ECLI:NL:RBROT:2025:1720

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 januari 2025
Publicatiedatum
11 februari 2025
Zaaknummer
FT RK 24/1200
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 285 Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoekster heeft op 2 september 2024 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Tijdens de zitting van 19 december 2024 is verzoekster gehoord, evenals vertegenwoordigers van de Kredietbank Rotterdam.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster inkomsten ontvangt uit een PW-uitkering en een schuldenlast heeft van €37.794,31. Voor toewijzing van het verzoek is vereist dat verzoekster in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw is geweest met betrekking tot het ontstaan en onbetaald laten van de schulden, en dat zij de verplichtingen uit de WSNP naar behoren zal nakomen.

De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet aan deze maatstaven voldoet. Zij heeft eerder een schone lei gekregen in april 2020, maar sindsdien zijn nieuwe schulden ontstaan, waaronder bij Zalando, Bol.com, de Belastingdienst en het CJIB. Deze schulden zijn naar het oordeel van de rechtbank niet te goeder trouw ontstaan. Verzoekster toont geen saneringsgezinde houding en heeft onvoldoende begeleiding om de verplichtingen van de WSNP na te komen.

De rechtbank wijst het verzoek daarom af, met de kanttekening dat het positief is dat verzoekster zich onder beschermingsbewind wil laten stellen. Een toekomstig verzoek kan dan mogelijk meer kans van slagen hebben.

De uitspraak is gedaan door rechter C. de Jong op 9 januari 2025.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende vertrouwen in nakoming verplichtingen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 9 januari 2025
[verzoekster],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 2 september 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is gehoord ter zitting van
19 december 2024.
Ter zitting van 19 december 2024 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw [persoon A] en mevrouw [persoon B] , beiden werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam, hierna schuldhulpverlening.

2.De feiten

Verzoekster ontvangt inkomsten uit een PW-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro € 37.794,31.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat het één noch het ander in het voorliggende geval aannemelijk is. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Goede trouw
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan verzoekster dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin het verzoekster kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoekster voor wat betreft haar inspanningen de schulden te voldoen of acties harerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
Verzoekster heeft op 29 april 2020 bij vonnis van deze rechtbank de schone lei gekregen. Vanaf december 2020 zijn er nieuwe schulden ontstaan. Alle schulden van verzoekster zijn dan ook zeer recent ontstaan. Ook heeft verzoekster schulden laten ontstaan bij Zalando en Bol.com die zien op achteraf betalen van producten. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster niet geleerd heeft van de vorige schuldsaneringsregeling en geen blijk heeft gegeven van een saneringsgezinde houding. Althans dat verzoekster op zijn minst nog niet saneringsrijp is.
Daarnaast heeft verzoekster schulden laten ontstaan aan de Belastingdienst van € 3.838,- die zien op omzetbelasting 2023 en motorrijtuigenbelasting 2022 en 2023. Ook heeft verzoekster schulden aan het CJIB van € 420,- voor het stilstaan op een onjuist weg deel en het overschrijden van de maximum snelheid laten ontstaan. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan en staan aan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in de weg.
Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster (op dit moment) te weinig begeleiding heeft om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank merkt op dat het een goede ontwikkeling is dat verzoekster zich onder beschermingsbewind wil laten stellen. Verzoekster dient haar persoonlijke situatie eerst stabieler te maken met behulp van beschermingsbewind. Een nieuw verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal dan mogelijk meer kans van slagen hebben.
Verplichtingen
In de wettelijke schuldsaneringsregeling gelden een aantal niet lichtvaardige verplichtingen waaraan verzoekster dient te voldoend. Nu verzoekster (op dit moment) nog onvoldoende begeleiding heeft, is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is dat verzoekster de verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal kunnen nakomen.
Al het voorgaande in aanmerking genomen, en mede met het oog op de ernst en de totale hoogte van de schulden die naar het oordeel van de rechtbank niet te goeder trouw zijn ontstaan, althans onbetaald zijn gebleven, oordeelt de rechtbank dat het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling dient te worden afgewezen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2025. [1]