ECLI:NL:RBROT:2025:1874
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering hoofdverblijf en gezamenlijke huishouding
Eiseres heeft twee aanvragen om bijstandsuitkering ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn afgewezen met het argument dat zij een gezamenlijke huishouding voert met een derde persoon en daardoor niet zelfstandig recht heeft op bijstand.
De rechtbank beoordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres haar hoofdverblijf bij deze persoon heeft en dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. Eiseres verblijft bijna evenveel nachten bij een andere persoon, bewaart haar persoonlijke spullen verspreid en ontvangt haar post elders.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing in strijd is met het motiveringsbeginsel en vernietigt het besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvragen wordt vernietigd.