Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan negentien schuldeisers met een totaalvordering van circa €550.000, waarbij een percentage van 4,24% aan preferente en 2,12% aan concurrente schuldeisers wordt voorgesteld. Hoewel de meeste schuldeisers instemden, weigerden AZL en Debtt, samen goed voor 4,2% van de schuldenlast, hun instemming.
AZL stelde dat verzoeker pensioenpremies niet volledig had voldaan, waardoor werknemers worden benadeeld en dat het voorstel onvoldoende onderbouwd is. Verzoeker werkte fulltime, had een vaste aanstelling en volgde een budgettraining. De rechtbank oordeelde dat het voorstel door een onafhankelijke partij was getoetst, goed gedocumenteerd was en het maximaal haalbare betrof.
De rechtbank vond dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van AZL en Debtt. Het handelen van verzoeker ten aanzien van het pensioenfonds was niet voldoende voor afwijzing. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert.
De rechtbank beval AZL en Debtt tot instemming met de schuldregeling en veroordeelde hen in de proceskosten. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.