Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, conclusie van eis in reconventie met producties
1 tot en met 5;
- de brief van de rechtbank van 26 juni 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte overlegging producties tevens akte houdende wijziging van eis van Eiltank met
producties 6 tot en met 12;
3.De feiten
aan de 47" en zo naar binnen komt. De verkeerspost laat aan de schipper van de Eiltank 26 weten dat er op dat moment geen uitvaart is.
ja nog 2.2 knopen”. De schipper van de Reimerswaal zegt daarop: “
Oke dan kom ik er kort over het hoekie uit, want die man die steekt hem helemaal op zie ik.” De verkeerspost meldt dat te hebben begrepen.
Hier is t ie meneer, ik sta vol aan te draaien maar het gaat 'm niet worden zo. Die man komt binnen op een heel vreemde manier. Ik denk dat ie vergeten is z'n piloot uit te zetten."
U zou goed stuurboordzijde aanhouden”. De schipper van de Reimerswaal zegt hierop: “
Ik zou hem hoog aanhouden, had ik gezegd”.
U zou goed stuurboordzijde aanhouden", waarop de Reimerswaal antwoordt: “
Ik zou m hoog aanhouden, had ik gezegd."
Ik had aan u gevraagd: loopt er nog eb; jawel; ik zeg: dan hou ik 'm hoog aan. En hij komt met zo'n bocht naar binnen dat er nooit meer geen plaats is."
Je zou kort om het hoekje naar buiten komen, en niet zo hè." Hierop reageert de schipper van de Reimerswaal met: “
Sorry, ik weet niet waar u zit, maar u zit op het verkeerde hoekie hoor meneer, excuses van mij.”
4.De standpunten (in het kort) en vorderingen van partijen
5.De beoordeling in conventie en in reconventie
“Een schip mag slechts een haven of een nevenvaarwater uitvaren en daarbij een hoofdvaarwater invaren of oversteken dan wel een haven of een nevenvaarwater invaren, nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden.”
kort over het hoekie" (zie 3.2.4) via de westelijke oever van de haven zou uitvaren in de richting van Terneuzen. Als de schipper van de Reimerswaal via de oostelijke havenzijde had willen uitvaren, had hij een ruime bocht genomen en dus niet kort om het hoekje. De Eiltank 26 stuurde bij het binnenlopen van de haven van Hansweert tegen de stroom in en positioneerde zich richting de oostzijde van de haveningang. Dit is gebruikelijk bij ebstroom: de sterk naar het westen gerichte ebstroom op de Westerschelde zorgt ervoor dat een binnenvarend schip anders naar het westen zou worden weggezet. Door op te steken aan de oostkant kan een binnenlopend schip de stroom “stremmen” en voldoende controle houden.
kort over het hoekie” bedoelde dat hij de haven aan de zijde van het oostelijk havenhoofd zou verlaten. De schepen zouden elkaar stuurboord/stuurboord passeren. De schipper van de Reimerswaal acht deze afspraak passend onder de gegeven omstandigheden. De koers van de Eiltank 26 duidde er op dat deze de haven aan de westzijde zou invaren, terwijl de Reimerswaal, door de haven aan de oostzijde uit te varen, door de ebstroom de vaarweg van de Westerschelde zou worden ingeduwd, in de gewenste richting (Terneuzen). Van die passeerafspraak profiteerde ook de Eiltank 26. Deze hoefde immers niet een ruime(re) bocht richting de haven te maken om aan haar bakboordzijde voldoende ruimte voor de Reimerswaal te laten.
'kort over het hoekie'aan de westzijde uitvaren van de haven is bovendien niet logisch en niet te verwachten. Door de ebstroom wordt de Reimerswaal naar stuurboord weggezet; zou de schipper dicht langs het westelijk havenhoofd varen, dan bestond de kans dat de Reimerswaal daar op de keien van het havenhoofd terecht zou komen of veel meer manoeuvres zou moeten verrichten om deugdelijk in de vaarweg richting Terneuzen te komen.
er kort over het hoekie uit zou komen” mogen begrijpen dat de Reimerswaal de haven via de westelijke kant zou verlaten. Gezien het feit dat de Reimerswaal richting Terneuzen wilde gaan varen zou via de oostkant varen immers juist een ruime bocht inhouden. Niet alleen de schipper van de Eiltank 26, maar ook de verkeerspost Hansweert heeft dit zo begrepen; zie de marifoongesprekken onder 3.2.8 en 3.2.9 waarin beide aangeven dat de Reimerswaal goed stuurboordzijde zou aanhouden. Gevolg van het voornemen van de Reimerswaal de haven via de westzijde te verlaten, zou zijn dat de schepen elkaar bakboord op bakboord zouden passeren.
.De schipper van de Reimerswaal heeft zijn vergewisplicht geschonden en bovendien gehandeld in strijd met artikel 4.05 lid 4 BPR. Nu de schipper van de Eiltank 26 bij het invaren van de haven eveneens zijn vergewisplicht heeft geschonden, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank enige medeschuld. De schuldverdeling stelt de rechtbank daarom op 80% schuld van de Reimerswaal en 20% schuld van de Eiltank 26. De schade zal dienovereenkomstig worden afgewikkeld.
blacklistterecht zou komen en niet meer kon worden bevracht als het schip met een dergelijke deuk zou doorvaren, aldus steeds Eiltank.
6.De beslissing
2459/615/32