ECLI:NL:RBROT:2025:15652

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
10.181057.25, 10.219783.25 en 10.287321.25 (gev. ttz)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 45 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen oplichting en mishandeling moeder en zus

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor mishandeling van zijn moeder en zus, medeplegen van oplichting en diefstal in vereniging middels een valse sleutel. De mishandelingen vonden plaats op 13 juni 2025, waarbij de verdachte zijn moeder en zus fysiek heeft aangevallen. De oplichtings- en diefstalpraktijken betroffen helpdeskfraude gepleegd tussen 14 juli en 23 juli 2025, waarbij kwetsbare ouderen werden misleid om bankpassen, pincodes en waardevolle goederen af te staan.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte nauw samenwerkte met mededaders, waarbij hij onder meer bankpassen ophaalde en geld opnam. De bewezenverklaring is gebaseerd op bekentenissen, getuigenverklaringen en chatgesprekken. De rechtbank verwierp het verweer dat de verdachte slechts een passieve rol had.

De strafmaat is bepaald op 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden zoals gedragsinterventie en schuldhulpverlening. De rechtbank nam de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en het recidiverisico mee in haar overwegingen.

Daarnaast zijn schadevergoedingen toegewezen aan twee benadeelde partijen, respectievelijk € 10.038,75 en € 155,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de feiten. De verdachte is hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met zijn mededaders. Tevens is een gijzelingsmaatregel opgelegd voor het geval betaling uitblijft.

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot medewerking aan reclasseringstoezicht en gedragsinterventies, met het oog op het voorkomen van herhaling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummers: 10.181057.25, 10.219783.25 en 10.287321.25 (gev. ttz)
Datum uitspraak: 21 november 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [naam P.I.] ,
raadsman mr. L.A.R. Newoor, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is (na wijziging) ten laste gelegd hetgeen is vermeld in
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.
De zaak met parketnummer 10.181057.25 wordt hierna aangeduid als zaak A.
De zaak met parketnummer 10.219783.25 wordt hierna aangeduid als zaak B.
De zaak met parketnummer 10.287321.25 wordt hierna aangeduid als zaak C.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Groot heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd in het over de verdachte opgemaakte rapport van 22 oktober 2025 en de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewijswaardering zaak A
De verdachte heeft bekend op 13 juni 2025 te Rotterdam zijn moeder [slachtoffer 1] en zusje [slachtoffer 2] te hebben mishandeld. In tegenstelling tot de officier van justitie en de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat er tevens voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de vaststelling dat de verdachte tegen het hoofd van zijn zusje [slachtoffer 2] heeft geschopt. Dit volgt zowel uit de aangifte van [slachtoffer 2] als uit de verklaring van de getuige [getuige] . Nu de verdachte eenmalig tegen het hoofd heeft geschopt en onbekend is gebleven met wat voor kracht dit is gebeurd, is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van wettig en overtuigend bewijs voor een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, maar slechts voor mishandeling. De feiten zullen voor het overige, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte, zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewijswaardering zaak B en C
4.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde oplichtingen. De verdachte is niet degene geweest die de aangevers heeft gebeld en heeft bewogen tot het afgeven van hun bankpassen. Hij heeft in de zaken van aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] enkel de goederen in ontvangst genomen. Hij heeft daarbij geen feitelijke handelingen verricht waardoor zij werden bewogen tot het afgeven van deze goederen. De rol van pasophaler kan niet gekwalificeerd worden als oplichtingshandeling zoals ten laste is gelegd. In de zaken van aangevers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft de verdachte, gelet op het door aangevers gegeven signalement, de bankpassen niet opgehaald. De bankpassen heeft hij in deze zaken via een derde in ontvangst genomen. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte actief betrokken was bij de hieraan voorafgaande oplichtingshandelingen.
4.2.2.
Beoordeling
Feiten en modus operandi
De rechtbank stelt het volgende vast. In de periode van 18 juli 2025 tot en met 1 augustus 2025 hebben in totaal vier personen aangifte gedaan van zogenaamde helpdeskfraude. Uit de verschillende aangiftes en politiebevindingen kwam naar voren dat de daders steeds een vergelijkbare werkwijze hanteerden. Zij hebben gehandeld op een geraffineerde en doordachte wijze, gericht op het misleiden van slachtoffers op leeftijd, teneinde hen te bewegen tot het afstaan van bankpassen en waardevolle goederen. Daartoe werden de aangevers telefonisch benaderd, waarbij de beller zich voordeed als een politieagent of een medewerker van een bank. Tijdens deze gesprekken werd aan de aangevers een zorgwekkend en geloofwaardig klinkend verhaal voorgehouden, namelijk dat derden zouden beschikken over persoonlijke gegevens, dat er iets aan de hand was met een bankpas of dat een bankpas geblokkeerd was. De aangevers werden verzocht hun bankpas(sen) met de pincode klaar te leggen in hun woning. In sommige gevallen werd nog gevraagd of er ook andere waardevolle goederen, zoals sieraden of goud, in de woning aanwezig waren. Vervolgens werd medegedeeld dat een medewerker van de bank de bankpas(sen) kwam ophalen in de woning. Wanneer de ‘bankmedewerker’ eenmaal in de woning was hebben de aangevers hun bankpas(sen) afgegeven. Bij aangever [slachtoffer 3] hebben de daders tevens haar telefoon meegenomen en bij aangever [slachtoffer 4] werd haar tablet meegenomen. In drie van de vier gevallen is met de afgegeven bankpas(sen) dezelfde dag gepind. In één van de vier gevallen is er gepoogd te pinnen maar lukte dit niet omdat de bankpas al geblokkeerd was.
Betrokkenheid verdachte
De rechtbank stelt vast dat de verdachte betrokken is geweest bij de ten laste gelegde feiten. Die betrokkenheid blijkt uit het volgende. De verdachte heeft bekend dat hij in de zaken van aangevers [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 3] degene is geweest die met de bankpassen heeft gepind. Daarnaast heeft de verdachte bekend dat hij in de zaken van aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] degene is geweest die in de woning de bankpassen heeft opgehaald. Uit het dossier blijkt dat de verdachte en de mededaders de slachtoffers opzettelijk hebben misleid door zich voor te doen als bankmedewerker of politieagent zowel aan de telefoon als in de woning. Deze misleiding was gericht op het verkrijgen van toegang tot bankrekeningen en/of het in bezit krijgen van waardevolle goederen. In dat kader zijn slachtoffers bewogen tot het gereedleggen en afstaan van bankpassen, pincodes of waardevolle goederen. Daarnaast is de telefoon van aangever [slachtoffer 3] en de pinpas van aangever [slachtoffer 6] bij de verdachte aangetroffen en had de verdachte de adressen van sommige aangevers in zijn navigatie-app opgezocht. De wijze waarop de verdachte samen met de mededaders heeft gehandeld wordt gekwalificeerd als oplichting.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich met voornoemde gedragingen meermalen schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting en diefstal in vereniging middels een valse sleutel. Deze wijze van oplichting en diefstal, waarbij aangevers telefonisch worden benaderd door personen die zich voordoen als politieagent of bankmedewerker om zodoende de beschikking te krijgen over waardevolle goederen en bankpassen met pincodes om daarmee te pinnen, vergt een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en een duidelijke afstemming en rolverdeling tussen de daarbij betrokken personen. Voor het wettig en overtuigend bewijs van medeplegen van oplichting is, in tegenstelling tot wat door de verdediging is betoogd, niet nodig dat de verdachte alle handelingen van de oplichting zelfstandig pleegt. De verdachte heeft deelgenomen aan een samenwerkingsverband en had daarin verschillende rollen, waaronder pasophaler in de woning en/of pinner, hetgeen cruciaal was voor het voltooien van de oplichting en het bemachtigen van de buit. Uit de verklaring van de verdachte en uit de in het dossier gevoegde chatgesprekken is verder gebleken dat de verdachte in nauw contact stond met de mededaders en tevens nauw met hen samenwerkte, en dat er sprake was van eenzelfde modus operandi bij alle oplichtingen. Er was dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeplegers.
4.2.3.
Conclusie
De rechtbank acht het ten laste gelegde onder zaak B en C wettig en overtuigend bewezen.
4.3.
Bewezenverklaring
In
bijlage IIheeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde onder zaak B en C heeft begaan.
In
bijlage IIIheeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde onder zaak A heeft begaan.
De verdachte heeft het bewezen verklaarde de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
Zaak A
1
hij op of omstreeks 13 juni 2025 te Rotterdam,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- op/tegen het hoofd heeft geschopt
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
en/of
hij op
of omstreeks13 juni 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1]
-
op/tegen het hoofd te schoppen
- een kopstoot tegen het hoofd te geven
- aan de haren te trekken
en/of
-
in/tegen het gezicht, althans het hoofd te slaan;
2
hij op
of omstreeks13 juni 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer 1] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1]
-
in/tegen het gezicht te slaan en
/of
- bij de keel te pakken en
/ofin de keel te knijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder;
Zaak B
1
hij op
of omstreeks14 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst,het ter beschikking stellen van gegevens,
het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten
- een geldbedrag van 10.062 euro, althans enig geldbedrag en/of
- een of meerdere betaalpassen,
door
- die [slachtoffer 5] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de politie en/of
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat er iets met haar persoonlijke gegevens en bankpasjes was en/of
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat een bode naar haar woning zou komen en/of
- die [slachtoffer 5] te bewegen om haar bankpasjes en pincodes in een
envelopete doen met een code erop en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 5] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 5] te betreden
- die [slachtoffer 5] te bewegen om in te loggen op haar bankieren apps en/of (vervolgens)
een geldbedrag van de spaarrekening van die [slachtoffer 5] over te maken naar de betaalrekening van die [slachtoffer 5] en/of
- een envelop met de bankpasjes en pincodes van die [slachtoffer 5] mee te nemen;
2
hij op
of omstreeks14 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
een geldbedrag van 10.062 euro,
althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed,
dat
/diegeheel
of ten deleaan [slachtoffer 5] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader(s)
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te nemen goed onder
zijn/haar/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankrekening en/of pinpas van die [slachtoffer 5] en
/ofmet de pinpas en
/ofpincode van die [slachtoffer 5] een geldbedrag op te nemen;
3
hij op
of omstreeks23 juli 2025 te Barendrecht,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst,het ter beschikking stellen van gegevens,
het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten
- een geldbedrag van 161,18 euro, althans enig geldbedrag en/of
- een of meerdere betaalpassen,
door
- die [slachtoffer 6] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de politie en/of
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat er boeven waren gevangen die informatie over die [slachtoffer 6] hadden en/of
- die [slachtoffer 6] te zeggen dat zij door de ING-bank gebeld zou worden en/of
- die [slachtoffer 6] vervolgens opnieuw te bellen en/of
- die [slachtoffer 6] te bewegen om haar bankpasje klaar te leggen en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 6] te bewegen en/of (vervolgens) de woning
van die [slachtoffer 6] te betreden en/of
- die [slachtoffer 6] naar haar pincode te vragen en/of
- de bankpas van die [slachtoffer 6] mee te nemen;
4
hij op
of omstreeks23 juli 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
een of meergeldbedragen van 11,18 en
/of150 euro,
althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan [slachtoffer 6]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader(s)
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te nemen goed onder
zijn/haar/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankrekening en/of pinpas van die [slachtoffer 6] en
/ofmet de pinpas en
/ofpincode van die [slachtoffer 6] een geldbedrag op te nemen;
5
hij op
of omstreeks23 juli 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
een of meergeldbedragen van 13 euro en
/of44,89 euro en
/of2,65 euro,
althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten deleaan [slachtoffer 3] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader(s)
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/ofdat weg te nemen goed onder
zijn/haar/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankrekening en/of pinpas van die [slachtoffer 3] en
/ofmet de pinpas en
/ofpincode van die [slachtoffer 3] een geldbedrag op te
nemen;
Zaak C
1
hij op
of omstreeks21 juli 2025 te Leiden,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst,het ter beschikking stellen van gegevens,
het aangaan van een schuld en/ of het teniet doen van een inschuld,te weten een tablet en/of een of meerdere bankpassen,
door
- die [slachtoffer 4] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de ING bank,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat er verdachte activiteiten omtrent de bankrekening van die [slachtoffer 4] plaatsvonden,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat zij haar pinpas diende te blokkeren,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat iemand van de ING naar haar woning zou komen,
- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 4] te betreden,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat haar bankpas en tablet gescand dienden te worden en/of
- die [slachtoffer 4] te bewegen haar bankpas en/ of tablet af te geven en deze mee te nemen;
2
hij in
of omstreeksde periode van 21 juli 2025 tot en met 22 juli 2025 te Leiden
en/of Den Haag, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een hoeveelheid geld,
in elk geval enig goed,dat
/diegeheel
of ten deleaan [slachtoffer 4] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/ofdat
/dieweg te nemen goed
/goederenonder
zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,
- onbevoegd gebruik heeft gemaakt van de bankrekening en/of bankpas en/of tablet van die [slachtoffer 4] en/of heeft geprobeerd geld over te maken naar een andere bankrekening,
- zich naar een geldautomaat heeft bewogen en/of
- meermalen, althans eenmaal met de bankpas van die [slachtoffer 4] heeft geprobeerd een hoeveelheid geld op te nemen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
hij op
of omstreeks23 juli 2025 te Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,
het verlenen van een dienst,het ter beschikking stellen van gegevens,
het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,te weten
een telefoon en/of een of meerdere bankpassen, door
- zich naar de woning van die [slachtoffer 3] te bewegen,
- zich voor te doen als medewerker van de politie,
- die [slachtoffer 3] te vertellen dat haar telefoon gestolen was en te vertellen dat hij deze gevonden had,
- de woning van die [slachtoffer 3] te betreden,
- die [slachtoffer 3] naar haar pincode te vragen en/of
- een of meerdere bankpassen en/of de telefoon van die [slachtoffer 3] mee te nemen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in cursief verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
Zaak A
1
mishandeling
2
mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn moeder tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat
Zaak B
1
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
2
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd
3
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
4
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd
5
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd
Zaak C
1
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
2
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd
3
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich vier keer schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting gevolgd door (een poging tot) diefstal. Door middel van georganiseerde helpdeskfraude heeft de verdachte, tezamen met zijn mededaders, van (hoog)bejaarde slachtoffers op geraffineerde wijze bankpassen, pincodes en elektronica bemachtigd. Deze slachtoffers behoren tot een zeer kwetsbare groep mensen die in toenemende mate afhankelijk is van hun medemensen. De verdachte heeft daar op laffe en slinkse wijze misbruik van gemaakt. Met zijn handelen heeft de verdachte hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig geschaad. Daarnaast leiden dergelijke feiten tot maatschappelijke onrust. Niet alleen onder ouderen in het algemeen, maar bij de betrokken slachtoffers en hun naasten in het bijzonder. De verdachte heeft geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van zijn daden voor de slachtoffers, maar enkel oog gehad voor zijn eigen financiële voordeel. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.
Tevens heeft de verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan mishandeling. Hij heeft zijn moeder en zusje fysiek aangevallen waardoor zij pijn en letsel hadden. De verdachte heeft door aldus te handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn moeder en zusje en hen verdriet gedaan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder mishandeling.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland, heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 22 oktober 2025. Dit rapport houdt – samengevat - het volgende in.
Er worden risicofactoren gezien op alle leefgebieden van de verdachte. Hij heeft geen structurele dagbesteding, er is sprake van schuldenproblematiek en problemen binnen de thuissituatie. Daarbij zijn er signalen die wijzen op problematisch middelengebruik, een negatief sociaal netwerk en bijkomende beïnvloedbaarheid, hetgeen de verdachte zelf ontkent. Ook worden er ook risicofactoren gezien binnen het psychosociaal functioneren. De verdachte zou psychische klachten ervaren door een zwaar auto-ongeluk waar hij letsel bij heeft opgelopen en de recente zelfmoord van zijn vader. Hierdoor kan de verdachte niet werken, hetgeen weerslag heeft op zijn mentale toestand. Echter lijken de keuzes omtrent de bankhelpdeskfraude bewuste keuzes te zijn geweest, hetgeen wijst op een pro-criminele houding. Alles overziend maakt dat er een gebrek wordt gezien aan beschermende factoren en worden er voornamelijk risicofactoren waargenomen. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat op gemiddeld.
Vanwege de instabiliteit op de leefgebieden van de verdachte adviseert de reclassering bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten; een meldplicht, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, het vinden en behouden van dagbesteding, meewerken aan schuldhulpverlening en meewerken aan middelencontrole.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank zal, ondanks het verzoek van de officier van justitie, de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren nu naar het oordeel van de rechtbank niet is gebleken dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8.Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

8.1.
Benadeelde partij: [slachtoffer 5]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer 5] ter zake van de onder zaak B, onder 1 en 2, ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 10.038,75 aan materiële schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende duidelijk is of de twee banken de schade hebben vergoed dan wel willen vergoeden. Dit dient verder uitgezocht te worden, hetgeen een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert. De vordering dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Beoordeling
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd betwist, zal deze worden toegewezen. Daarbij merkt de rechtbank op dat de benadeelde partij ter terechtzitting heeft verklaard dat de schade niet door de bank is vergoed. De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 juli 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
8.2.
Benadeelde partij: [slachtoffer 4]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [slachtoffer 4] ter zake van de onder zaak C, onder 1 en 2, ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 155,- aan materiële schade.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd betwist, zal deze worden toegewezen. De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 21 juli 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil
8.3.
Hoofdelijke veroordeling
Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partijen betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partijen van deze betalingsverplichting bevrijd.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partijen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] een schadevergoeding betalen van respectievelijk € 10.038,75 en € 155,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 57, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden,
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
de veroordeelde meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak;
de veroordeelde neemt actief deel aan de Cova-training of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. De veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
de veroordeelde verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma, dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
de veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk en/of het volgen van een opleiding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
de veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
de veroordeelde werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] , te betalen een bedrag van
€ 10.038,75 (zegge: tienduizend achtendertig euro en vijfenzeventig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] , te betalen een bedrag van
€ 155,- (zegge: honderdvijfenvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 5] te betalen
€ 10.038,75(hoofdsom,
zegge:
tienduizend achtendertig euro en vijfenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 10.038,75 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
85 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 4] te betalen
€ 155,-(hoofdsom,
zegge:
honderdvijfenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 juli 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 155,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
3 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.M. Ketelaar, voorzitter,
en mrs. L. Daum en T.J. Roest Crollius, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging:
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Zaak A: 10.181057.25
1
hij op of omstreeks 13 juni 2025 te Rotterdam,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- op/tegen het hoofd heeft geschopt
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
en/of
hij op of omstreeks 13 juni 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1]
- op/tegen het hoofd te schoppen
- een kopstoot tegen het hoofd te geven
- aan de haren te trekken en/of
- in/tegen het gezicht, althans het hoofd te slaan;
2
hij op of omstreeks 13 juni 2025 te Rotterdam,
[slachtoffer 1] heeft mishandeld, door die [slachtoffer 1]
- in/tegen het gezicht te slaan en/of
- bij de keel te pakken en/of in de keel te knijpen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder;
Zaak B: 10.219783.25
1
hij op of omstreeks 14 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
- een geldbedrag van 10.062 euro, althans enig geldbedrag en/of
- een of meerdere betaalpassen,
door
- die [slachtoffer 5] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de politie en/of
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat er iets met haar persoonlijke gegevens en bankpasjes was en/of
- die [slachtoffer 5] te vertellen dat een bode naar haar woning zou komen en/of
- die [slachtoffer 5] te bewegen om haar bankpasjes en pincodes in een envelope te doen met een code erop en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 5] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 5] te betreden
- die [slachtoffer 5] te bewegen om in te loggen op haar bankieren apps en/of (vervolgens)
een geldbedrag van de spaarrekening van die [slachtoffer 5] over te maken naar de betaalrekening van die [slachtoffer 5] en/of
- een envelop met de bankpasjes en pincodes van die [slachtoffer 5] mee te nemen;
2
hij op of omstreeks 14 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een geldbedrag van 10.062 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankrekening en/of pinpas van die [slachtoffer 5] en/of met de pinpas en/of pincode van die [slachtoffer 5] een geldbedrag op te nemen;
3
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Barendrecht, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
- een geldbedrag van 161,18 euro, althans enig geldbedrag en/of
- een of meerdere betaalpassen,
door
- die [slachtoffer 6] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van
de politie en/of
- die [slachtoffer 6] te vertellen dat er boeven waren gevangen die informatie over die
[slachtoffer 6] hadden en/of
- die [slachtoffer 6] te zeggen dat zij door de ING-bank gebeld zou worden en/of
- die [slachtoffer 6] vervolgens opnieuw te bellen en/of
- die [slachtoffer 6] te bewegen om haar bankpasje klaar te leggen en/of
- zich naar de woning van die [slachtoffer 6] te bewegen en/of (vervolgens) de woning
van die [slachtoffer 6] te betreden en/of
- die [slachtoffer 6] naar haar pincode te vragen en/of
- de bankpas van die [slachtoffer 6] mee te nemen;
4
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer geldbedragen van 11,18 en/of 150 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankrekening en/of pinpas van die [slachtoffer 6] en/of met de pinpas en/of pincode van die [slachtoffer 6] een geldbedrag op te nemen;
5
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer geldbedragen van 13 euro en/of 44,89 euro en/of 2,65 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de bankrekening en/of pinpas van die [slachtoffer 3] en/of met de pinpas en/of pincode van die [slachtoffer 3] een geldbedrag op te nemen;
Zaak C: 10.287321.25
1
hij op of omstreeks 21 juli 2025 te Leiden, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/ of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een tablet en/of een of meerdere bankpassen, door
- die [slachtoffer 4] te bellen en/of zich (vervolgens) voor te doen als medewerker van de ING bank,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat er verdachte activiteiten omtrent de bankrekening
van die [slachtoffer 4] plaatsvonden,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat zij haar pinpas diende te blokkeren,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat iemand van de ING naar haar woning zou komen,
- zich naar de woning van die [slachtoffer 4] te bewegen en/of (vervolgens) de woning van die [slachtoffer 4] te betreden,
- die [slachtoffer 4] te vertellen dat haar bankpas en tablet gescand dienden te worden en/of
- die [slachtoffer 4] te bewegen haar bankpas en/of tablet af te geven en deze mee te nemen;
2
hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2025 tot en met 22 juli 2025 te Leiden en/of Den Haag, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,
- onbevoegd gebruik heeft gemaakt van de bankrekening en/of bankpas en/of tablet van die [slachtoffer 4] en/of heeft geprobeerd geld over te maken naar een andere bankrekening,
- zich naar een geldautomaat heeft bewogen en/of
- meermalen, althans eenmaal met de bankpas van die [slachtoffer 4] heeft geprobeerd een hoeveelheid geld op te nemen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten
een telefoon en/of een of meerdere bankpassen, door
- zich naar de woning van die [slachtoffer 3] te bewegen,
- zich voor te doen als medewerker van de politie,
- die [slachtoffer 3] te vertellen dat haar telefoon gestolen was en te vertellen dat hij deze gevonden had,
- de woning van die [slachtoffer 3] te betreden,
- die [slachtoffer 3] naar haar pincode te vragen en/of
- een of meerdere bankpassen en/of de telefoon van die [slachtoffer 3] mee te nemen.