ECLI:NL:RBROT:2025:1807

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
11391525 CV EXPL 24-27830
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:29 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling premie verzekering toegewezen, incassokosten afgewezen wegens oneerlijke bepaling

De zaak betreft een vordering van Unigrant N.V. tegen een gedaagde die een verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten waarbij een premie van €134,50 niet is betaald. Unigrant vordert betaling van deze premie, rente en incassokosten.

De rechtbank oordeelt dat de gedaagde de premie met rente moet betalen, omdat hiertegen geen verweer is gevoerd. De gevorderde incassokosten worden afgewezen omdat de bepaling hierover in de algemene voorwaarden oneerlijk is, in strijd met artikel 6:96 BW Pro. De bepaling geeft de handelaar onterecht het recht op buitengerechtelijke kosten zonder de consument een redelijke betaaltermijn te bieden.

De proceskosten worden toegewezen aan Unigrant en begroot op €342,39. Een betalingsregeling kan niet worden opgelegd zonder toestemming van Unigrant. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is.

Uitkomst: Gedaagde moet premie met rente en proceskosten betalen, incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijke bepaling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11391525 CV EXPL 24-27830
datum uitspraak: 14 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Unigrant N.V.,die ook handelt onder de naam ANWB Verzekeren,
vestigingsplaats: ‘s-Gravenhage,
eiseres,
gemachtigde: [persoon A] en mr. E. Krom,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Unigrant’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 9 oktober 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft een verzekering afgesloten bij Unigrant. Voor deze verzekering moet [gedaagde] premie betalen aan Unigrant. [gedaagde] heeft € 134,50 aan premie niet betaald. Unigrant eist in deze procedure betaling van deze premie met rente en kosten.
2.2.
[gedaagde] wil graag een regeling treffen met Unigrant.
Conclusie
2.3.
[gedaagde] moet de premie met rente en proceskosten aan Unigrant betalen. [gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke kosten te betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet de premie betalen
2.4.
De door Unigrant geëiste premie wordt toegewezen, omdat [gedaagde] hiertegen geen verweer voert.
[gedaagde] hoeft geen incassokosten te betalen
2.5.
De vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat de bepaling over de incassokosten in de algemene voorwaarden oneerlijk is (artikel 10 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden). De bepaling wijkt in het nadeel van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW Pro) of wekt die indruk. Een bepaling die de handelaar recht geeft op buitengerechtelijke incassokosten is op zich toegestaan, maar dan moet wel zijn voldaan aan de volgende voorwaarden. De bepaling mag de handelaar geen recht geven op een hoger bedrag dan is toegestaan op grond van de wet. Wel is toegestaan dat in de bepaling geen bedragen worden genoemd of als voor de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar de wet. De bepaling moet ook niet de indruk wekken dat de handelaar eerder dan op grond van de wet recht krijgt op een vergoeding. Als er iets staat over het moment waarop de kosten verschuldigd worden, dan moet uit de bepaling dus blijken dat de consument die vergoeding pas verschuldigd wordt nadat hij nog een kans heeft gekregen om binnen veertien dagen alsnog te betalen. Aan deze voorwaarden is hier niet voldaan.
[gedaagde] moet rente betalen
2.6.
De rente wordt toegewezen, omdat Unigrant genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Unigrant moet betalen op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht, € 55,00 aan salaris voor de gemachtigde (1,5 punten x € 40,00) en € 20,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 342,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Betalingsregeling
2.8.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Unigrant namelijk toestemming geven en dat heeft Unigrant niet gedaan (artikel 6:29 BW Pro). Wel heeft Unigrant in haar repliek aangegeven dat zij in beginsel bereid is mee te werken aan een betalingsregeling nadat zij het vonnis heeft ontvangen. Daarvoor kan [gedaagde] contact opnemen met de gemachtigde van Unigrant.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Unigrant dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Unigrant te betalen € 134,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van verzuim tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Unigrant worden begroot op € 342,39;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
572