Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie, nu een ontruimingsvonnis en exploot tot uitvoering daarvan zijn overgelegd.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, tegen het belang van verweerster, die het ontruimingsvonnis wil uitvoeren. Omdat de huur van november, december 2024 en januari 2025 is betaald en de huur rechtstreeks wordt ingehouden op de uitkering van verzoeker, is voldoende gewaarborgd dat de lopende termijnen zullen worden voldaan.
Daarom weegt het belang van verzoeker zwaarder en wordt het moratorium toegewezen voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden betaald. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met mogelijkheid tot hernieuwd verzoek later.
De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening en schuldhulpverlening moet uiterlijk twee weken voor afloop verslag uitbrengen. De voorziening geldt zolang de lopende termijnen worden voldaan.