ECLI:NL:RBROT:2025:15657

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
C/10/711773 / JE RK 25/2590 en C/10/710968 / JE RK 25/2480
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en vaststelling omgangsregeling voor twee minderjarige kinderen

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 december 2025 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen en het vaststellen van een omgangsregeling met hun vader.

De moeder heeft het ouderlijk gezag en de kinderen wonen bij haar. Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, ondanks ingezette hulpverlening. De vader vertoont een radicale en schadelijke houding richting de moeder, wat de thuissituatie instabiel maakt. De vader heeft veelvuldig contact met de kinderen buiten de omgangsregeling, wat leidt tot onrust en spanning.

De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling tot 5 januari 2027 en stelt een omgangsregeling vast waarin de vader begeleide omgang heeft op donderdagmiddagen en een begeleid belmoment op zondag, onder strikte voorwaarden om de kinderen te beschermen tegen druk en negatieve invloeden. De gecertificeerde instelling krijgt de regie over verdere uitbreiding van de omgang.

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en in hoger beroep aanvechtbaar binnen drie maanden na uitspraak. De rechtbank benadrukt het belang van rust, stabiliteit en bescherming van de kinderen in deze complexe gezinssituatie.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling tot 5 januari 2027 en stelt een begeleide omgangsregeling vast met de vader onder strikte voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711773 / JE RK 25/2590 en C/10/710968 / JE RK 25/2480
Datum uitspraak: 31 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en vaststelling omgangsregeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met zaaknummer
  • het verzoekschrift van de GI met zaaknummer
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] uitgenodigd voor een gesprek met haar. Hierop is geen reactie gekomen.

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 december 2024 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 5 januari 2026.

3.Het verzoek

Het verzoek met zaaknummer C/10/710968:
3.1.
De GI verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/711773:
3.2.
De GI verzoekt op grond van artikel 1:265g eerste lid BW een omgangsregeling vast te stellen, waarin wordt bepaald dat:
- de vader en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] elke donderdagmiddag van 17:00 uur tot 19:00 uur begeleide omgang hebben bij de vader thuis.
- er eenmaal per week een begeleid belmoment is op zondag tussen vader en [voornaam minderjarige 1] en vader en [voornaam minderjarige 2] , los van elkaar. Van 18:00 tot 18:15 uur belt de vader met [voornaam minderjarige 2] en van 18:15 uur tot 18:30 uur belt de vader met [voornaam minderjarige 1] .
onder de volgende voorwaarden:
- vader belast de kinderen niet met volwassenzaken, zet de kinderen niet onder druk, diskwalificeert de andere ouder niet, doet geen beloftes die hij niet kan nakomen, is trouw in de gemaakte afspraken en heeft oog op de ontwikkelingstaken van de kinderen;
- vader zal niet buiten de omgangsmomenten contact opnemen/bellen met de kinderen;
- de GI ontvangt geen Veilig Thuis meldingen/politie meldingen ten aanzien van de vader waaruit blijkt dat de kinderen in onveiligheid verkeren.
3.3.
De GI verzoekt de rechtbank in het licht van het bovenstaande de regie te krijgen ten aanzien van de verdere uitbreiding van de omgang ten aanzien van de frequentie, tijd, duur en begeleiding. De GI verzoekt om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft de verzoeken en licht deze als volgt toe. De GI heeft de afgelopen periode met zowel de ouders als de kinderen veel gesprekken gehad. Er is een gezinsopname geweest, waarna ambulante hulpverlening van Gezin Totaal is ingezet. Het lukt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet om zich open te stellen richting de hulpverlening. De kinderen geven aan dat de vader hen vaak, meermalen per dag, opbelt. De kinderen worden belast met de negatieve uitlatingen over de moeder en de gedragsafspraken worden niet nageleefd. Het zou positief zijn wanneer de vader openstaat voor een omgangsregeling. De vader geeft echter aan dat hij uitsluitend via een spontane wijze met de kinderen wil afspreken en dat hij het recht heeft contact met hen te zoeken wanneer hij wil. De vader ervaart veel frustratie en het lukt hem niet om het gezag van de moeder te accepteren. De situatie leidt ertoe dat de ontwikkeling van de kinderen negatief wordt beïnvloed.
4.2.
Door de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de GI. De moeder maakt zich zorgen over de telefoongesprekken die er tussen de vader en de kinderen plaatsvinden. Het gedrag van de kinderen wordt door de telefoongesprekken negatief beïnvloed, waardoor zij opstandig zijn en zich dreigend opstellen richting de moeder. Door deze omstandigheden is het lastig voor de moeder om haar gezag in de thuissituatie uit te voeren. Via de kinderen ondermijnt de vader haar gezag. De moeder vindt het belangrijk dat de kinderen hun beide ouders zien en dat hierover duidelijke afspraken worden gemaakt, zodat de moeder ook op een prettige manier haar eigen leven kan leiden. Met behulp van Gezin Totaal doet de moeder haar best om naast het moeder zijn, ook te investeren in haar persoonlijke identiteit. Eigen bezigheden zijn daarvoor belangrijk. Daarnaast zal een fijne en duidelijke structuur de kinderen helpen en waarschijnlijk zorgen voor minder telefoongesprekken met de vader. De moeder zorgt goed voor de kinderen, maakt met hen duidelijke afspraken en heeft haar financiële situatie op orde. Ook heeft de moeder haar alcoholgebruik onder controle. De moeder heeft geen groot netwerk. Haar ouders leven niet meer en ze heeft geen broers of zussen. Zij vindt het daarom jammer dat de kinderen geen contact meer hebben met de familie van de vader. Zij zou hen dat enorm gunnen, maar ook daarin ligt de vader dwars. De kinderen zijn nog in ontwikkeling en dragen de emoties van hun ouders met zich mee. De moeder vindt het daarom belangrijk dat het contact tussen de kinderen en de vader goed verloopt en zij niet met volwassenproblematiek worden belast.
4.3.
Door de vader wordt verweer gevoerd tegen de verzoeken van de GI. De vader is het er niet mee eens dat er een omgangsregeling wordt vastgesteld. De vader ervaart grote frustratie over de situatie van de kinderen en hij vindt dat de moeder haar gezag over de kinderen niet goed uitvoert. De moeder doet eigenlijk niets goed. De vader voelt zich niet gehoord door de jeugdbescherming en wil daarom geen afspraken maken die niet in het belang van de kinderen zijn. De veiligheid van de kinderen kan in de thuissituatie bij de moeder niet worden gewaarborgd. [voornaam minderjarige 1] zit lange dagen op zijn kamer en de moeder laat de kinderen te vaak alleen thuis. Daarnaast heeft de moeder volgens de vader een alcoholprobleem. De vader wil graag dat de kinderen bij hem komen wonen, zodat hij hen rust en stabiliteit kan bieden. De kinderen bellen de vader vaak op en de tweelingbroer van de vader helpt ook mee met de zorg over de kinderen. De vader voelt zich machteloos en wil dat er snel verandering komt in de situatie. De vader wil de kinderen één voor één bij hem thuis ontvangen, zodat er tussen hen geen conflicten kunnen ontstaan. Als dit niet mogelijk is, wil de vader gezamenlijk gezag over de kinderen. De vader ervaart veel woede en haat richting de moeder en is naar zijn idee buiten spel gezet. Het vertrouwen vanuit de vader richting de moeder is hierdoor geschaad. De moeder is de oorzaak van al zijn problemen, aldus de vader.

5.De beoordeling

T.a.v. verzoek met zaaknummer C/10/710968:
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er bestaan nog steeds ernstige zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Er heeft een gezinsopname plaatsgevonden, waarna ambulante hulpverlening vanuit Gezin Totaal is ingezet. Daarnaast is er hulpverlening vanuit Family Supporters gestart. Tevens ontvangt de vader persoonlijke hulpverlening vanuit de Waag. Ondanks de ingezette hulpverlening is de situatie nog altijd instabiel. [voornaam minderjarige 1] stelt zich niet open naar de hulpverlening en ervaart ontevredenheid over de leefsituatie bij de moeder. [voornaam minderjarige 1] toont zijn ontevredenheid richting beide ouders en vertoont weerstand in de opvoedsituatie van de moeder. [voornaam minderjarige 2] vertoonde herhaaldelijk zelfbepalend gedrag op school en is ook in aanraking gekomen met de politie. Het zelfbepalende gedrag leidde ertoe dat [voornaam minderjarige 2] niet langer op zijn school kon blijven en daarom bij het K&J centrum is geplaatst. Bij het K&J centrum ontvangt [voornaam minderjarige 2] één-op-één begeleiding en hij maakt hier een mooie vooruitgang in zijn ontwikkeling.
5.2.
Het contact tussen de ouders verloopt nog steeds moeizaam en de afgelopen periode is er veel onrust geweest in de thuissituatie. Er hebben meerdere incidenten plaatsgevonden waarbij de vader het gezag van de moeder ondermijnde en de gedragsafspraken niet naleefde. De vader heeft dagelijks regelmatig telefonisch contact met de kinderen, wat tot onrust en spanning leidt in de thuissituatie bij de moeder. Beide ouders hebben wederzijds politiemeldingen over elkaar gedaan. Gelet op de instabiele thuissituatie is het belangrijk dat de jeugdbescherming betrokken blijft en de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Door de conflicten tussen de ouders ervaren de kinderen veel onrust en spanning. Het is daarom van belang dat de hulpverlening wordt voortgezet en er zicht blijft op de ontwikkeling van de kinderen. Daarnaast is het noodzakelijk dat de ouders ondersteund worden bij de opvoeding van hun kinderen. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig.
5.3.
De ondertoezichtstelling is ook noodzakelijk omdat er zicht moet zijn op de radicale houding van de vader naar de moeder. Deze houding is zonder meer schadelijk voor de ontwikkeling van de kinderen. Los daarvan is er geen kind dat er wel bij vaart als de vader de moeder op deze wijze het leven onmogelijk maakt. De zorgen van de kinderrechter zouden niet groter kunnen zijn op dit punt. Op de zitting heeft zij tot het uiterste geprobeerd de houding van de vader af te pellen om tot iets constructiefs te komen. Hoewel deze tijdrovende exercitie aanvankelijk iets leek op te leveren, veegde de vader alles van tafel toen bleek dat de beslissing niet zou gaan uitvallen zoals hij wilde. De vader heeft vervolgens boos de zaal verlaten. Het is de kinderrechter duidelijk geworden dat de vader degene is die de voorwaarden wenst te stellen. Hij weigert zich op welke manier dan ook aan te passen aan voorstellen van een ander, of dat nu de moeder is, de jeugdbescherming of de rechtbank: de vader doet er niet aan mee, om de eenvoudige reden dat hij degene is die bepaalt.
5.4.
De vader meldt consequent dat hij niet gehoord wordt en dat niemand naar hem luistert. De zitting, waarvoor de kinderrechter tweemaal zoveel tijd heeft uitgetrokken als ervoor gereserveerd was, heeft voor het overgrote deel in het teken gestaan van wat de vader te zeggen had. De kinderrechter heeft naar de vader geluisterd en zij heeft hem vragen gesteld om hem te begrijpen. De vader heeft daarbij aangegeven dat hij zich gehoord voelde. Aan het einde van de zitting laaide de frustratie opnieuw op, omdat de beslissing niet in lijn is met wat de vader wil. Het is de kinderrechter opgevallen dat de vader de moeder eindeloos veel verwijten maakt en op geen enkele manier naar zijn eigen aandeel wenst te kijken. Zo verwijt hij de moeder een alcoholprobleem – dat ter zitting met de moeder is besproken – terwijl hij degene is die onlangs van de weg is gehaald toen hij onder invloed van alcohol de auto bestuurde waarin hij op dat moment ook één van zijn kinderen vervoerde. Wanneer hij dan met die omstandigheid wordt geconfronteerd, reageert hij gekrenkt en vol minachting. Deze dynamiek kan onmogelijk voortgaan buiten de ogen van de hulpverlenende instanties. De kinderrechter schat de veiligheidsrisico’s zeer hoog in.
5.5.
Het is jammer dat de vader onbereikbaar wordt, zodra de zaken niet gaan zoals hij wil, omdat er ook een deel is van de vader dat wel in staat is een goed gesprek te voeren. Zij hoopt dat de vader het contact met zijn eigen moeder herstelt, omdat hier heel veel pijn, verdriet en boosheid vandaan komt, zoals dat in een goed gesprek ter zitting naar voren is gekomen. Dat de vader daarmee over een hoge drempel moet, is zonder meer duidelijk, maar als dit niet wordt hersteld, dan zal de boosheid de boventoon blijven voeren. Dat creëert alleen maar meer beschadigingen waarmee de vader uiteindelijk zichzelf benadeelt. Op korte dan wel lange termijn zullen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] het niet accepteren dat de vader hen tegen hun moeder opzet.
5.6.
Om al deze redenen verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
T.a.v. verzoek met zaaknummer: C/10/711773:
5.8.
Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling voor de duur van de ondertoezichtstelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
5.9.
In deze zaak gaat het om een omgangsregeling tussen [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en de vader.
5.10.
Het is in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] dat er een omgangsregeling wordt vastgesteld. Hoewel beide ouders zeer betrokken zijn bij de opvoeding van de kinderen, slagen zij er niet in om op een constructieve manier met elkaar te communiceren. Dit heeft met name te maken met de overheersende en eisende houding van de vader. Zo wil hij omgang hebben met de kinderen afzonderlijk van elkaar om het rustig te houden, maar de moeder heeft het ook altijd te doen met twee kinderen tegelijk. Desgevraagd antwoordt de vader dan dat er een verschil is, omdat de moeder er nu eenmaal voor heeft gekozen. De moeder op haar beurt ziet dat de vader via de kinderen macht wil uitoefenen over haar. Al met al is er sprake van veel frustratie en een giftige dynamiek die spanning veroorzaakt en het welzijn van de kinderen negatief beïnvloedt. Het is belangrijk dat er rust en stabiliteit ontstaat, zodat het contact tussen de vader en de kinderen op een positieve en normale manier kan worden opgebouwd. Duidelijke afspraken, vastgelegd in een omgangsregeling geven structuur en houvast voor zowel de kinderen als de ouders. De kinderrechter acht het vaststellen van de door de GI voorgestelde omgangsregeling daarom noodzakelijk, zodat paal en perk gesteld wordt aan het gedrag van de vader.
5.11.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
T.a.v. verzoek met zaaknummer C/10/710968:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 5 januari 2027;
6.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
T.a.v. verzoek met zaaknummer C/10/711773:
6.3.
stelt met ingang van heden op grond van artikel 1:265g lid 1 BW de omgangsregeling voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] als volgt vast:
-vader en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] hebben elke donderdagmiddag van 17:00 uur tot 19:00 uur begeleide omgang bij de vader thuis;
-er is eenmaal per week een begeleid belmoment op zondag tussen vader en [voornaam minderjarige 1] en vader en [voornaam minderjarige 2] , los van elkaar. Van 18:00 tot 18:15 uur belt de vader met [voornaam minderjarige 2] en van 18:15 uur tot 18:30 uur belt de vader met [voornaam minderjarige 1] ;
onder de volgende voorwaarden:
-vader belast de kinderen niet met volwassenzaken, zet de kinderen niet onder druk; diskwalificeert de andere ouder niet, doet geen beloftes die hij niet kan nakomen, is trouw in de gemaakte afspraken en heeft oog op de ontwikkelingstaken van de kinderen;
-vader zal niet buiten de omgangsmomenten contact opnemen/bellen met de kinderen;
-de GI ontvangt geen Veilig Thuis meldingen/politie meldingen ten aanzien van de vader waaruit blijkt dat de kinderen in onveiligheid verkeren;
6.4.
De GI ontvangt de regie ten aanzien van de verdere uitbreiding van de omgang ten aanzien van de frequentie, tijd, duur en begeleiding;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier, en op schrift gesteld op 16 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.