Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, te weten het overtreden van de artikelen 6 en 107 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW);
- ten aanzien van feit 1: veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden;
- ten aanzien van feit 2: veroordeling van de verdachte tot een geldboete ter hoogte van
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
116 (honderdzestien) urente verrichten taakstraf resteert;
58 (achtenvijftig) dagen;
2 (twee) maanden;
2 (twee) jaar;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
12 (twaalf) maanden;
proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar;