook lijkt verdachte niet te beseffen wat zijn gedragingen bij een ander kunnen teweegbrengen en ook daadwerkelijk hebben teweeggebracht. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 14 oktober 2024 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapporten van Reclassering Nederland van 30 september 2025 en 28 november 2025 staat – samengevat - het volgende.
De verdachte kent een justitieel verleden aangaande huiselijk geweld en belaging. Het stalkingsgedrag jegens aangeefster zou al langere tijd spelen. De verdachte ontkent iedere betrokkenheid en legt de verantwoordelijkheid bij zijn ex-partner. Door de volledig ontkennende proceshouding kan de reclassering geen eenduidige criminogene factoren vast
stellen. Daarnaast heeft de verdachte zijn medewerking aan het NIFP-onderzoek geweigerd waardoor eventuele diagnostische gegevens over zijn psychosociaal functioneren ontbreken. Ondanks de ontkenning en het ontbreken van diagnostische gegevens ziet de reclassering wel mogelijke risicofactoren in de (ex-)partnerrelatie, het psychosociaal functioneren en de houding van de verdachte. De reclassering acht het zorgelijk dat de verdachte wederom van soortgelijke feiten wordt verdacht, ondanks eerdere interventies. De verdachte werd eerder aangemeld bij Forensische polikliniek de Waag wegens de veroordeling voor huiselijk geweld. De behandeling hierop gericht kwam onvoldoende van de grond vanwege de niet meewerkende houding van de verdachte. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, contactverbod inclusief GPS en slachtoffer device en locatieverbod met elektronische monitoring. De verdachte heeft aangegeven dat hij bereid is om mee te werken aan elektrische monitoring en aan de geïndiceerde behandeling.
4.3.3.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van acht maanden opgelegd met aftrek van voorarrest. Van deze gevangenisstraf worden twee maanden voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Dit voorwaardelijk strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. Daarnaast verbindt de rechtbank aan de voorwaardelijke straf een meldplicht, behandelverplichting en contactverbod met aangeefster als bijzondere voorwaarden. De rechtbank ziet geen noodzaak om het contactverbod tevens bij 38v-maatregel op te leggen.

5.Voorlopige hechtenis

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf.

6.Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

6.1.
Vordering
[slachtoffer] heeft als benadeelde partij voor de ten laste gelegde feiten € 7.500,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering van de benadeelde partij dient gematigd te worden.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 2 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.4.1.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 25 juni 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (deels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 8 (acht) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
2(
twee) maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden:
de verdachte meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
de verdachte laat zich behandelen voor een behandeling gericht op stalking door een nader door de reclassering te bepalen behandelaar. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;
de verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [slachtoffer] , geboren [geboortedatum 3] 1993, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder nummers 1 tot en met 3 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 2), te betalen een bedrag van € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 25 juni 2025 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 2); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0;
legt aan de verdachte voor feit 2
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] aan de staat
€ 1.500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 25 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van der Groen, voorzitter,
en mrs. J.L. Luiten en H.C. van Vuren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 december 2025.
Mrs. J.L. Luiten en H.C van Vuren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot.
2.Verklaard tijdens de zitting van 4 december 2025.
3.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] .
4.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] en herstel proces-verbaal [nummer proces-verbaal 4] .
5.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 5] .
6.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 6] .
7.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 7] .
8.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 4] .
9.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 8] .
10.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 9] .
11.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] .
12.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 10] .
13.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 11] .
14.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 12] .
15.Het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 13] .