ECLI:NL:RBROT:2025:1852

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2025
Publicatiedatum
14 februari 2025
Zaaknummer
693438 FA RK 25-679
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3 lid 1 Wet forensische zorgArt. 6:5 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie

De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 januari 2025 het verzoek tot het opleggen van een zorgmachtiging aan betrokkene, die lijdt aan schizofrenie. Uit de medische verklaringen, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur blijkt dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot levensgevaar en ernstige schade voor anderen, alsmede een gevaar voor de algemene veiligheid.

De officier van justitie verzocht primair afwijzing van het verzoek en stelde een tbs-maatregel met dwangverpleging of voorwaarden voor, maar subsidiair verzocht hij de zorgmachtiging toe te wijzen. De raadsman van betrokkene steunde het verzoek integraal.

De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De toegewezen zorg omvat medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie, allen voor de duur van zes maanden. De zorg is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

De zorgmachtiging wordt verleend tot en met 13 augustus 2025, waarmee de rechtbank voldoet aan de wettelijke criteria en doelen van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Straf 2
Zaak- / rekestnummer: 693438 FA RK 25-679
Patiëntnummer: 3100222
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 13 februari 2025 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg juncto artikel 6:5, aanhef en onder a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier van justitie,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [detentieadres],
raadsman mr. H.M. Schwab, advocaat te Rotterdam.

1.Procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 januari 2025, met onder nadere als bijlagen:
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur [naam 1] van 29 januari 2025;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 2] van 28 januari 2025;
  • de zorgkaart opgesteld door betrokkene en ondertekend door betrokkene op 20 januari 2025;
  • het zorgplan opgesteld en ondertekend door [naam 3] van 13 januari 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 30 januari 2025 in het gebouw van de rechtbank, op locatie Rotterdam. Het verzoekschrift is gelijktijdig behandeld met de strafzaak met parketnummer 10/269473-24.
Bij die gelegenheid zijn verschenen en gehoord:
  • betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;
  • mr. B.M.M. Zonneveld, de officier van justitie;
  • [naam 3], de zorgverantwoordelijke (telefonisch).

2.Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft de rechtbank in het kader van voornoemde strafzaak primair verzocht het verzoek tot het opleggen van een zorgmachtiging af te wijzen, omdat oplegging van een tbs-maatregel met dwangverpleging, subsidiair een tbs-maatregel met voorwaarden, passender zou zijn gelet op het beperken van het recidiverisico. Meer subsidiair is door de officier van justitie verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Ten aanzien van de verschillende vormen van zorg en de op te leggen duur heeft de officier van justitie verwezen naar het verzoekschrift.

3.Standpunt van betrokkene

De raadsman van de betrokkene heeft verzocht het verzoekschrift integraal toe te wijzen.

4.Beoordeling

4.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofrenie.
4.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar voor anderen, ernstig lichamelijk letsel voor anderen, ernstige psychische schade voor anderen en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
4.3.
Om
een crisissituatie af te wenden;
ernstig nadeel af te wenden;
de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren;
e geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint,
heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
4.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan, de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.
De volgende vormen van verplichte zorg worden voor na te noemen duur verzocht:
Vorm van zorg
Duur
toedienen van medicatie
6 maanden
het verrichten van medische controles
6 maanden
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening
6 maanden
beperken van de bewegingsvrijheid
6 maanden
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
6 maanden
opnemen in een accommodatie
6 maanden
4.5.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg alsmede aan de uitgangspunten als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
4.8.
De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 6 maanden, en geldt aldus tot en met 13 augustus 2025. De vormen van verplichte zorg zoals opgenomen onder 4.4 zullen worden toegewezen voor de gevraagde duur.

5.Beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], voornoemd,
5.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.4. kunnen worden getroffen overeenkomstig de vermelde duur;
5.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 13 augustus 2025.
Deze beslissing is gegeven op 13 februari 2025 door
mr. W.M. Stolk, voorzitter,
mrs. L. Stevens en J.C. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.