De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader voor de duur van een jaar. De moeder was niet verschenen bij de zitting, terwijl de vader instemde met het verzoek. De instelling lichtte toe dat het contact met de moeder moeizaam verloopt vanwege vermoedelijke psychische problemen en dat zij weinig contact heeft met de kinderen. De vader zorgt goed voor de kinderen en staat open voor contact tussen moeder en kinderen, maar benadrukt het belang van structuur en rust.
De kinderrechter oordeelde dat aan de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling was voldaan en dat verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. De zorgen over de moeder en haar thuissituatie blijven bestaan. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.
De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader tot 25 januari 2026. Tevens werd de moeder opgeroepen het contact met de gecertificeerde instelling te hervatten om een passende zorgregeling te bespreken.