De man en vrouw, voormalige partners en gezamenlijke eigenaren van een woning, hadden tijdens een eerdere kort gedingprocedure afspraken gemaakt over de verkoop of overname van de woning. De vrouw is deze afspraken niet nagekomen, met name heeft zij de woning niet op haar naam gezet en de man niet ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid binnen de afgesproken termijn.
De man vordert daarom dat de vrouw wordt veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan een derde, onder dreiging van een dwangsom. De vrouw voert onvoorziene omstandigheden aan, waaronder een ongeval en revalidatie, en verzoekt om uitstel om de woning alsnog over te nemen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de door de vrouw aangevoerde omstandigheden niet kwalificeren als onvoorziene omstandigheden in de zin van de gemaakte afspraken. Het belang van de man om de woning te verkopen weegt zwaarder dan het belang van de vrouw om in de woning te blijven. De vordering van de man wordt toegewezen zonder dat de vrouw een extra termijn krijgt om de woning over te nemen.
De vrouw wordt veroordeeld om binnen twee weken haar medewerking te verlenen aan de verkoop, waaronder het geven van een verkoopopdracht aan een makelaar, het opvolgen van adviezen, het verlenen van toegang tot de woning, het ondertekenen van de koopovereenkomst en het verlaten van de woning. Tevens wordt een dwangsom van maximaal €10.000 opgelegd bij niet-nakoming. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.